Sitemap >> Reisverslagen >> Susanne
REISVERSLAGEN : SUSANNE International version English

Reisverslagen

29-09-2008 reisverslag Pars van Gessel

Hallo Luitjes,

Nou hier dan een eerste bericht vanaf de Susanne.

Wij zijn vrijdagmiddag om 13.00 uur vertrokken vanuit Harlingen.

Tussen Terschelling en Vlieland door en dan rechtsaf naaar de Duitse Bocht.

Floris is als stuurman/machinist ook de Security Officer.Hij doet hetzelfde als de stewardess aan boord van het vliegtuig. Hij legt uit waar de uitgangen, brandblussers en reddingsvesten en pakken zijn.

De flessen met perslucht, het CO2 systeem, dat ingeschakeld wordt om bij brand de hele

machinekamer met koolzuur vol te pompen. De werking van de reddingsboot. En ik wordt nog overhoord ook.

In de machinekamer gebruikt hij gebarentaal en kan dingen heel goed duidelijk maken. Kort en krachtig. 

Het was een pittig nachtje. Tot ongeveer 01.00 uur was het "best wel hobbelig",

aldus Heinz de kapitein. Voor mij een leuke vuurdoop. Ik vond het heerlijk.

Je moest je echt goed vasthouden om niet om te vallen of tegen de muur gekwakt te worden.

Als ik de trappen op en af ging, moest ik denken aan de trappen van het Lunapark op de kermis.

Het was erg gezellig met Floris op de brug. Tot 18.00 ur. toen ging hij  slapen t0t 23.30.

Daarna gezellig met Heinz gekletst en om 23.30 werd Floris gewekt door Heinz en nam die de wacht over.

Ik heb op de brug de wacht gehouden terwijl Floris allerlei klusjes ging doen. Is ook goed te doen. Verrekijker, radar kaart en de rest gaat op de automatische piloot. Kijken of een schip niet te dichtbij komt. Wel wennen als je in bed  ligt met dat hobbelige. Je moet even alle geluiden in je hoofd plaatsen.

Je voelt dat schip kennelijk stil liggen, dan wordt ie een stuk opgetild, gaat weer omlaag, wordt

2x zo hoog opgetild, gaat ie weer omlaag,Wordt nog hoger opgetild, dan remt ie af en vervolgens duikt ie naar beneden de golven in. Een donderend geraas en dan ligt ie weer stil, althans zo lijkt het. Begint het weer van voor af aan. Het voelt wel lekker, maar je moet toch even aan de bewegingen wennen.

Je moet je kunnen overgeven aan de elementen. Ik kan me best voorstellen dat mensen heel bang worden.

Helaas was het donker, maar in het maanlicht kon je toch de kop van het schip zien.

Hij is iedere keer echt even onder water en dan duikt ie met een enorme waterverplaatsing weer op.

Je ziet de neus ook echt voor je naar boven  uitkomen.

Ben wel verbaasd dat ik niet zeeziek geworden ben. Ik denk dat dan de lol er gauw af is.

Eigenlijk vielen de golven wel mee, een meter of 3 a 4. En dan te bedenken dat ze echt 20 meter kunnen zijn.

Nou, dat zal ik wel niet meemaken.

Op zaterdagochtend rond 11.00 uur voeren we het Kielerkanaal binnen. Door de sluizen. Er komt een

loods aan boord om

je de Sluis in te loodsen. Hij geeft aanwijzingen. Eigenlijk krijg je je eigen verkeersagent mee.

Denk alleen dat een loods iets meer verdient dan wij.

In de sluis komt een nieuwe loods om 50 kilometer door het kanaal te varen. Dan komt er weer eentje.

Zo wisselen ze elkaar af.

Het is één groot konvooi van schepen. Ze varen met groepen van 7 schepen en die blijven ook bij elkaar.

Alles is aan strikte regels gebonden. Het kanaal is 98 kilometer lang. Om Denemarken heen varen duurt 10 uur langer.

Een schip als het onze, betaalt 1300 euro om er door te mogen.

Bij de sluis in Kiel is een klein winkeltje. Je kan daar hard hollend naar toe om snel wat te kopen en dan moet je weer terug.  Grappig gezicht. In het winkeltje zit Fraulein en die verkoopt snoep en krantjes enz. Je grist wat weg,

betaalt en rent weer terug.

Ik koop voor Floris 15 snickers en voor mijzelf engelse drop en cashewnoten.

Na de sluizen is het 21.00 uur en we gaan even voor anker. Er komt een bunkerboot brandstof brengen.

Dat duurt een uurtje en dan varen we het zeegat weer uit de Baltische zee op.

Het is rustig, het is volle maan en het uitzicht is fantastisch heel sprookjesachtig. Beetje onwerkelijk wel.

Ik volg de koers op de schermen en de radar en kijk of ik de weg kan vinden. Lukt goed. Die schuit staat natuurlijk wel op de automatische piloot.

Je let goed op obstakels. Kleinere zeilschepen zie je ook niet op de radar. Er zijn er best wel veel die ook geen voorziening hebben om herkend te worden. 

Als ik weer wakker wordt, is het zondagochtend. DE bemanning mag uitslapen. Hoe zit dat met de bemanning?

Een kapitein, een maritiem officier(stuurman/machinist), 1 bootsman en 2 matrozen,

waarvan eentje ook voor kok speelt.

Er worden 6 uurs wachten gedraaid. De kapitein is 60, dus Floris draait van 00.00-06.00.

Als hij slaapt draait de kapitein.

Op volle zee kan je maximaal 25 minuten de brug verlaten. Dan is er niemand. Meestal doen ze dan een securitycheck  in de machinekamer.

De kok heeft ter gelegenheid van zondag een soort van boterkoek gebakken. Het kreng is taai en smaakt naar ossenvet met een beetje suiker. Niet lekker, ook niet vies. Met koffie goed weg te spoelen.

Het is nu middag en windkracht 5. Er staan korte hoge golven. De deining is hoog en regelmatig. Heel rustgevend.

++++++++++++++++++++++++++

Op zee deel 2

 

De zondag verloopt rustig. Er staat een stevige wind. Ik doe niet veel.

Beetje uitrusten, slapie doen, wat internetten en kletsen. Uren turen naar de golven en buiten staan.

's-Avonds kijken we op de brug televisie. Via de satelliet kunnen we gewoon Nederland ontvangen.

Het is gezellig. Ik zit samen met Heinz , de kapitein, te kijken. Floris slaapt voor. Hij werkt

van 00.00 tot 6, slaapt van 6 tot 11 en dan gaat hij om 12 weer op wacht. Om 6 in de avond gaat hij weer slapen.

De brug is groot. zo'n 10 meter in de breedte en 6 meter over de lengte van het schip. Er staat een grote console voor de machinekamer en verlichting en daarnaast een grote console voor de navigatie, snelheid en besturing.

Dan uiterst links en rechts ook nog een besturingsconsole voor afmeerwerk. Dan nog de radar voor binnenwater en eentje voor op zee.

Dan nog een radiocommunicatieconsole.Dat allemaal aan de voorzijde.

Aan de achterzijde op de brug is een grote hoekbank waar je makkelijk met zijn tienen kan zitten.

De eigenaar van het bedrijf heeft geloof ik 7 schepen en 6 kinderen. Die moeten op elk schip mee kunnen.

Dat gebeurt ook regelmatig.

Aan de linkerachterzijde van de ruimte bevindt zich een pantry en een bureau met PC. Verder heel veel kastjes met scheepsboeken, instructies enzovoort. Zo langzaamaan begin ik inzicht te krijgen op de consoles en wat alles allemaal betekent.

Achter in de brug is een deur. De deur van het trappenhuis. Er gaan 6 trappen naar beneden. Alles is keurig

witgeschilderd en superschoon. Alles is schoon aan boord. Via de zijdeur kom je in de machinekamer.

Een oorverdovend lawaai.

Via een andere deur kom je op het accomodationdeck. Daar is de messroom(de eetkamer), de keuken en de hutten. Elke hut heeft een rond raam naar buiten. Ook is er een wasruimte. Hier staat een miele wasmachine en een droger. Hier kan je je wasje doen. De keuken is klein en praktisch

Paul, de Filippijnse kok is aardig. Wat scheepsmaten betreft is het net militaire dienst.

Zeelui monsteren aan via een uitzendbureau. Onze kok had ineens toen hij op Schiphol aangekomen was een koksdiploma tussen zijn papieren zitten. Dit gebeurt vaak vertelde Heinz. Dan weet je niet wat je aan boord krijgt. Heinz heeft al verschillende koks leren koken. Als die lui dan in de keuken komen,  kijken ze als een uil in doodsnood. De jongens zijn van goede wil. Uiterst beleefd. Praten niet met je  tenzij jij met ze gaat praten. Het Engels wat zij spreken is minimaal. Veel gaat met gebaar en ook dat went.

Kokkie kookt wat smakeloos. Hij heeft van de kapitein een paar recepten gekregen,maar het getuigt van  weinig fantasie. Als ze bij eurest de kunst van het smakeloze verder zouden willen uitdiepen, zou ik de goede man zeker aanbevelen.

Ik heb kokkie aangeboden om hem les te gaan geven. Hij was erg blij. Hij kan het wel niet zo goed, maar hij is wel enthousiast.

 

Hij wil stamppot andijvie leren koken. Nou is dat ongeveer het enige wat ik ook kan, dus dat komt goed uit.

Binnenkort is het zover. Ik heb hem al geleerd om de aardappelen en sperziebonen niet een hele ochtend door te laten koken.

Het eten verloopt ordelijk. Wij zitten met zijn allen aan tafel. Eerst soep, dan een hoofdmaaltijd en

vervolgens een toetje.

Iedereen gaat pas eten als de kapitein de eerste hap neemt. Als de kapitein er niet zit , zit Floris er.

Hij geeft aan wanneer we beginnen met eten. Het is vrij stil aan tafel. Heinz en ik zijn de enigen die

praten. De matrozen houden hun mond dicht, ook tegen elkaar.

De maandag en de dinsdag verlopen vlekkeloos. Ik studeer wat voor de komende 2daagse stervensbegeleiding  die ik ga geven.

Vervolgens bekijk ik het meteorologische deel van het Mariners Handboek.

Ik ga om 20.30 slapen, want rond 01.30 uur komt de Russische loods aan boord.

Wij zijn inmiddels in de buurt van Vyborg oftewel Vyborgsky. Een Russische haven met een vervallen oorlogsvloot.

Hier zullen wij de ingang van het Seimakanaal vinden. Dit brengt ons naar het Finse Saimaameer.

Als ik om 01.00 uur op de brug kom, is men het anker aan het neerlaten. Er staat een nevelige motregen.

Floris staat voorop met een matroos en Heinz staat op de brug. De loods heeft laten weten dat het water te laag is voor ons schip. Door de voortdurende oostenwind is het water naar de westelijke zijde van de  zee gedrukt, zeg maar tegen Zweden aan.

Ik drink even een bakje koffie met Floris, die zeiknat terug komt en vervolgens duik ik er weer in.

Het is nu woensdagochtend.

Het radioverkeer met de russen is een verhaal apart. Ze willen weten wie je bent en wie er voor je en

achter je vaart. Je verstaat ze voor geen meter. Beetje gokken dus.

Wij hebben de indruk dat de namen van de schepen niet eens in hun systeem verschijnen. Wij weten precies wie er om ons heen varen. Dat staat op onze routeplanner, die aan de radar gekoppeld is.

Ik zit nu te tikken met een bakkie koffie. Straks ga ik kokkie zijn eerste kookles geven.

Of ie het echt leuk vindt weet ik niet, want die gasten lachen altijd

Nou, ik verdwijn de keuken in. Het volgende stukje zal spoedig

++++++++++++++++++++++++++++

Op zee deel 3

Het is woensdag de 17e rond 10.30 uur, dat wij bericht krijgen dat de loods aan boord komt.

Wij liggen voor anker voor de rede van Vyborg en wachtten tot het waterpeil wat gestegen is.

Een klein rood "pilotebootje" komt aangevaren en een man van ongeveer 45 jaar komt aan boord.

Hij heeft een snorretje en een platgeslagen kuifje op het voorhoofd. Hij spreekt redelijk

goed Engels. Hij loodst ons door en archipel. Allemaal kleine eilandjes. Vervolgens varen we

langs Vyborg een mooie stad zo lijkt het. Voorbij Vyborg zijn heel veel bomen. Lof en dennenbomen

door elkaar. Dit is het aanblik van de rest van de reis door Finland, aldus Floris. Meteen na Vyborgsky

zien we allemaal pasgebouwde prachtige villa's. "Allemaal Russische maffia" zo voegt de loods ons toe.

"here Russian maffia, gouvernment, Kremlin, Russian maffia."Zijn stem klinkt verbitterd. Nou, dat had hij 30 jaar geleden niet hoeven zeggen. Dan waren we verplicht geweest dit door te geven aan de autoriteiten.

De tocht naar de eerste sluis van het Saimaakanaal duurt nog 2 uur. Ik spoed mij naar beneden om Kokkie zijn  eerste kookles te geven.

Samen duiken we de voorraadkamer en koelkast in om allerlei ingrediënten bij elkaar te scharrelen.

Wij maken een moeizame verkenningreis langs allerlei blikjes, pakjes, overjarige rookworsten, honderden pakjes sausjes enz, waar die Filippijnse koks zich echt geen raad mee weten.

Wij schillen samen de aardappelen.

Dat je die gekookte krengen later in de week ook nog op kan bakken is een openbaring voor hem.

"bakken met uitjes erbij?"Nee, dat had ie nooit gedacht.

Wij snijden de andijvie klein. Hij doet de pannen helemaal vol met water. Ik leg hem uit dat 2 centimeter  water genoeg is en dat dat water en elektra scheelt. "we are Dutch you know" ! Hahaha samen lachen.

Wij bakken uien, spekkies en maken blokjes kaas. Hij vind het helemaal geweldig. Aan het eind aardappels stampen, andijvie erdoor, spekkies en uitjes erdoor en blokjes kaas. Vervolgens leer ik hem een sausje te maken.

pannetje met boter net niet bruin laten worden, tarwemeel, roeren en groentewater met maggiblokje erin gooien.

De jongste overjarige rookworst wordt gewarmd en apart dampend opgediend. Ik adviseer hem om in de champignonsoep champignons uit een blik te gooien. Lijkt echter. Denken ze dat we ze net geplukt hebben. Wij moeten er samen om lachen. De bemanning vindt het heerlijk. De pan wordt helemaal leeggegeten.

Floris vreest dat kaas door het eten een stap te ver is, maar de kapitein vindt het onzin en ik dan ook natuurlijk.

Op de tafel ligt altijd een tafelkleed. Wat doe je nu bij zwaar weer, als alles gaat schuiven? Juist, het tafelkleed nat maken.

De kapitein beloont de kok:"Good food Cookie!". De kok glundert.

Ik ga gauw naar boven, want er ontstaat ongekende bedrijvigheid aan boord. De eerste sluis is in zicht.

Het Saimaakanaal, 42,9 km lang, verbindt de zee met het Saimaameer. Er zijn 8 sluizen en het totale verval is 76 meter.

Het betekent dus dat wij 76 meter omhoog gaan. Het kanaal is in 1865 opgeleverd en afwisselend in Russische en Finse handen geweest.

Nu is het eerste deel Russisch en het 2e deel Fins.

De sluisdeur staat open en wij varen er op af. Tegen beter weten in maakt zich toch een zekere verbijstering van mij meester.

Zo'n smal sluisje, moeten wij daar in? Maar het kan dus. Metertje voor metertje schuift de boot de sluis in. Aan elke zijde blijft 25 centimeter over. De kapitein bedient de zijconsole en kijkt naar de aanwijzingen van Floris, die buiten met de bemanning aan bakboord staat.

Die geeft de afstand tot de muur weer: "voor 10 centimeter, achter 25 centimeter, voor 15 centimeter, achter 15 centimeter.

Afstand voorzijde tot sluis 10 meter, 7 meter, 4 meter. Hij geeft de bemanning het commando om een landvast strak te zetten.

Het is een genoegen om te zien hoe rustig en duidelijk hij het doet.

Hij vertelde dat hij zelf al heel vaak de boot de sluizen in gevaren heeft, maar dat deze kapitein het erg leuk vindt om het zelf te doen

Er blijft achter nog 2 meter over en dan draait de deur dicht. In een razend tempo gaat het schip omhoog. Op dezelfde manier  gaan we de sluis weer uit, op naar de volgende. Echt heel spannend om het te zien, want één verkeerde manoeuvre kan behoorlijk schade opleveren. Zo heeft men al eens het huisje van de russische grensbewaking in het sop zien verdwijnen.

Het Saimaakanaal is een smal kanaal. 2 zeeschepen kunnen elkaar net passeren. De schepen die hier varen zijn speciaal qua lengte en breedte voor deze sluizen gemaakt. In 2 sluizen zit en klein knikje, wat om en heel goede stuurmanskunst vraagt.

 

Langzaam wordt het donker. De sluizen krijgen de uitstraling die ik en beetje verwachtte. Vol schijnwerpers en een oud sowjetsfeertje.

Bij de 4e sluis treffen we de lang verwachte dames. Zij zijn van de Russische grensbewaking. Svetlana en Anouschka worden ze genoemd.

Zij krijgen de bemanningslijst. Hij wordt gebruikt als verpakkingspapier voor een flink stuk chocola.

Daar houden ze van, aldus de loods.

De ene dame is een jaar of 30, de andere een paar jaar jonger. De jongste in rang pakt het papier aan en geeft het aan de oudere in rang.

Zo gaat dat daar altijd. Met ieder keer weer een ander Svetlana en Anouschka.

Tegen 22.00 uur arriveren wij in Port Mustola. Hier wordt morgen het zout gelost.

Wij drinken een biertje en gaan lekker slapen. Tijdens de reis wordt  haast geen alcohol gedronken.

Het is half acht op donderdagochtend als wij aan het ontbijt zitten. Ik ben gevraagd voor machinekamerwerk.

Ik trek mijn overall aan en ga met koptelefoon de machinekamer in.

3 trappen naar beneden. Omdat de hoofdmotor uit is, is het relatief stil.

De motor ligt in een ruimte van ongeveer 12 meter lang en 12 meter breed. Het is zo'n 5 meter hoog.

Rond de motor vindt je een generator voor de elektriciteit, een grote compressor en meterkasten. Het is er kraakhelder en maakt een ruimtelijke indruk. De motor ligt in een soort kuil met looprandjes er om heen. Ik ga filters van de brandstofvoorziening vervangen en 2 reusachtige oliefilters keren. De restanten van de brandstof lopen via een slang in een jerrycan.

De filters zitten achter elkaar in een koker. De hele handel moet eerst los gesleuteld worden.

Aanvankelijk probeer ik de filters met de hand te verwijderen. Al gauw loopt de diesel via mijn arm, rechteroksel, buikje en been naar beneden.

Toevallig staat de kapitein te kijken en grinnikt. Hij wijst een lange stok met een haakje aan, die voor dat werk bestemd is.

De parfum die juffrouw motor bij zich heeft hangen is niet geweldig. Ik heb mij inmiddels verschoond,

maar ik kan haar aanwezigheid maar niet kwijt raken. Ik vrees dat ik zelfs met juffrouw diesel zal moeten slapen.

Na het sleutelen ga ik naar de keuken voor de 2e les van Kokkie. Ik leer hem kaassaus maken en dressing voor sla.

Wij eten aardappelen en bloemkool. Hij zet het allemaal keurig met weinig water op. Iedereen is tevreden met het eten.

De Filippijnen eten altijd rijst en maar heel soms willen ze groenten. Ik vraag de kapitein voorzichtig of ze wel weten dat ze groenten mogen. Ja hoor, ze eten het gewoon haast nooit

Nou, vanavond om 20.00 uur vertrekken we in Noordelijke richting naar Vuoksi om papier te laden voor Stettin in Polen.

Daar laden we kalk voor Stevins Pier in Denemarken. Daarna gaat de reis naar midden-Finland, wat voor mij qua tijd een tochtje te ver is, dus ik zal in Denemarken afmonsteren. Rond de 26e vlieg ik dan naar huis.

 

Deel 4

Om 20.00 uur 's-avonds vertrekken we naar Vuoksi. Wij moeten nog één sluis nemen.

Er is een fout gemaakt door de verkeersleiding. Als wij de sluis uit komen doemt er vanuit het donker een schip op.

Naar bleek had de kapitein hem niet gezien. Ineens riep hij:"verrek een schip"!

Er ligt al een schip links. Nu moet het ander schip naar rechts. Het wordt echt centimeterwerk.

De loods is een sukkel. Hij mist het overzicht. Hij is slecht te verstaan en geeft de verkeerde instructies.

Hij wil dat je bij stuurt als je nog in de sluis zit. Dat kan niet, dan zit de sluis in de weg.

Hij begint te roepen en de kapitein wordt zenuwachtig. Het irritatiepeil groeit snel.

Floris zit met zijn portofoon aan de voorkant van het schip. Hij is rustig en geeft precies aan wat er moet gebeuren.

want hij kan het het beste zien. Het lijkt bijna kansloos, maar het lukt. 

Je moet die loods laten kletsen voeg ik de kapitein toe. Het lijkt te werken. De loods loopt een beetje te stuiteren, maar hij kan het vanaf zijn positie niet eens zien.

Als je het niet goed doet heb je al gauw enorme schade. Op een haar na kunnen we er tussen door. Iedereen houdt de adem in.

Centimeter voor centimeter schuiven we tussen de schepen door. Links en rechts staan de bemanningen met planken tussen de schepen.

Het contact is uitbundig.

Het loopt goed af. De kapitein en de loods bekvechten nog een poosje na.

Het schip draait de meren op. Ik ga even naar de voorplecht. Daar hor je de motor niet meer.

Het is op een zacht kabbelen na doodstil. Genieten. Eindeloos veel eilandjes waar je in het donker door heen vaart.

Ik ga slapen.

Het is vrijdagochtend 19 september als ik wakker wordt. Wij liggen inmiddels vast aan de kade van de haven Vuoksi.

Door het patrijspoortje zie ik water en eilanden. Als ik naar boven ga zie ik overal fabrieken van de papierindustrie.

Op de kade liggen enorme stapels boomstammen. Zij liggen tot wel 15 meter opgestapeld. Er liggen een paar Russische schepen vol met boomstammen. Die komen ze brengen uit Rusland. De schepen zijn voormalige oorlogsschepen, waar per schip 4 tanks op konden staan. Daarom zit het stuurhuis in het midden van het schip.

Rond een uur of 8 begint men met laden. Grote rollen papier. ongeveer 1.20 meter hoog en 1.2 meter doorsnee.

24 ton wordt er geladen. De kraanmachinist kan er 2 per keer pakken, maar het gaat langzaam.

Zijn kraan werkt op diesel, hij op alcohol. De scheepsagent vertelt dat hij bijna altijd onder invloed is.

Ik had al gezien dat hij iedere keer een slokje nam uit zoon heupflesje. Ze kunnen hem moeilijk ontslaan omdat de vakbond zo sterk is in Finland.

Later op de middag komt er een kraan bij en wisselen ze van bemanning. Nu gaat het sneller.

Ik verdwijn naar beneden, waar ik met Kokkie ga koken. Was het eergisteren bloemkool met kaassaus,

vandaag maken we vis met worteltjes en een eigen soort sausje. Hij heeft nu zelf soep gemaakt.

Gewoon zijn fantasie laten lopen. Het was heerlijk. Iedereen genoot. Het toetje bestond uit yoghurt met blikvruchtjes. Dat kan beter.

Om 20.00 uur gaan de luiken dicht. Het zijn er 9. Links en rechts van het schip loop een rails.

Er boven op staat een kraan, in de vorm van een nietje. De kraan kan van achteren naar voren.

Hij tilt de luiken op en zet ze op elkaar. Als ze dicht gaan worden ze door de matrozen geborgd. Met mokers worden er spieën door geslagen. Er zitten rubbers onder de luiken, waardoor het ruim in principe waterdicht is.

Wij gaan varen. De boot slingert met de loods aan boord langs allerlei eilandjes. Een erg kronkelige route. Hier kan je makkelijk verdwalen. Na de eerste sluis, wij moeten er weer 8, ga ik slapen.

De volgende ochtend is het prachtig windstil weer. Wij hebben het open water bereikt en varen net langs Vyborgsky.

De Russische loods is een bejaarde man. Hij kan nog niet eens tellen in het Engels, maar hij is wel aardig.

Vandaag gaan we lof eten. Ik overleg met de kok hoe we het gaan doen.

Het blijkt dat de lof bijna vergaan is. Ik leg hem uit dat we van het restant wat nog goed is, samen met geraspte wortel  een slaatje kunnen maken. Zo gezegd zo gedaan.

Hij maakt gehaktballen. Hij kent alleen maar zout en peper. ik beveel wat andere kruiden aan.

Maar ook ei en beschuit er doorheen.

en leg hem uit dat je met ui veel meer kunnen doen. Wij nemen de mogelijkheden door.

We snijden prei en ik leg uit dat je die niet te lang moet koken, zodat ie een klein beetje bite houdt.

Hij schilt de aardappelen en we trekken een blik bruine bonen open en bakken er ui bij voor erdoor heen.

Hij geeft aan dat de houdbaarheidsdatum van de yoghurt voorbij is. Wij ontdekken ook dat de appelen

rotte plekjes beginnen te vertonen. Goed idee.

Wij schillen de appelen, snijden ze in kleine stukjes, gooien ze in een kom, een zakje rozijnen erbij,

wat citroensap, kaneel, vleugje suiker en dan de yoghurt erin. Al die ingrediënten hebben het vast heel

gezellig met elkaar en het smaakt prima. Gezond voor de jongens.

Floris komt om 11.30 om te eten. Het is nog niet klaar. Hij reageert een beetje narrig.

Hij heeft om 12.00 de wacht en dan moet hij gegeten worden. Tijd is tijd. In stilte wens

ik hem de Botnische kippenkoorts toe, maar hij heeft wel gelijk. Orde, netheid en een strak tijdschema

geeft rust aan boord.

Het eten wordt weer goed ontvangen en de kok glundert. Morgen gaat hij helemaal zelf wat maken.

Zal wel friet worden, want dat eten ze altijd op zondag.

Ik doe een eerste poging om het schip zelf te besturen. Dat is verrekte lastig.

Het werkt met een joystick en de schuit is heel gevoelig. Ik wordt erdoor verrast.

Precies op 239 graden varen is wat anders dan naar het Noorden of zo.

Het moment kwam ook verkeerd, meteen na het eten. Ben ik de loom voor.

Morgen ga ik het weer proberen. Floris zegt dat je het in een uurtje in de gaten hebt.

We zullen het zien.

Vanavond ga ik slapen, want Floor vind het leuk als ik een nachtwachtje met hem meedraai.

Ik hoef in ieder geval niet naar huis te rijden.

Het is ook wel prettig als er iemand op de brug staat als hij in de machinekamer wat moet doen.

Hebben we vanmiddag ook gedaan. Hij heeft geprobeerd de zoetwatermachine aan de gang te krijgen.

Dat ding maakt van zeewater drinkwater, maar hij is erg arbeidsintensief. Niet gelukt.

Nou, dat was hem voorlopig weer. Wij zijn op weg naar Stettin in Polen.

De zon gaat onder en het is glad op zee. De boot schommelt zachtjes hen en weer.

Ineens verschijnen er kwikstaartjes aan boord. WEL 30. De kapitein vertelt dat die op zee rondzwerven.

Gaan van land met een of ander schip mee en vliegen dan van de ene boot naar de ander. Ik ga mij overgeven aan mijmeringen op de voorplecht. Misschien wel aan jullie denken of zo.

 

 

Op zee deel 5

 

Als ik op zondagochtend 21 september wakker wordt, slingert het schip. De windstilte is voorbij en langzaam neemt wind toe.

De zon schijnt het is een lekkere temperatuur en aan de horizon trekken een paar wolkjes voorbij.

Ik hoef kokkie niet te helpen vandaag, want zijn recept is eenvoudig. Kip patat en sla. Voor zover mogelijk is iedereen behalve de stuurman en de kapitein vrij op zondag. In de middag ben ik uren lang op de voorplecht. Het is heerlijk, de wind, de golven en de zon. Het ultieme bountygevoel.

Floris komt erbij en we genieten samen van het spel van de golven. Een happy gevoel zo samen.

Ik ga lekker liggen op het dek en doe er mijn middagtukkie.

Floris maakte een filmpje voor you-tube.

In de avond kijken Heinz en ik TV. Dat doen we altijd, behalve als het donker moet zijn op de brug.

Maandagochtend val ik bijna uit mijn bed. Er staat flinke wind en de boort slingert links en rechts dat

het een lust is.

Hij gaat heel erg naar rechts over, ligt even stil en wordt dan een stukje opzij gegooi en helt nog verder, dan terug naar links, waar hetzelfde gebeurt. In korte tijd ben je eraan gewend en dan valt het eigenlijk niet op.

Even voelde ik een onwel gevoel in mijn maag, maar dat was snel weer over. Het begint ook te regenen.

Wij eten gekookte aardappelen en andijvie. Kokkie maakt nu zelf een uiensausje en die smaakt prima. Hij gebruikt  nog wel soep uit een pakje, maar weet nu hoe hij dat moet veredelen met restantjes van de vorige dag.

Er is nog maar één pak yoghurt over. Ik leg hem uit dat yoghurt met een halve gele vla lekker is en ook chocoladevla met een halve gele.

Wij gooien er vruchtjes bij en ik krijg ineens een straciatelli-ingeving. "Watch this" roep ik, en ik pak een pak chocoladevlokken en gooi er een flinke scheut doorheen. Hij slaat helemaal dubbel van het lachen. De tranen lopen over zijn wangen.

Ik laat hem vervolgens ook de jam zien en de appelstroop. Ik roep tegen hem "listen carefully" : "never use peanutbutter in the yoghurt".

In de middag geef ik mij over aan datgene wat elke zeeman wel één keer doet in zijn leven. Flessenpost maken.

Floris heeft het al een keer gedaan en ook bericht gekregen dat het gevonden is.

Wij fantaseren erop los wat er allemaal kan gebeuren en hebben veel plezier. Ik ga hier niemand op een idee brengen, maar weest gewaarschuwd.

Ik schrijf een briefje, dat ik dit in de Baltische zee in het water gegooid heb met de coördinaten erbij.

Met de mededeling dat ik graag zou horen als het gevonden wordt. Ik heb mijn emailadres erbij gezet.

Met een licht gevoel van ontroering en weemoed werp ik de fermgesloten fles over boord. Ik zie hem een vijftal keer nog boven op een golf verschijnen en dan is hij te ver weg. En nu maar kijken wat voor een bijzondere ontmoeting hier nog uit voort vloeit.

Plotseling kwam er een meesje met een gele buik de brug binnen vliegen door de openstaande deur. Ik vang het en laat het weer naar buiten gaan. Floris zegt dat, als ze niet verhongeren, de vogeltjes aan land gaan als je een haven binnen vaart.

Duurt de reis te lang, dan vind je dode vogeltjes op het dek. Wij hebben nu kwikstaartjes en koolmeesjes aan boord gezien.

De kapitein vertelt een sterk verhaal over een kok die lag te slapen en die wakker werd en ineens oog in oog met Jan stond,

Jan wie? Nou, Jan van Gent. Hadden ze een Jan van Gent aangevlogen gekregen, die kennelijk wat verzwakt was.

Gevangen en in de hut van de kok gezet toen die lag te slapen. Inmiddels had die vogel de halve hut volgescheten en gekotst. Lekker als je wakker wordt. Zij hebben hem in een aantal dagen weer opgepept en losgelaten.

De wind gaat liggen en het wordt donker. De deining gaat nog even door. Wij zien in het donker lichtjes opdoemen.

Wij naderen de Poolse badplaats Shinousjie. We wachten op de loods om de rivier op te gaan naar Stettin.

De kapitein en ik kijken heel goed naar de radar, de route en eventuele obstakels die niet op de radar verschijnen.

Dat donker is niets voor mij. Ik zie vormen die er niet zijn. Een schip wat van mij af vaart blijkt naar mij toe te komen.

Ik gooi de lichten door de war. Wat is dat nou? 2 groene lichtjes naast elkaar en 2 rode lichtjes naast elkaar?

Het duurt tot 100 meter voor dat ik weet wat het is. Een sleepboot die een groot schip trekt. Groen lichtje van de sleepboot

en groen lichtje van het schip. Ik wordt er een beetje kriebelig van. Iedere keer blijkt dat de dingen anders zijn dan dat ik ze zie.

Zou dat met andere dingen soms ook zijn? Je zou er bijna onzeker van worden. Heinz stelt me gerust.

Hij kent alle lichten die er in de scheepvaart bestaan. Je leert er de logica van en samen met een beetje ervaring gaat het niet mis meer. Lichten die je niet kan plaatsen zijn niet relevant, is eigenlijk de boodschap.

De loods wordt verwacht en er worden voorbereidingen getroffen. Ik zie het aan Heinz de kapitein als er wat staat te gebeuren. Hij gaat dan heen en weer drentelen en het lijkt dan net of hij het even niet meer weet. Maar hij weet het dondersgoed.

Hij heeft alleen een beetje hetzelfde als ik denk ik. Als alles tegelijk moet, wordt je nerveus. Dat is de leeftijd.

Hij is 60 jaar. We hebben het er samen ook over gehad. Via de radio geven we door dat de loods op één meter hoogte aan stuurboord verwacht wordt. 2 matrozen hebben het hek open gemaakt en een touwladder neer gehangen.

Het loodsbootje komt aangevaren, gaat langszij en de loods stapt aan boord.

Good evening, Heinz en ik krijgen een hand. Het is donker op de brug. Hoe kan dat toch? Ik heb die kerel zijn gezicht niet eens gezien, maar hij irriteert me meteen al. Lekker objectief. Ik mag die kerel niet.

Hij neemt het roer over en gaat de hele tocht naar binnen, ongeveer 4 uur varen, heen en weer ijsberen.

Krak, krak, krak, krak even stil en dan weer krak, krak, krak,krak. Hij heeft krakende schoenen.

Wij vragen Mr.Pilote of hij liever niet wil zitten. Nee, hij geeft de voorkeur aan staan.

Ik vraag Heinz of we nog een paar nieuwe schoenen voor mr. noface hebben, maar hij moet alleen

maar grinniken. Dat doet Heinz vaak, grinniken of grijnzen. Die man geniet echt van zijn werk. Leuk hoor.

Wij komen de haven binnen en ik tref een beeld van vergane glorie. Stokoude hijskranen. Echt van voor de oorlog.

De kapitein vertelde dat de hele haven door de russen uitgebuit is. Alles wat er gedaan werd was ten bate van de russen en niet voor Polen.

Hij wees op de bossage achter een laad en losplaats. Dat was in de sowjettijd één groot openlucht bordeel.

Vrouwen boden zich hier in grote getale aan voor en habbekrats. Wat dollars of een bloesje of een paar sokken.

Men was ontzettend arm en dan gebeuren dit soort dingen.

Ik ben moe, ik weet en goede manier om van die krakende schoenen af te komen. Gewoon naar bed gaan.

Heinz beveelt mij aan de laptop op te bergen en mijn camera me naar beneden te nemen. Ter preventie in verband met de autoriteiten die komen.

Midden in de nacht wordt ik gewekt door Floris. "Pa, we moeten je paspoort hebben". De autoriteiten zijn om  01.30 uur aan boord gekomen en gingen om 03.30 weer weg. Heel erg uitleggen waarom er een passagier aan boord was en daar moesten speciale formulieren voor ingevuld worden.

Wel raar, als ze zoveel vragen hebben, dat ze de passagier niet eens even willen zien.

Ik vraag Floris waarom ze de autoriteiten niet een borrel hebben gepresenteerd. Floris riep:

"ben je gek? dat hebben we wel eens gedaan, maar dan zitten ze er om 6 uur nog!"

Tja, formaliteiten in die voormalige oostbloklanden zijn nog niet voorbij.

De Finse loods in het Saimakanaal vertelde dat hij al 15 jaar lang 2 x per dag de Russische grens overgaat.

Nog steeds moet hij bij passage zijn paspoort laten zien. Hij kent iedereen al jaren.

  

Als ik wakker wordt, ligt de boot aan de kade. Het regent. Dat betekent dat wij niet kunnen lossen.

Papier mag niet nat worden.

Ik ga naar kokkie om met hem te koken. Chili con carne. Ik hoef hem weinig meer te zeggen.

Wij hebben plezier samen en vertellen over thuis. Hij heeft een vrouw en een zoontje van 4.

Hij werkt 7 maanden per jaar en verdient dan 1000 dollar per maand. Voor hem een lekkere spaarpot.

Er komt een mobieltjesverkoper aan boord. Heinz vertrouwt hem voor geen meter. In dit soort havens lopen  er opeens allerlei figuren door je schip als je niet oppast. Hij was al beneden geweest ook, maar de kok heeft hem weggejaagd .De kapitein stuurt hem van boord. Ik ga hem achterna om te kijken of hij weg is.

Dat is in Zuid-Europa nog veel erger. Ik zie voor mijzelf in de toekomst een betrekking als beveiliger.

Hoef ik geen geld voor te hebben. Gewoon tegen kost- en inwoning. Moet ik het eens met de scheepseigenaar Jan van Dam over hebben.

Het is rond 12.00 als de regen voorbij is. Er verschijnen 14 mannen om het schip te lossen.

Het laden gebeurde in Finland met 3 man. 2 kraandrijvers en een stuwadoor.

Kennelijk is het ook werkverschaffing. Met een iets ander grijper heeft de kraandrijver geen mensen meer nodig die de papierrollen vast maken. Dan doet die grijper, die je op maat kan maken, het zelf.

Het einde van mijn reis nadert. Nu moet ik op het goede moment mijn vliegtuig zien te boeken.

Ik overweeg nog de trein te pakken, maar de reis duurt 11 uur, je moet 6 keer overstappen of anders de nachttrein nemen,maar die is weer duurder dan het vliegtuig. Zo gauw we gaan varen ga ik boeken en weet ik ook of  ik nog een hotelletje moet nemen of niet. Vraagt om een goede timing.

Ik had nog weken kunnen blijven, want ik heb het ontzettend naar mijn zin.

Wie weet wat de toekomst nog gaat brengen?

 

 

Op zee deel 6 ( slot)

Het is dinsdagavond 23 september 2008. De havenarbeiders zijn nog steeds bezig

het schip te lossen. Nu zijn het nog polen die het doen, maar een Poolse vriend

van de kapitein, Christof, kwam aan boord en die vertelde dat wat de Polen voor ons

zijn, voor de Polen de Oekraïners worden. Die komen nu steeds meer werken in

Polen, omdat daar arbeiders te kort zijn. Grappig die volksverhuizingen. Het kan dus

nog goedkoper.

Het tempo heeft een veel onderbroken karakter. Kennelijk wordt er veel en langdurig

gepauzeerd. Ze staan te kletsen, geven af en toe wat aan, gaan staan wildplassen tegen

de muur van de loods, er wordt wat gerocheld, gespuugd en dan moet je weer even een

rol papier aanraken om het nog een beetje op werken te laten lijken. Er zijn er een

paar die hoesten de longen uit hun lijf. Van die rochel-bijna braakhoesten die uit

de krochten van het binnenste van je longen komen. Zo'n "gut dat je er nog bent"-geluid.

Ik ga in de avond met Floris aan wal. Wij gaan even wandelen over het haventerrein.

Tussen onze boot en de kade in ligt een binnenvrachtschip. In de kajuit brandt een flauw licht.

Er zitten drie ramen en voor elke raam hangt een smoezelig vitragetje. 3 verschillende soorten.

Wij klimmen met de touwladder over boord. Wij moeten zo'n 5 meter naar beneden klimmen om op

het andere schip te komen. Ik heb tijdens de reis niet echt heel veel bewogen en merk dat ik

behoorlijk stijf ben. Ik probeer het met jeugdige overmoed te verbloemen, maar Floris heeft

het direct door. "Gaat het Pa?".Hij moet lachen.

Wij klauteren de wal op, klimmen tussen de wagons van een goederentrein door. Ik krijg

associaties met mijn jeugd. Als kwajongen speelden we veel op het rangeerterrein dat toen

nog achter Artis gelegen was. Levensgevaarlijk. Daar ontdekte ik dat je als jochie van 10

een treinwagon kan voortduwen. Zo goed werken de lagers. Het was ook altijd leuk om op de wagons

te springen en dan mee te gaan met rangeren. Gek eigenlijk dat sommige ouders zich soms druk maken om de capriolen van hun kinderen.

Wij lopen over het haventerrein en het valt op dat het een enorme bedrijvigheid is. Bij elk schip

wordt wel gewerkt. Wij worden door de havenarbeiders vreemd aangekeken. Wij passen kennelijk niet

in het beeld. Aan de overkant van het water zien we Szczecin liggen. Er zijn veel gebouwen verlicht

en het ziet er aantrekkelijk uit. Floris geeft aan dat ik best met een taxi erheen kan gaan.

Maar het loopt al tegen tienen en ik heb er geen zin meer in. Ik heb ook geen zin om alleen te gaan.

Wij hebben erg veel plezier op het haventerrein en ik vertel Floris van mijn jeugd.

Toen zag het er bij ons ook zo uit.

Ik ben heel bescherm opgevoed, althans dat probeerden mijn ouders, maar dat is mislukt. Ik woonde

op het Weesperplein en mocht alleen maar voor de deur spelen. Dan hing mijn moeder nog vaak uit het raam om te kijken of ze me wel zag. Beneden ons was een gehaktballenfabriek. En ik ging op school in Amsterdam zuid. Dat was een nettere buurt. Hierdoor kreeg ik een tramabonnement.

Toen was de beer los. Ik ging steeds meer door de stad zwerven en op de een of ander manier kon

ik mijn vrijheid bevechten. Ik mocht dan wel stukken met de tram mee gaan rijden. Ik ging altijd

naar de havens. Glipte haventerreinen op, vergaapte mij aan de schepen, glipte in gebouwen enzovoort.

Ik haalde niet eens kattenkwaad uit, maar was gewoon heel nieuwsgierig en kon uren bij het binnen komen van de schepen en het laden en lossen kijken.

Toen ik zo met Floris liep, kwam dat hele beeld weer bij me boven. Het was een leuke wandeling. Goed om eens even de benen te strekken, want Floris heeft de loop van een struisvogel over zich. Je kan hem amper bijhouden. Voldaan klauter ik weer aan boord.

Woensdagochtend.

Het zonnetje schijnt en het wordt een prachtige dag. Er is geen wind en het laden is bijna klaar.

De kapitein vertelt me dat we inderdaad kalk gaan halen op Stevens Pier. Dit ligt een kilometer

of 80 beneden Kopenhagen.

Ik ga de vlucht van donderdagavond boeken. Zelf bij een prijsvechter is op zo korte termijn boeken

toch nog prijzig. Maar 11 uur in de trein met eten en drankjes scheelt niets heb ik ontdekt, want

dan neem ik de nachttrein of moet een hotel nemen en de dagtrein nemen.

Het boeken lukt. Doe je gewoon via internet met je Credit-Card bij de hand.

Ik zoek uit hoe ik in Kopenhagen kom. Ik moet vanaf Stevens Pier naar een klein plaatsje,

Store Heddington of bij veel wind naar Koge. Een zeehaven iets noordelijker.

Ik zoek beide mogelijkheden uit. Floris zegt dat het geen probleem is om met te trein te gaan,

want je hebt een kaartautomaat waar je met je credit-card terecht kan.

Als alles uitgezocht is, ga ik naar de kombuis om kokkie te helpen. Het is weer gezellig als

vanouds. Aardappelen, erwtensoep en spruitjes. Ik leer hem de spruitjes te veredelen. Gebakken

uitjes er doorheen roeren en blokjes spek, of rookkaas of kleine blokjes rookvlees als je een

beetje vetarm aan de gang wilt. Ik leer hem de laatste truc, waar hij weer verbaasd op reageert.

Wij gooien 1,5 pak gele vla in een kom en ik zeg: "watch this". Ik pak de koffiepot en dreig de

koffie in de vla te gooien. Hij roept nog "no no".Maar dan gooi ik een flinke restant in de vla.

Met een satanische blik en een schelle eucalyptalach roer ik de koffie door de vla.

"here taste", ik duw de verbijsterde kok een lepel met karamel in zijn mond. Hij begint te stralen

en roept "mmm njammie njammie". Vervolgens moeten we vreselijk lachen. Maar hij gelooft er nog niet helemaal in. Als we aan tafel aan het dessert zitten kijkt hij toch wel wat afwachtend. maar als

iedereen het heerlijk vindt, begint hij te stralen.

Wat een leuke momenten hebben we samen gehad. Het mooiste vond ik nog het verhaal van de Chili con carne. Toen we het gerecht klaar hadden riep hij: "look its the same as the picture". Hij ging het gerecht vergelijken met het plaatje op het pakje van Honig met specerijen die je door de bonen gooit. Dat het op dat plaatje leek vond hij helemaal geweldig.

Hij bedankte mij voor de hulp en alle tips die ik gegeven heb. Ik heb het ook ontzettend leuk gevonden

om het te doen. Ik ben benieuwd hoe hij aan het einde van zijn reis kookt, maar dat hoor ik van Floris wel.

Pars Bijker heeft zijn werk gedaan.

Na het eten varen we weg. Het is mooi weer en ik zit tijdenlang op het voordek. Ik maak weer veel foto's.

Wij varen langs stadjes, scheepswerven, bomen vol aalscholvers en ,geheel tegen de verwachting in, begint de wind steeds meer toe te nemen.

Het is bijna vier uur varen voordat we weer op zee zijn. Ik geniet van de variatie die er is.

Als we bij zee aankomen, zie ik vanuit de verte al dat er veel wind staat. Er staan witte koppen op de

golven, en zo te zien hebben ze er zin in. Wij gaan langs het laatste pier en de boot duikt in de golven.

Het lijkt er op dat ze er ook zin in heeft. En een lege boot vaart veel onrustiger dan een volle. Er zijn

wel zoutwaterbassins. Die zitten aan de zijkanten van het schip en onder de bodem van het ruim. Dat is nodig voor de stabiliteit. Als het schip leeg is, laat je die vol lopen met zeewater.

Weer het schouwspel als de vorige keren. De golven worden hoger, dan dichter bij elkaar em met z'n drietjes ongeveer vormen ze één grote golf die dan weer een halve meter hoger is dan de kleinere 3 golven.

Wij krijgen ze precies opzij en het schip slingert geweldig.

In de loop van de avond neemt dit steeds meer toe.

Wij moesten ons goed vasthouden. Ik ga naar beneden en ga mijn hut schoonmaken. Ik pak mijn koffer en zorg dat ik alles bij elkaar heb, zodat ik meteen weg kan als het moet. Voorvoel ik wat? Ik weet het niet, mijn vertrek roept een onbestendig gevoel op.

Het schip danst op de golven, als ik probeer te zwabberen. Ik ben niet zeeziek, maar het zou er wel eens niet ver vanaf kunnen zijn. Ik wordt een paar keer tegen de muur gekwakt. Als ik klaar ben ga ik weer naar de brug.

Heinz de kapitein en ik kijken televisie, maar we kunnen ons kopje niet meer op tafel zetten. Het gaat ervandoor.

De koelkast begint te rammelen, de grote stoel zeilt door de ruimte. Wij gaan een paar dingen vast zetten.

Het wordt lastig je vast te houden. Ik word er moe van en besluit te gaan slapen. Ik kan mij niet voorstellen hoe het is als het windkracht 10 is. Maar ook dat houden die schepen.

Ik val snel in slaap en word nog één keer wakker omdat ik mijn kop stoot.

Om 6 uur ben ik klaar wakker. Wij zijn bij Stevens Pier gearriveerd. Wij dobberen daar voor de kust rond.

Ik scheer me, kleed me aan en sluit mijn koffer. Alles ligt klaar voor vertrek. Ik mik nog even mijn

beddengoed in de wasmachine en ga naar de brug. Een ander schip, kleiner dan dat van ons, probeert aan de pier aan te meren. Die pier is ongeveer 800 meter lang denk ik. Haaks op de pier, zeg maar de T-balk is de aanlegsteiger.

Boven op de pier is een stalen geraamte waarin zich een pijp bevindt. Naast die pijp ligt een voetpad. Zink, met van die vierkante gaten erin. Je kunt met een trap omhoog op het voetpad komen.

Het andere schip was er eerst en die mag dus eerst laden. Dit is een streep door mijn rekening. Dat laden duurt zo'n uurtje of 5 en dat vind ik krap. Ik moet om 17.00 uur op Kopenhagen airport zijn. Gelukkig lukt het de bemanning van het kleinere schip niet om aan te leggen. De golven zijn nog te hoog.

Wij gaan het proberen. Het lukt om vast te leggen, maar het schip deint zo hard, dat de kabels tegen de kant zullen stuk slijpen.

Besloten wordt om weer los te gooien. Ik geef Floris mee, dat het verstandig is, dat ik nu van boord ga.

Goed. Ik als een razende naar beneden, mijn koffer halen, mijn rugzakje en mijn jas.

Mijn geopende computerscherm en mijn halve bak koffie blijven als een stilleven achter.

Ik neem afscheid van de kapitein en geef mijn koffer aan de bemanning die proberen het gevaarte aan land te krijgen. Het lukt maar net.

Ik klim over de reling en wacht een goed moment van deining af om hink stap sprong aan land te zien komen. Met ware doodsverachting overbrug ik de kloof tussen boot en pier en ontsnap aan een vals grijnzende zee.

Floris staat aan de kant en helpt me. Wij geven elkaar een kus, ik bedank hem en hij klautert weer aan boord.

Onmiddellijk vaart het schip weer weg. Ik heb niet eens afscheid genomen van Kokkie.

Als na een plotselinge dood, weet ik het even niet meer. Een beetje verbaasd sta ik nog te zwaaien.

Ik hoor het me nog zeggen:"shit wat een mooi vak". Ik loop naar de Deen toe, die van de kalkfabriek is

en de lijnen aanpakte aan wal. Ik vraag hem of hij vervoer kan regelen naar Store Heddington. Hij kan een taxi voor mij regelen.

Ik sjouw mijn koffer de trap op van de pier en wil het voetpad betreden.

Hij gaat echter naar links en ik naar rechts.

Er staat een soort cabine. Hij doet de deur open en wenkt me dat ik moet gaan zitten.

Met de koffer op schoot razen we naar de vaste wal. Het b;lijkt een treintje te zijn.

Alles zit onder de kalk en stuift. De tocht duurt zo'n 5 minuten en als ik aankom, zit ik onder de kalkvlekken. Ik blijf buiten wachten. Er komt een man naar buiten. Een hele grote dikke Deen met een vervaarlijke baard.Het blijkt de machinist te zijn. Hij vertelt dat hij weer naar huis gaat, omdat ze pas om 14.00 uur gaan werken.

Ik vraag of hij naar Store gaat en of ik mee mag. Natuurlijk mag dat. Wij stappen in een voor hem veel te  klein autootje, maar zijn binnen 10 minuten bij het station Zo, even een kaartje kopen bij de automaat. Nou, nee dus. Het kreng accepteert alleen maar een Deense credit card. Je kan dan alleen met munten betalen.

Dus even het dorp in naar een bank, geld pinnen en dan een krentenbol kopen zij de bakker om aan klein geld te komen.

Nou, de muntjes pasten zomaar en de krentenbol was vies.

Om half elf kom ik in Kopenhagen aan. Koffer in de kluis, een wandelroute bij het VVV

halen en de stad in. Het was een hele leuke route om te lopen.

Even lunchen aan de beroemde Nyhavn. Ja, zit je daar op een terrasje en zie je al die mensen.

Nou, de gedachten die ik daarbij had, kunnen ook wel weer een paar blaadjes vullen.

Doen we dus niet. Ik vertrek om 16.00 naar de luchthaven. In de trein zijn gedeeltes waar je niet mag spreken.

Heel grappig. Het is er doodstil. Nou, gauw naar de incheckbalie, nog even betalen voor overgewicht. Nee, mijn  koffer natuurlijk. En dan maar lekker niets kopen bij de taxfree. Mijn geliefde fles Tullamore Dew kost daar 4 euro meer dan bij ons bij de C1000.

Lekker stuk pizza gekocht met smaakversterkers, dus binnen een uur had ik hartkloppingen. Dat doen sommige smaakversterkers bij mij. Toen bleken we een half uur vertraging te hebben, maar dat kon de pret niet drukken.

Op schiphol kwam ik de schuifdeuren uit en toen vond natuurlijk de apotheose van de hele reis plaats. Daar doe ik het allemaal voor. Ik ga weg omdat het zo fijn is om thuis te komen. Daar stond mijn Miesje. MWoii, heerlijk om weer bij je te zijn. Ik zeg: "ik heb het heel fijn gehad", Mies zegt: "ik ook". "Goed dat ik er weer ben".

"Ja fijn". En zo wandelen we door de lange gangen van Schiphol dit verhaal uit.

Met heel veel dank aan Kapitein Heinz, Stuurman Floris, Kokkie en de rest van de bemanning.

Het was geweldig.

En natuurlijk de scheepseigenaar, Jan van Dam, die het allemaal goed vond. Ik ga toch nog eens met hem praten.

Pars van Gessel