Sitemap >> Reisverslagen >> Lianne
REISVERSLAGEN : LIANNE International version English

Reisverslagen

03-05-2010 reisverslag Pars van Gessel

Zeereis mei 2010

Deel 1

 

Het is woensdag ochtend 28 april 2010. Het is een sudderochtend. Mies en ik zijn net wakker geworden van het geluid van de vogels. In het Amsterdams is het net anders. Daar heb je het lawaai van de vogels en het geluid van het verkeer. Dat is een kwestie van perceptie. In welke wereld sta je? Voor een echte Amsterdammer stel ik mij voor dat krokodillen van damestasjes gemaakt zijn.

De telefoon gaat en met nog klamme kaken neem ik hem aan. Het is Floris, onze zoon. Hij is kapitein op het trotse vrachtschip de Lianne, dat vaart voor www.vandamshipping.nl. Daar kan je alle gegevens vinden.

Ik zet de luidspreker aan. “hee Pa, ik lig straks in Brake in Duitsland en ga naar Spanje en Portugal, ga je mee? Moet je vanavond naar Duitsland komen. O jee, ik moet 30 april nog werken, heb afspraken, moet naar de notaris voor de hypotheek, moet nog copy voor de kerk maken en een rooster en ik zou in de meivakantie met Mies het huis opruimen. Heb wel vanaf 1 mei een maand vrij.

Van het ene moment op het andere verandert mijn pan met hersens in een pan ratatouille. Een vergaarbak van twijfels, verlangens, creatief denkwerk en ingehouden flexibiliteit.

Ik  wil loyaal zijn naar Mies toe, maar ze zegt:”dan ga je toch?Nu kan het!”.

Dat zetje had ik even nodig om een snel besluit en plan in werking te stellen. Wat is het toch een prachtmeid.

Ik leg de telefoon neer en beloof Floris terug te zullen bellen. De uren daarop verlopen op mijn gebruikelijke chaotische manier, maar daaruit wordt altijd iets moois geboren.

Eerst Amsterdam bellen. Cor gaat over mijn aanwezigheid op 30 april. Cor is een goed mens.

Dan Ronald bellen.Hij gaat over onze afspraak met de notaris. Ja, het kan in de laatste week van mei. Floris terugbellen. Hij zit net buiten bereik ten Noorden van Nederland.

Een paar uurtjes later heb ik nog een vergadering op het werk in Almere. Floris belt.

Het gaat door. Op donderdagochtend om 9 uur vertrekt er een bevoorradingsbusje vanaf Eemshaven naar Brake. Even boodschappen doen, mijn copy maken en koffertje pakken.

Veel heeft die ouwe Van Gessel niet nodig. Zijn gebruikelijke afgedragen trekkerskleren.

Alles sneldrogend en passend in een klein koffertje. Alleen mijn mascotte kan ik niet vinden. Waar is Rubbertje? Rubbertje is een klein kunstvisje. Een gewone kop met een open mondje en daarachter een geraamte. Afgekloven zeg maar. Rubbertje heb ik toen ik een jaar of 14 was

in Amsterdam op straat gevonden en sindsdien vergezeld hij mij op al mijn reizen. Ik hou van Rubbertje en Rubbertje van mij. Maar Rubbertje zit in een zwart toilettasje en dat hele tasje kan ik niet vinden. Het is niet anders. Voor het eerst in 45 jaar mag ie niet mee. Arme Rubbertje.

Ik ga  ’s-avonds met Mies bij de Griek eten. Erg lekker.

De volgende ochtend om 06.00 uur rijd ik met de auto van Floris naar het kantoor van Jan van Dam in Eemshaven. Jan van Dam is de eigenaar van Van Shipping. Hij heeft 8 schepen.

De ontmoeting is altijd weer leuk. Jan is zelf ook kapitein en een goede baas en zakenman.

Zijn bedrijf groeit tegen de verdrukking in. Hij weet altijd de goede mensen om zich heen te verzamelen, maar het is ook een goede kerel.

Na uren wachten in verband met douaneformaliteiten, vertrekken we met de chauffeur Hans en met Ronnie de 2e stuurman, naar Brake. We hebben eten, onderdelen en een nieuwe wasmachine aan boord.

Als we in Brake aankomen ligt de Lianne aan de kade. Hij is nog leeg. Wij gaan staal laden.

De ontmoeting met Floris is ook weer leuk. Hij is druk bezig met allerlei papieren. Het schip is wat gedateerd en van Turkse makelei. Het is er rommelig, riekt naar dieselolie, maar wel gezellig. Aan boord is een stagaire, Martijn , 2 Filipijnen die Juan en Genniebe heten en twee Oekrainers, Joeri de machinist en Vitali de bootsman. Wij zijn dus met zijn achten.

Al gauw krijg ik te horen dat ik de kok moet leren koken. Hij krijgt de boel warm, maar dan houdt het een beetje op. Martijn sprong altijd bij aan het einde van de kookperiode, want dan liep alles uit de hand. Bij mijn vorige tocht heb ik de Filippijn Paul wat kneepjes bijgebracht. Juan is erg blij dat ik er ben, want hij heeft met Paul gesproken. Het is leuk, want dan kan je je aan boord ook nog nuttig maken.

Het laden begint. Grote rollen staal en platen worden ingeladen. Het gaat tergend langzaam.

Om half zes gaan we eten. De kombuis is erg klein. Wij zitten aan een tafel met hoekbank.

De kok presenteert brood met een warme visprak. Een blikje tonijn openmaken, wat uitjes erdoor, bakken en smullen maar. Ik merk dat mijn komst voor de jongens de vervulling van een culinaire behoefte betekent. De muffe lucht blijft nog een poosje in mijn neus hangen.

Het ruikt een beetje naar de lucht die je inademt van iemand die verkouden is. Maar snuiten helpt niet.

Het aanwezige gezelschap is goed te beschrijven. De bootsman is een kleine man en maakt absoluut geen contact. Hij kijkt je niet aan en in Amsterdam zouden ze zeggen: “als ie lacht, breken zijn kaken”. Ik noem hem eigenlijk meteen al het zonnetje in huis. De machinist is een boom van een kerel. Behalve op de trappen moet hij met zijn hoofd gebogen lopen. Hij maakt een heel gesloten indruk. Hij zal ongeveer 40 jaar zijn. Lachen doet hij niet of nauwelijks.

Nou, een mooie uitdaging om te kijken of ze een beetje op te vrolijken zijn.

De Nederlandse jongens zijn gezellig en joviaal en de Filipijnen hebben eigenlijk altijd een vrolijke natuur.

Floris en ik gaan na het eten aan wal en lopen een flink stuk langs de kade. Even bootjes kijken.

Het is best gevaarlijk. Je moet opletten niet overreden te worden door de kris en kras rondrijdende vorkheftrucks met spoorstaven. Achteruit, vooruit, draaien, pas op dat je niet in de buurt bent.

Rond 22.00 drinken we nog een biertje en ik ga naar mijn hut. 2 trappen naar beneden.

Het is er klein. Er is een lekker bed,   een douche en een toilet.

De patrijspoort gaat niet meer open. Maar het is goed.

Het laden gaat door tot 02.00 uur en dan vanaf 6 uur weer verder.

Ik ga slapen en stuur nog een sms-je:

 

”oooh heerlijk die meer dan vage lucht van dieselolie en het geruis van de generatoren, ik ben gelukkig.”

Ik slaap heerlijk. Ik word om 7 uur wakker door het gebonk van het laden.

We ontbijten en ik begin om 10 uur kokkie te helpen met het koken. We maken andijviestamppot, sla en een toetje. Ik begin met het schillen van een flinke hoeveelheid aardappelen. Ze zijn wat oud. Het lijkt wel of ik tennisballen aan het schillen ben.

Maar het gaat goed. Ik leg kokkie de goede volgorde uit en we beginnen aan het toetje.

Ik dacht aan een soort vla met vruchtjes, maar hij kwam met chocolade-saroma aan.

Dat is niet lekker. Het worden vruchtjes met slagroom.

Het is 10.45 uur als we afvaren. Floris stuurt en ik ga door met mijn werk.

Wij varen naar Berneo in Spanje, dan naar Bilbao en vervolgens naar Viana Do Castello in Portugal.  

Precies om 12.00 uur is het eten klaar.

Iedereen komt aan tafel. De oekrainers schuiven geruisloos aan.

De bootsman komt als een schicht binnen, neemt een heel klein hapje van mijn stamppot en

schept vervolgens een flink bord op. Het blijkt dat hij ook wel eens zo weer weg gaat.

Aan het einde glipt hij weer weg. De machinist vraag ik of het gesmaakt heeft. Zie hier, de zon gaat schijnen. Hij lacht en glundert en knikt heel bevestigend. Ineens blijkt hij best wel een leuke man. We laten nog wat voor hem over voor in de avond.

 

Floris krijgt van de kok eten boven. De keuken is een puinhoop, maar kokkie stuurt mij weg. Hij wil zelf opruimen. Ik kan het hem gelukkig niet verbieden.

Ik ga een uurtje slapen en als ik wakker wordt zitten we op volle zee. Het is winddkracht vier en een lekkere deining. Floris, Martijn en Ronnie zijn op de brug. Het is erg gezellig met de knapen en we hebben veel plezier. Wij hebben het over Koninginnedag en overwegen of we nog tompoezen kunnen maken. De kleur oranje is een probleem. Wij hebben wel muisjes.

Zou je de roze van de witte moeten scheiden en prakken. Ik suggereer dat we de machinist kunnen vragen. We zien het al helemaal voor ons, dat die man met die enorme handen niet eens zo’n klein muisje kan vast pakken. We hebben pret. Ik had ze gisteren mee moeten nemen.

 

Het is nu 16.50 uur Het schip begint lekker te stampen en we moeten ons af en toe goed vasthouden. Langzaamaan worden de golven steeds groter.Wij gaan boven de eilanden varen en dan de Noordzee op. De wind zal toenemen. Boven Biskaje is het nu 8 beaufort en dat vinden zelfs zeelui niet leuk. Maar dat duurt nog een paar dagen. Waarschijnlijk komen wij woensdagavond laat aan of donderdagochtend, afhankelijk van het tij.

Ik geniet van Floris. Hij heeft een prachtig natuurlijk leiderschap. Hij laat iedereen de ruimte,

leert mensen wat eigen verantwoording is en heeft veel gezag, ook buiten het schip bij de beladers enz. Leuk om dat zo te zien.

 

In de avonduren zitten Floris en ik op de brug. Er staan lekkere grote golven en het is wolkeloos weer. De golven staan recht op het schip(Westenwind), dus de deining valt nog mee. Hij deint van voren naar achteren en de golven spatten over het voorschip in in grote zuilen van water. Heerlijk.

Om 5 uur in de ochtend wenden we naar het zuidzuidwesten en dan hebben we ze aan de rechterzijkant(stuurboord). Houd je dan maar vast.

 

Zeereis deel 2

 

Het is zaterdagochtend 1 mei 2010 rond 5 uur als ik wakker wordt. Het schip ligt behoorlijk te schommelen en ik concludeer dat we inmiddels richting zuidzuidwest varen. Ik voel me misselijk. Ik sta op, drink wat water en ga recht in mijn bed liggen. Ik probeer mij te ontspannen en het werkt. De misselijkheid zakt af en ik val weer in slaap.

Als om kwart over 7 de wekker afloopt, voel ik mij prima. Het schommelen is ook minder geworden.

 

Ik ga naar de brug en Floris heeft de wacht van Martijn overgenomen. `hee Pa`, zegt Floris.

“Dat verhaal van je, daar klopt geen barst van!”. Het heeft er de schijn van dat mijn verslaglegging betreurenswaardig is.

De firma van Dam is een familiebedrijf en Jan is samen met zijn vrouw Ankie eigenaar. (Kijk eens op www.vandamshipping.nl hoe alles ontstaan is). Martijn is geen stagaire maar 1e stuurman. Ronnie is afgestudeerd en gaat nu in de praktijk ingewerkt worden   om 1e stuurman te worden. Daarom begin je bij dit bedrijf als 2e stuurman. Vitaliy de Oekrainer, het zonnetje in huis, is geen bootsman, maar motorman, 2e machinist, hij doet onderhoudswerkzaamheden aan de machines. Dieselolie daar vaart het schip niet op, het is stookolie. Jawel kapitein, u zegt het maar.

 

Even ontbijten en dan weer naar de brug. Er staan lekkere golven. Wij drinken koffie en eten heerlijke appeltaart die Martijn gebakken heeft. Ik vertrek vervolgens naar de kombuis.

Kokkie is er ook al en wij begroeten elkaar enthousiast. Wij gaan naar de store(de proviandruimte). Hij komt met een bak tennisbalheimers(oude aardappelen), 3 uien en 1 prei aanzetten. Ik vraag mij af wat hij in hemelsnaam wil maken. Hij vertelt mij iets, maar ik begrijp hem niet. Zijn engels is echt minimaal. Er is vertwijfeling in zijn blik. Ik begin te lachen, dan hij ook. Tja, we moeten wel wat. Ik wijs op de aardappelen en zeg: “more” vervolgens op de prei en zeg “four”.

Ik leg hem uit extra aardappelen te willen maken voor de Oekrainers. Die eten veel meer aardappelen dan wij. Brood is slechts bijzaak. Hebben ze ’s-avonds ook nog wat.

Kokkie werpt zich op de carbonades en ik ga aardappelen tot blokjes verwerken en prei snijen.

  Ik rasp een behoorlijke hoeveelheid kaas en alles wordt bij elkaar gegooid.

Het eten is klaar. Iedereen schuift aan tafel. Mijn overburen, de Oekrainers scheppen flink op.

Er wordt niet eerst meer geprobeerd. De machinist geniet er duidelijk van en de motorman ook. Ik zeg:”Vitaliy, you like t?”. Hij is net klaar. Staat onmiddellijk op, tovert een glimlach op zijn gezicht en knikt:”thank”. En weg is ie. Gejaagd door de wind zou mooie literatuur voor hem zijn. Voor zo’n jongen moet het taalprobleem extra lastig zijn. Ik ben bezig om een Borsjmaaltijd voor te bereiden.(een speciale Slavische soep). Misschien ga ik hem wel om advies vragen.

 

Yuriy, de machinist is duidelijker. Hij is blij met zijn prakkie. Wij wisselen ook steeds meer blikken van verstandhouding. Het schijnt een echte volksaard te zijn om zo teruggetrokken over te komen.

Af en toe komt hij bij Floris op de brug. Ik kom tot de ontdekking dat het een heel goede vakman is. Hij schijnt heel veel gestudeerd te hebben en met zijn kennis op een universitair niveau te zitten. Uiterst serieus is hij met zijn werk bezig. Erg leuk om die toewijding te zien.

Na het eten ga ik met een klapstoel naar het voordek om te zonnen. Daar hoor je de motor niet meer. Maar de wind is koud en ik ga weer terug. Floris geeft een hengst op de scheepstoeter en ik spring een halve meter omhoog. Het is een goeie.

Ik ga in de middag lekker een paar uur slapen. Als ik weer boven kom is de zee spiegelglad geworden. Ik zie 2 zeehonden zwemmen. Ze hebben het duidelijk naar hun zin. Ik moet grinniken, misschien heten ze wel Mies en Pars. Het is werkelijk prachtig weer. Rond 17 uur zitten we ter hoogte van Zeeland.

Als ik dit schrijf is het 22.00 uur. Floris is bezig om Ronnie allerlei kneepjes van het vak bij te brengen. Zelf ik vind de kennisoverdracht duidelijk. Leuk om die 2 bezig te zien.

Om 22.30 ga ik slapen. Het lijkt wel of het schip stil ligt, zo glad is de zee.
Het is zondagochtend, behalve Floris die de wacht heeft is alles nog in diepe rust.

Wij varen inmiddels onder Engeland in westelijke richting. De zee is spiegelglad en er zijn prachtige grijze luchten. De coast-guard geeft een windwaarschuwing af. Wij zullen naar 5-6 Bft gaan. Daar is nu nog niets van te merken.

 

Ik   ga voor mijzelf de overtocht over de golf van Biskaje voorbereiden.  

En zoek plaatsjes van de soorten dolfijnen en walvissen die er regelmatig waargenomen worden. Hangt een beetje af van de wind, want, dat zagen we in Canada, als er teveel wind is, zie je helemaal niets.

Ik ga weer een poging wagen Kokkie te helpen. Op zondag eten ze friet en biefstuk.

In de diepvries liggen heel veel soorten vlees   en vis. Om de verrassing er in te houden, zitten haast nergens stickertjes op wat er in zit.   

Kokkie en ik staan in de kombuis. Kokkie gooit zijn hoofd omhoog alsof hij wil zeggen “wat mot je”. Ik kijk in een gapend rond gat met tanden en er komt een klank uit: “fietsiebols?”.

Ik zeg: “fietsiebols!”. Kokkie weer:”what fietsiebols”. Fietsiebol here, fietsiebol there, fietsiebol everywhere! Ik weet echt niet wat hij bedoelt. Ik haal wanhopig mijn schouders op. Hij krijgt een brainwave en wenkt me hem te volgen. Wij gaan de store binnen en hij trekt de koelkast open. Hij laat zijn arm bezwerend over de groenten gaan. Opeens opent zich mijn verstand,   voorzover in betrekkelijke mate aanwezig. “Oooooh you mean “vegetables”. Hij begint onbedaarlijk te lachen:  “yes”.

Als groenten geef ik aan dat wij “salad” eten. “Salad”?vraagt hij mij. Ik zeg: “ ja, salad”.

“oooh salad”.   “Yes salad”. Volgens mij eten we sla.

 

In het kort herhaalt zich het verhaal met het woord “pokkiemiet”. Na diepgaand onderzoek blijkt dat “porcmeat” te zijn., varkensvlees. Mijn bereidingswijze van eten is hem vreemd, maar hij luistert en kijkt geïnteresseerd.

Na het eten zijn de Oekrainers mij dankbaar. Vitaliy begint zelfs te lachen en zegt”thank you, very good” en Yuriy de machinist slaat mij op de schouder. Ik ben meteen een halve meter korter, maar het is een goed gevoel als je het de mensen   een beetje naar je zin maakt.

 

Tijdens de voorbereiding van de maaltijd ben ik begonnen met Borsj te maken. Een soort Russische bietensoep. Eerst bouillon trekken en dat een dag laten staan. Morgen komt de rest.

Ben benieuwd of het echt mijn vrienden worden, of dat ik ze vreselijk beledig, want ik heb het zelf ooit   1 keer eerder gegeten. Het wordt een “gouwe of een ijzere” zeggen ze in Amsterdam.

Tijdens mijn middagdutje is het flink gaan waaien. De coast-guard voorspelt noordwest 7 bft.

Als wij morgenochtend voorbij Bretagne naar het zuiden afzwenken komen de golven recht van de Atlantische Oceaan.

In de avonduren is het gezellig op de brug. We luisteren naar Jochem Meijer.

Maandagochtend rond negen uur arriveren we in de Golf van Biskaje. Ben reuze benieuwd.

Over de Golf vond ik een stukje op internet van een reisverslag:

 

“Onder een golf wordt een stuk zee verstaan dat aan drie kanten ingesloten ligt door land. Nu ligt een baaitje in de Middelandse zee eveneens ingesloten door land maar een golf kent daarnaast de eigenschap dat het groot genoeg is en dat hij open ligt ten opzichte van de richtingen waar stormachtige winden vandaan komen. Andere beruchte golfen zijn de Golf van Mexico en de Golf van Californië.
De Golf van Biskaje is een moeilijk stukje vaarwater wat met name wordt veroorzaakt door de dominante westenwinden in ons deeltje van de wereld die het oceaanwater als het ware in de kom van de Golf stuwen, daarbij hebben golven 3.000 mijl de tijd gehad om zich tot ongekende hoogtes op te stuwen. Daarnaast krijg je in dit stuk water te maken met het Continentaal plat de diepte van de oceaan wordt vrij plotseling van ca. 4.500 meter diep tot hooguit 100 meter diep, ook dit zorgt, in combinatie met zwaar weer voor een moorddadige zee met een uiterst lastige zeegang.”

  Met een beetje geluk kunnen we er de volgende walvissen en dolfijnen aantreffen.

Ik ben benieuwd. Ik sluit deze avond af en in het volgende kunnen jullie het Biskaje avontuur lezen. Tot dan
 
 

Zeereis deel 3.

Het is maandagochtend 3 mei en ik word misselijk wakker. De boot schommelt aardig.

Als ik mijn bed uit ga word ik snel weer de oude. Floris staat inmiddels op de brug en er staan aardige golven. Wij drinken een kop koffie. Internet ligt eruit en komt pas in de loop van de dag weer terug. Nog een paar uurtjes en dan gaan we naar het zuidoosten afzwenken, voorbij de uiterste punt van Frankrijk, de Golf van Biskaje in. De zee zal dan weer anders zijn. Je hebt soms wel een paar keer per dag een andere zeegang.

 

Rond half negen begin ik met mijn   Russisch-Oekrains recept. Ik laat kokkie ander werk doen en heb de keuken voor mijzelf. De zee gaat aardig te keer, maar ik verschans mij bij de hoek van het aanrecht en dan sta ik lekker stevig. De lades gaan open en dicht en er zitten niet eens knopjes op om ze af te sluiten. Het is een heel concert. Ik doe er lappen tussen en dat helpt.

Borsj, daar gaat ie. De bouillon is al klaar, bijna 5 liter. Nog even proeven, ja, hij is goed!

Beetje zout, maar dat gaat straks wel over.

Ik ga naar de store om de ingrediënten te pakken   en loop even met mijn pantoffels over het achterdek. Dat vinden de golven erg leuk, ze spoelen over het dek en vergeten niet mij natte voeten te bezorgen, aardige jongens hoor, die golven.

Ik schil 1000 gram aardappelen en maak er blokjes van. Dan de witte kool snijden, 500 gram, dan 2 winterpenen raspen en 500 gram gekookte bietjes. Dan worden er 2 uien gesneden. Het lijkt een enorme hoeveelheid te worden en ik vraag me af of het wel allemaal in de pan kan. Als het allemaal voorbereid is zet ik de pan met bouillon op de elektrische kookplaat. Ik bind hem vast met een stuk touw, want een bouillonpan die in de kombuis een eigen leven gaat leiden, staan we natuurlijk niet toe. Kom nou, want denkt ie wel, de natnek. Klotsen naar de baas? Pas op hoor!

Ik ga weer een bakkie doen bij Floris en kijk het recept nog even door. Ik kom tot de conclusie dat ik gauw verder moet gaan om om 12.00 uur precies op tijd klaar te zijn.

De bouillon kookt inmiddels en ik kieper er de aardappelen en de kool in. Dan gaat er een halpakje croma in een braadpan en ik voeg er de geraspte bietjes en een half blik tomatenpuree in. Even wat van de heerlijke bouillon erbij en pruttelen maar.

Inmiddels kookt de soep weer. De pan wordt gevaarlijk vol.

Dan komt het laatste. De wortelen en de uien gaan in de braadpan. Weer een half pak

Croma en een hoeveelheid bloem. Ik roer het tot een plakkerig geheel en voeg bouillon toe.

Ik heb het niet zo op bloem. Het is net of je gluton van je eten maakt. Er ontstaat een

vreemd pallet van geel, wortel en ui. De sliertjes wortel kijken mij verbaasd aan voordat ze gesmoord worden. Ik gooi de ontaarde substantie  in de grote pan.

Ik begin te roeren. En mijn   leesbrilletje kijkt op het puntje van mijn neus nieuwsgierig mee.

Hij leunt bijna te ver voorover.

Tjonge, het wordt warm, ik kan brilletje nog net behoeden, maar ik zweer u: als ie in de soep gevallen was, had ik hem laten zitten. Ik had de reaktie van die jongens willen zien, als zij ineens zo’n nieuwsgierig brilletje op hun bord gehad zouden hebben.

De soep is klaar en de pan zit boordevol.

 

Kokkie komt binnen en ik schep twee kleine bakjes soep in.

Wij proeven allebei. We weten het nu zeker. Het is wetenschappelijk bewezen.

Als een man moet kiezen tussen lekker eten en ………, kiest hij eten.

De soep is echt heerlijk. Wij kijken elkaar aan. Woooow, wat lekker.

Als iedereen komt eten kijk ik opgewonden en gespannen naar de twee heren tegenover mij.

De grootste doet de pan open, ik zie hem even aarzelen, en dan kijkt hij erin/ Er komt een grijns op zijn gezicht.   “borsjsss” zegt hij. Hij kijkt mij stralend aan.

De andere kijkt ook instemmend. Onmiddellijk lopen ze van tafel en gaan de keuken in.

Wat nu? Ze pakken een paar teentjes knoflook! En een boterham.

Ze gaan weer zitten en het wordt doodstil. Hun hoofden zakken tot bijna in het bord.

Er ontstaat een soort bijzondere Oekraiense rythmiek. Hoofd bijna in het bord, knauwtje van de knoflook, happie brood, slobbertje soep. Knauwtje, happie, slobbertje;knauwtje happie slobbertje.    

 

Knauwtje, happie, slobbertje

Met je hoofd bijna in het bord,

Ja,  Borsj eten is een hele fijne sport

Dat kan allemaal op dit fijne vessel,

Met als meesterkok meneer Van Gessel.

 

Nou, hij was echt lekker en de Oekraiense jongens heb ik echt een plezier gedaan.

De stille, Vitaliy begon er ’s-avonds zelfs enthousiast over te vertellen. Dat was echt leuk

hij straalde helemaal. En die grote pan? Nou, die is nu, 5 uur later bijna leeg.

Wij vroegen ons wel af of de Hongaarse goulash geen familie van dit gerecht is. Dan kom je met een blik en wat toevoegingen ook een heel eind.

Na zelf ook een paar bakken gegeten te hebben ging ik mijn gebruikelijke middagdutje doen, maar dat duurde maar kort. Het schip maakte de zwenking naar het zuidoosten. Ik had het gevoel of hij een soort spiraal beweging maakte. Ik rolde heen en weer in mijn bed en besloot na een uurtje naar boven te gaan.

Er stonden golven van 4-6 meter hoog en die kwam links van het schip aanzetten.

Een spectaculair gezicht. Wij werden een paar keer gelanceerd en zeilden  

over de vloer van de brug.

Enige uren later is het over. Het nu avond en bijna wolkeloos, we gaan een mooie zonsondergang tegemoet. Er zijn wat kleine wolkjes.

De wind is afgenomen en we hebben de golven van achteren. Ze zijn wat lager en langer.

Er staat een lekker muziekje op en Floris, Ronnie en ik zitten met ons laptopje. Ideaal zo’n ding. Martijn is een tukkie gaan doen, want die heeft de nachtwacht.

 

De wacht wisselt elke 6 uur. Het is verstandig na elke wacht even te gaan liggen.

Martijn heeft de hele dag geprobeerd een vis te vangen met een lijntje dat achter de boot aan hangt. Niet dat de hele dag heeft zitten vissen, maar je moet gewoon een paar keer per dag gaan kijken. Maar ze hadden hem door.  

Zo gaat deze dag weer voorbij en hebben we weer veel plezier gehad. Nu ga ik bijna buiten van de zonsondergang genieten en zwijmel lekker weg en denk aan mijn meissie, daar heb ik geen fishermans friend voor nodig.

 

Zeereis deel 4

 

Ik heb weer een misselijk gevoel als ik wakker word. Het is dinsdagochtend rond een uur of 6.

Ik ga naar Martijn die de wacht heeft. Even een bakkie doen. Het schemert en de halve maan schijnt in het water.

Voor de jongens bak ik roerei voor het ontbijt. Het is een hele toer om te blijven staan. Achter mij in het kombuis staat de deur open naar het achterdek. Grote golven komen ons achterop en tillen de boot keurig op. De roerei   gaat er goed in. Het misselijke gevoel verdwijnt.

De kok gaat vandaag nasi maken, zou goed moeten gaan voor een Filippijn, maar je weet maar nooit.

Ik ga weer naar de brug en mijn email bekijken. Het is leuk. Ik heb zo´n 52 mensen op mijn verzendlijst staan en bijna iedereen reageert.

Groot groter grootst. Ik ga naar buiten. De wind trekt aan . De golven zijn zo´n 6 meter hoog.

Als het schip omhoog gestuwd wordt is de hoogte bijna duizelingwekkend.

 

Wij verlaten het plateau dat op ongeveer 150 meter diepte ligt en we komen in het 645 meter gebied terecht. Floris wijst op het verschil en het verschil in golven. Dat komt door de diepte.

Zij gaan richting de   7 soms 8 meter en de tussenposen worden wat langer. Straks, over een uurtje komen we in het 1320 meter gebied en gaandeweg gaan we naar 2100,2500,3700 en 4090 meter diep. En iedere keer heeft het weer wat meer effect. Ik ben benieuwd. Het is echt heel spectaculair om die enorme watermassa´s op je af te zien komen.

Je blijft er naar kijken. Echter alles wat ik zie, geen walvissen of dolfijnen.

Het schip reageert er prima op.   Het is 10.00 uur en we zitten in het midden van de Golf.

Tjongejonge wat is dit gaaf.

 

Ik ga rond 11.15 bij Kokkie kijken. Blijkt dat ie om 10 uur de sateetjes al in de oven gedaan heeft. Zullen wel lekker taai worden. Ik ga de pindasaus maken en eitjes bakken. Het schip schommelt enorm. Alles wat niet achter een randje staat wordt gelanceerd. Wij moeten er erg om lachen.

Het eten is wel lekker. De sateetjes zijn van rubber geworden. Ach gossie, hoe zou het met Rubbertje gaan? Mijn lieve Rubbertje.

 

In de middag vertoef ik langdurig buiten. Ik kan niet stoppen met naar de golven te kijken.

De wind trekt verder aan en de zee is één  grote schuimmassa geworden. Enorme golven komen links schuin achter ons aan rollen.  3 kleine golfjes worden opgejaagd en samen geduwd tot   één grotere. Drie van die grotere golven worden samen geduwd en ook weer   één

grotere. En zo gaat dat maar door. Ze zijn tussen de 6 en 8 meter hoog en soms een uitschieter naar 10. Ze komen op het schip af en het lijkt of we er door verzwolgen worden, maar het schip wordt keurig opgetild. Het is maar goed dat de zee en het schip daar een goede afspraak over gemaakt hebben.

Op het achterdek zitten Ronnie en Genniebe een touwladder te repareren in het zonnetje.

Genniebe kreeg vanochtend een cadeautje. Er hing de hele ochtend een meeuw rond de boot.

En het lukte hem Genniebe met een volle flatsj op zijn hoofd te tracteren. Hoe is het mogelijk. We hebben vreselijk gelachen.

Hoera, ik heb 2 dolfijnen zien springen, maar de zee leent zich niet erg om ze goed te kunnen zien. Met het schip gaan we echt zeeberg op en zeeberg af. Het is heerlijk. Hij slingert, stijgt en daalt, maar doet goed zijn best. Hard gaat ie niet, maar 7,4 knopen, dat is 13,4 km per uur.

 

Alles gaat lekker, maar ik realiseer mij dat, als bijvoorbeeld lading gaat schuiven,  je een behoorlijk probleem hebt.  

En zo gaan we weer naar het einde van de dag. De lage zon schijnt prachtig door de wolken.   De golven zijn inmiddels iets lager en we deinen lekker richting Spanje. Rond de boot springen nu regelmatig dolfijnen. Het zijn gestreepte dolfijnen. In groepjes van 2 tot 5 scheren ze langs de boot en springen dan tegelijkertijd het water uit. Over het dek van de boot loopt in de lengterichting een touw waar je je aan vast moet houden als je naar de voorsteven loopt. Wij zijn net naar voren gelopen om daar dolfijnen te kijken. Wel een beetje eng op zo´n slingerend schip. Voor is het stil. Je hoort de motor niet, alleen het geruis van het water. Als je er over heen hangt dein je heerlijk met het schip mee. Mooie plaats voor mijmeringen.

 

Woensdagochtend alweer. Ik wordt wakker van een reeks smsjes. Het is kwart voor 8.

Mijn handwasje is weer droog. Lekker die trekkerskleren. Drogen snel.

Het lijkt alleen wel of je nooit je kleren wast.

Op de brug zit Floris. De Spaanse kust is in zicht. Ik zie vaag de bergen.

Wij hebben de wind precies van achteren.

Een anderhalf uur later varen we al in de richting van de haven. De wind neemt toe en er verschijnen venijnige koppen op de golven. De golven   zijn nog hoog. Straks moeten we naar rechts afvallen en dan de haven in steken. De vraag is of dat gaat lukken met deze wind.

Floris roept Ronnie naar boven, die ligt nog te slapen. Hij moet erbij zijn, want hij moet het tenslotte leren. Die jongen doet leuk zijn best. Het gaat hem allemaal goed lukken denk ik.

We hebben het over scheren. Zeelui horen zich tijdens de vaart niet te scheren. Als je dat wel doet krijg je slecht weer. Ik heb me 2 keer geschoren tijdens de reis en dat kan je meteen merken. `Daar zijn wij niet blij mee` zegt Floris.   

Het plaatje van de bergen, de zee en de zon ,die tussen de wolken door een soort projectorbeeld geeft ,zijn prachtig.

 

Er zitten 2 Turkse tortels op het dek. Die zitten er sinds gisterenmiddag. Floris moet vreselijk lachen dat ik zo´n ding een Turkse tortel noem, want het schip is ook van Turkse bouw. De diertjes zijn oververmoeid neergestreken en kunnen niet meer weg, maar het zal niet lang meer duren. Hij gelooft niet dat zo´n vogel werkelijk Turkse tortel heet. Ik zeg:”kijk dan op internet”. Floris tikt het in en roept, terwijl het beestje hem onnozel zit aan te staren:”verrek, hij is het”.  “ja jongen, zeg ik, je moet je oude vader eens een keertje geloven.   Als je een Turkse tortel ziet,   lijkt ie op zichzelf!`”

 

Floris probeert de “pilot”(loods) op te roepen, maar die reageert niet. Hij probeert het al een tijdje. Inmiddels zijn we een paar honderd meter   van de pier verwijderd. Het schip wordt iedere keer tot grote hoogte opgetild. He he he, hij lacht met zo’n typisch onderkoeld Van Gessellachje . Dit is het moment waarop je iets gaat doen wat ook mis kan gaan, of waar het mis gegaan is. 
  Floris geeft Ronnie opdracht om de goede inschatting te maken. Hoe loopt de stroming, hoe is de deining en de wind en hoe ziet het er om de hoek uit, want anders moeten we terug.

Schat de golven niet in, maar kijk hoe het water op de rotsen reageert aan de binnenkant. Wat is het moment  of je kiest om te gaan   of   terug te keren de zee op?

Inmiddels is er contact met de pilot. Het had ook niet langer moeten duren. De loods is er over een half uur en we draaien om. De kop gaat in de wind en Floris vaart weer rustig richting zee, en wij gaan maar met hem mee.

 

Ik ga het eten voorbereiden.

Precies om 11 uur komt er een piepklein bootje met daarin de loods.  

Behendig klimt hij aan boord. Een man van mijn leeftijd, lang, lenig ,grijs haar, en een scheiding van ongeveer 8,25 cm over zijn hoofd van voor naar achteren. Hij heeft donkere diepliggende broeierige ogen en een gegroefd donker gelaat. Hij heeft een snelle “look” over zich. Een grote gekromde neus maakt het verhaal compleet.

Floris en de loods groeten elkaar enthousiast. Hij hoeft Floris niets te zeggen. Floris vaart het schip nauwkeurig maar binnen. Het is een leuk haventje met vissersbootjes.

Vaardig wordt het schip vastgelegd.

 

Enige uren later trek ik met Martijn te voet het stadje in. Het is een typisch Baskisch havenstadje met veel vissersactiviteit, vind ik. Er lopen “echte” mannen rond. Alles is van de zee doortrokken hier.

Wij gaan naar de supermarkt om brood te kopen. Wij kopen brood, een doosje wijn en een baskische carameltaart, ingebed in slagroom. Voor de jongens aan boord, want dat hoort zo als je even aan wal gaat en de anderen moeten achterblijven.

Als we vanavond in Bilbao arriveren is er na 6 dagen zee gelegenheid om met elkaar wat te drinken, een biertje, een wijntje of een kopje lauwe bietensap, net wat je wilt.

Er hoeft dan een nacht lang niet gevaren en gewerkt te worden.

Wij kopen in de supermarkt zo’n 20 broden en vinden bij de kassa de lang verwachte Dolce Membrillo. Nee, dat is niet de juffrouw die er achter zit, alhoewel de jongens aan boord ons verzocht hadden veel vrouwen mee te nemen.  Weet u niet wat dat is? Dolce membrillo? Nou, wij ook niet. Wij zagen een plak verpakt in plastic, wat lijkt op marsepein. Wij beginnen te lachen, we gaan voor het geluk of de pech. Bij de kassa zou het iets zoets moeten zijn. Wij kopen het.

Wij lopen verder door het stadje naar een winkel met visgerei, want Martijn heeft wat spullen nodig.   Tja, het is siesta, dus hij gaat later in de middag nog een keertje terug met het vouwfietsje.  

 

Om de beurt sjouwen we de broodtassen.

Op de kade komen we een Nederlandse vrachtwagenchauffeur tegen. Hij :”aaaah,

C-duzend-tassn. Da moeten hollanders zijn van dat schip daar.” Hij vraagt wat Martijn doet aan boord. Martijn vertelt dat hij 1e stuurman   is. “ooh, dan bent u zeker de kapitein”, zegt hij tegen mij. “Nee”, zegt Martijn, “hij is de vàder van de kapitein”; “ja, dat kan je zo zien, u bent meer een toerist”. Vervolgens begint hij uitgebreid over zijn aanstaande scheiding te vertellen, waarbij we de indruk hebben dat zijn vrouw het nog niet weet. Wij breien een eind aan het verhaal en nemen afscheid.

 

Teruggekomen gaan we de Dolce de Membrillo

proberen. Floris kijkt in zijn woordenboekje. Welnu het heeft iets met kweepeer te maken.

Wat blijkt nu, het is een perenproduct. Samengeperst en gezoet en het heeft iets fondantachtig.

Martijn en ik nemen een klein stukje. Mmmmmm, lekker en dan is er geen weg meer terug.

In 10 minuten hebben wij het pakje soldaat gemaakt.

 

Tja, nu is dat op. Wij snijden de taart in 8 stukken en ook dat smaakt erg lekker.

 

Om 18.30 is de loods weer aan boord. Met uiterste precisie manoevreert  Floris het schip weer naar buiten.   De loods verlaat het schip na ons een hand gegeven te hebben. Hij stapt op zijn pilotbootje en wij varen verder langs de pier. Ronnie en Gennie zitten bij de voorsteven en ruimen de trossen op. Joep, even linksaf de pier voorbij en dan links afzwenken. Daar gaat de voorsteven van het schip ver   omhoog en vallen wij ten prooi aan de golven. Ze komen met grote kracht recht op   ons af. De boot heeft er zin in en de golven ook. Wij varen nu naar het noorden, maar zwenken straks af naar het westen en dan hebben we het spul van opzij.

Enorme watermassa´s spatten op aan de voorkant en Ronnie en Gennie krijgen de volle lading.

Advies van Floris als ze terug komen:”even lekker warm douchen”. Maar ze vinden het niet nodig.

Als we   naar het westen afgezwenkt   zijn, varen we op   2 mijl afstand van de kust parallel naar het westen. De zon schijnt op de bergen en schijnt tussen dikke grijze wolken door. De zee heeft bijna vrij spel met ons.Grote golven die van opzij komen en prachtige watercerplaatsingen bij het schip veroorzaken. Een aantal malen worden we gelanceerd en

Ondanks dat alles vast zit schuiven er nog spullen en wijzelf over de brug. Een enorm spectaculair gezicht en gevoel. Ik kan mij voorstellen dat mensen dit teveel van het goede vinden, maar wij genieten met volle teugen.

Onder andere van een prachtig spel van de zon door de wolken en ook een heel mooie ondergang.

Om 21 uur liggen we voor de rede van Bilbao en na 50 minuten komt de loods aan boord.

Hij klautert via   de touwladder omhoog,

Wij gaan een schouwspel van miljoenen lichtjes tegemoet. Het is donker en wij gaan aanmeren. Ons drankje tegemoet.

 

Zeereis deel 2

 

Het is zaterdagochtend 1 mei 2010 rond 5 uur als ik wakker wordt. Het schip ligt behoorlijk te schommelen en ik concludeer dat we inmiddels richting zuidzuidwest varen. Ik voel me misselijk. Ik sta op, drink wat water en ga recht in mijn bed liggen. Ik probeer mij te ontspannen en het werkt. De misselijkheid zakt af en ik val weer in slaap.

Als om kwart over 7 de wekker afloopt, voel ik mij prima. Het schommelen is ook minder geworden.

 

Ik ga naar de brug en Floris heeft de wacht van Martijn overgenomen. `hee Pa`, zegt Floris.

“Dat verhaal van je, daar klopt geen barst van!”. Het heeft er de schijn van dat mijn verslaglegging betreurenswaardig is.

De firma van Dam is een familiebedrijf en Jan is samen met zijn vrouw Ankie eigenaar. (Kijk eens op www.vandamshipping.nl hoe alles ontstaan is). Martijn is geen stagaire maar 1e stuurman. Ronnie is afgestudeerd en gaat nu in de praktijk ingewerkt worden   om 1e stuurman te worden. Daarom begin je bij dit bedrijf als 2e stuurman. Vitaliy de Oekrainer, het zonnetje in huis, is geen bootsman, maar motorman, 2e machinist, hij doet onderhoudswerkzaamheden aan de machines. Dieselolie daar vaart het schip niet op, het is stookolie. Jawel kapitein, u zegt het maar.

 

Even ontbijten en dan weer naar de brug. Er staan lekkere golven. Wij drinken koffie en eten heerlijke appeltaart die Martijn gebakken heeft. Ik vertrek vervolgens naar de kombuis.

Kokkie is er ook al en wij begroeten elkaar enthousiast. Wij gaan naar de store(de proviandruimte). Hij komt met een bak tennisbalheimers(oude aardappelen), 3 uien en 1 prei aanzetten. Ik vraag mij af wat hij in hemelsnaam wil maken. Hij vertelt mij iets, maar ik begrijp hem niet. Zijn engels is echt minimaal. Er is vertwijfeling in zijn blik. Ik begin te lachen, dan hij ook. Tja, we moeten wel wat. Ik wijs op de aardappelen en zeg: “more” vervolgens op de prei en zeg “four”.

Ik leg hem uit extra aardappelen te willen maken voor de Oekrainers. Die eten veel meer aardappelen dan wij. Brood is slechts bijzaak. Hebben ze ’s-avonds ook nog wat.

Kokkie werpt zich op de carbonades en ik ga aardappelen tot blokjes verwerken en prei snijen.

  Ik rasp een behoorlijke hoeveelheid kaas en alles wordt bij elkaar gegooid.

Het eten is klaar. Iedereen schuift aan tafel. Mijn overburen, de Oekrainers scheppen flink op.

Er wordt niet eerst meer geprobeerd. De machinist geniet er duidelijk van en de motorman ook. Ik zeg:”Vitaliy, you like t?”. Hij is net klaar. Staat onmiddellijk op, tovert een glimlach op zijn gezicht en knikt:”thank”. En weg is ie. Gejaagd door de wind zou mooie literatuur voor hem zijn. Voor zo’n jongen moet het taalprobleem extra lastig zijn. Ik ben bezig om een Borsjmaaltijd voor te bereiden.(een speciale Slavische soep). Misschien ga ik hem wel om advies vragen.

 

Yuriy, de machinist is duidelijker. Hij is blij met zijn prakkie. Wij wisselen ook steeds meer blikken van verstandhouding. Het schijnt een echte volksaard te zijn om zo teruggetrokken over te komen.

Af en toe komt hij bij Floris op de brug. Ik kom tot de ontdekking dat het een heel goede vakman is. Hij schijnt heel veel gestudeerd te hebben en met zijn kennis op een universitair niveau te zitten. Uiterst serieus is hij met zijn werk bezig. Erg leuk om die toewijding te zien.

Na het eten ga ik met een klapstoel naar het voordek om te zonnen. Daar hoor je de motor niet meer. Maar de wind is koud en ik ga weer terug. Floris geeft een hengst op de scheepstoeter en ik spring een halve meter omhoog. Het is een goeie.

Ik ga in de middag lekker een paar uur slapen. Als ik weer boven kom is de zee spiegelglad geworden. Ik zie 2 zeehonden zwemmen. Ze hebben het duidelijk naar hun zin. Ik moet grinniken, misschien heten ze wel Mies en Pars. Het is werkelijk prachtig weer. Rond 17 uur zitten we ter hoogte van Zeeland.

Als ik dit schrijf is het 22.00 uur. Floris is bezig om Ronnie allerlei kneepjes van het vak bij te brengen. Zelf ik vind de kennisoverdracht duidelijk. Leuk om die 2 bezig te zien.

Om 22.30 ga ik slapen. Het lijkt wel of het schip stil ligt, zo glad is de zee.
Het is zondagochtend, behalve Floris die de wacht heeft is alles nog in diepe rust.

Wij varen inmiddels onder Engeland in westelijke richting. De zee is spiegelglad en er zijn prachtige grijze luchten. De coast-guard geeft een windwaarschuwing af. Wij zullen naar 5-6 Bft gaan. Daar is nu nog niets van te merken.

 

Ik   ga voor mijzelf de overtocht over de golf van Biskaje voorbereiden.  

En zoek plaatsjes van de soorten dolfijnen en walvissen die er regelmatig waargenomen worden. Hangt een beetje af van de wind, want, dat zagen we in Canada, als er teveel wind is, zie je helemaal niets.

Ik ga weer een poging wagen Kokkie te helpen. Op zondag eten ze friet en biefstuk.

In de diepvries liggen heel veel soorten vlees   en vis. Om de verrassing er in te houden, zitten haast nergens stickertjes op wat er in zit.   

Kokkie en ik staan in de kombuis. Kokkie gooit zijn hoofd omhoog alsof hij wil zeggen “wat mot je”. Ik kijk in een gapend rond gat met tanden en er komt een klank uit: “fietsiebols?”.

Ik zeg: “fietsiebols!”. Kokkie weer:”what fietsiebols”. Fietsiebol here, fietsiebol there, fietsiebol everywhere! Ik weet echt niet wat hij bedoelt. Ik haal wanhopig mijn schouders op. Hij krijgt een brainwave en wenkt me hem te volgen. Wij gaan de store binnen en hij trekt de koelkast open. Hij laat zijn arm bezwerend over de groenten gaan. Opeens opent zich mijn verstand,   voorzover in betrekkelijke mate aanwezig. “Oooooh you mean “vegetables”. Hij begint onbedaarlijk te lachen:  “yes”.

Als groenten geef ik aan dat wij “salad” eten. “Salad”?vraagt hij mij. Ik zeg: “ ja, salad”.

“oooh salad”.   “Yes salad”. Volgens mij eten we sla.

 

In het kort herhaalt zich het verhaal met het woord “pokkiemiet”. Na diepgaand onderzoek blijkt dat “porcmeat” te zijn., varkensvlees. Mijn bereidingswijze van eten is hem vreemd, maar hij luistert en kijkt geïnteresseerd.

Na het eten zijn de Oekrainers mij dankbaar. Vitaliy begint zelfs te lachen en zegt”thank you, very good” en Yuriy de machinist slaat mij op de schouder. Ik ben meteen een halve meter korter, maar het is een goed gevoel als je het de mensen   een beetje naar je zin maakt.

 

Tijdens de voorbereiding van de maaltijd ben ik begonnen met Borsj te maken. Een soort Russische bietensoep. Eerst bouillon trekken en dat een dag laten staan. Morgen komt de rest.

Ben benieuwd of het echt mijn vrienden worden, of dat ik ze vreselijk beledig, want ik heb het zelf ooit   1 keer eerder gegeten. Het wordt een “gouwe of een ijzere” zeggen ze in Amsterdam.

Tijdens mijn middagdutje is het flink gaan waaien. De coast-guard voorspelt noordwest 7 bft.

Als wij morgenochtend voorbij Bretagne naar het zuiden afzwenken komen de golven recht van de Atlantische Oceaan.

In de avonduren is het gezellig op de brug. We luisteren naar Jochem Meijer.

Maandagochtend rond negen uur arriveren we in de Golf van Biskaje. Ben reuze benieuwd.

Over de Golf vond ik een stukje op internet van een reisverslag:

 

“Onder een golf wordt een stuk zee verstaan dat aan drie kanten ingesloten ligt door land. Nu ligt een baaitje in de Middelandse zee eveneens ingesloten door land maar een golf kent daarnaast de eigenschap dat het groot genoeg is en dat hij open ligt ten opzichte van de richtingen waar stormachtige winden vandaan komen. Andere beruchte golfen zijn de Golf van Mexico en de Golf van Californië.
De Golf van Biskaje is een moeilijk stukje vaarwater wat met name wordt veroorzaakt door de dominante westenwinden in ons deeltje van de wereld die het oceaanwater als het ware in de kom van de Golf stuwen, daarbij hebben golven 3.000 mijl de tijd gehad om zich tot ongekende hoogtes op te stuwen. Daarnaast krijg je in dit stuk water te maken met het Continentaal plat de diepte van de oceaan wordt vrij plotseling van ca. 4.500 meter diep tot hooguit 100 meter diep, ook dit zorgt, in combinatie met zwaar weer voor een moorddadige zee met een uiterst lastige zeegang.”

  Met een beetje geluk kunnen we er de volgende walvissen en dolfijnen aantreffen.

Ik ben benieuwd. Ik sluit deze avond af en in het volgende kunnen jullie het Biskaje avontuur lezen. Tot dan
 
 

Zeereis deel 3.

Het is maandagochtend 3 mei en ik word misselijk wakker. De boot schommelt aardig.

Als ik mijn bed uit ga word ik snel weer de oude. Floris staat inmiddels op de brug en er staan aardige golven. Wij drinken een kop koffie. Internet ligt eruit en komt pas in de loop van de dag weer terug. Nog een paar uurtjes en dan gaan we naar het zuidoosten afzwenken, voorbij de uiterste punt van Frankrijk, de Golf van Biskaje in. De zee zal dan weer anders zijn. Je hebt soms wel een paar keer per dag een andere zeegang.

 

Rond half negen begin ik met mijn   Russisch-Oekrains recept. Ik laat kokkie ander werk doen en heb de keuken voor mijzelf. De zee gaat aardig te keer, maar ik verschans mij bij de hoek van het aanrecht en dan sta ik lekker stevig. De lades gaan open en dicht en er zitten niet eens knopjes op om ze af te sluiten. Het is een heel concert. Ik doe er lappen tussen en dat helpt.

Borsj, daar gaat ie. De bouillon is al klaar, bijna 5 liter. Nog even proeven, ja, hij is goed!

Beetje zout, maar dat gaat straks wel over.

Ik ga naar de store om de ingrediënten te pakken   en loop even met mijn pantoffels over het achterdek. Dat vinden de golven erg leuk, ze spoelen over het dek en vergeten niet mij natte voeten te bezorgen, aardige jongens hoor, die golven.

Ik schil 1000 gram aardappelen en maak er blokjes van. Dan de witte kool snijden, 500 gram, dan 2 winterpenen raspen en 500 gram gekookte bietjes. Dan worden er 2 uien gesneden. Het lijkt een enorme hoeveelheid te worden en ik vraag me af of het wel allemaal in de pan kan. Als het allemaal voorbereid is zet ik de pan met bouillon op de elektrische kookplaat. Ik bind hem vast met een stuk touw, want een bouillonpan die in de kombuis een eigen leven gaat leiden, staan we natuurlijk niet toe. Kom nou, want denkt ie wel, de natnek. Klotsen naar de baas? Pas op hoor!

Ik ga weer een bakkie doen bij Floris en kijk het recept nog even door. Ik kom tot de conclusie dat ik gauw verder moet gaan om om 12.00 uur precies op tijd klaar te zijn.

De bouillon kookt inmiddels en ik kieper er de aardappelen en de kool in. Dan gaat er een halpakje croma in een braadpan en ik voeg er de geraspte bietjes en een half blik tomatenpuree in. Even wat van de heerlijke bouillon erbij en pruttelen maar.

Inmiddels kookt de soep weer. De pan wordt gevaarlijk vol.

Dan komt het laatste. De wortelen en de uien gaan in de braadpan. Weer een half pak

Croma en een hoeveelheid bloem. Ik roer het tot een plakkerig geheel en voeg bouillon toe.

Ik heb het niet zo op bloem. Het is net of je gluton van je eten maakt. Er ontstaat een

vreemd pallet van geel, wortel en ui. De sliertjes wortel kijken mij verbaasd aan voordat ze gesmoord worden. Ik gooi de ontaarde substantie  in de grote pan.

Ik begin te roeren. En mijn   leesbrilletje kijkt op het puntje van mijn neus nieuwsgierig mee.

Hij leunt bijna te ver voorover.

Tjonge, het wordt warm, ik kan brilletje nog net behoeden, maar ik zweer u: als ie in de soep gevallen was, had ik hem laten zitten. Ik had de reaktie van die jongens willen zien, als zij ineens zo’n nieuwsgierig brilletje op hun bord gehad zouden hebben.

De soep is klaar en de pan zit boordevol.

 

Kokkie komt binnen en ik schep twee kleine bakjes soep in.

Wij proeven allebei. We weten het nu zeker. Het is wetenschappelijk bewezen.

Als een man moet kiezen tussen lekker eten en ………, kiest hij eten.

De soep is echt heerlijk. Wij kijken elkaar aan. Woooow, wat lekker.

Als iedereen komt eten kijk ik opgewonden en gespannen naar de twee heren tegenover mij.

De grootste doet de pan open, ik zie hem even aarzelen, en dan kijkt hij erin/ Er komt een grijns op zijn gezicht.   “borsjsss” zegt hij. Hij kijkt mij stralend aan.

De andere kijkt ook instemmend. Onmiddellijk lopen ze van tafel en gaan de keuken in.

Wat nu? Ze pakken een paar teentjes knoflook! En een boterham.

Ze gaan weer zitten en het wordt doodstil. Hun hoofden zakken tot bijna in het bord.

Er ontstaat een soort bijzondere Oekraiense rythmiek. Hoofd bijna in het bord, knauwtje van de knoflook, happie brood, slobbertje soep. Knauwtje, happie, slobbertje;knauwtje happie slobbertje.    

 

Knauwtje, happie, slobbertje

Met je hoofd bijna in het bord,

Ja,  Borsj eten is een hele fijne sport

Dat kan allemaal op dit fijne vessel,

Met als meesterkok meneer Van Gessel.

 

Nou, hij was echt lekker en de Oekraiense jongens heb ik echt een plezier gedaan.

De stille, Vitaliy begon er ’s-avonds zelfs enthousiast over te vertellen. Dat was echt leuk

hij straalde helemaal. En die grote pan? Nou, die is nu, 5 uur later bijna leeg.

Wij vroegen ons wel af of de Hongaarse goulash geen familie van dit gerecht is. Dan kom je met een blik en wat toevoegingen ook een heel eind.

Na zelf ook een paar bakken gegeten te hebben ging ik mijn gebruikelijke middagdutje doen, maar dat duurde maar kort. Het schip maakte de zwenking naar het zuidoosten. Ik had het gevoel of hij een soort spiraal beweging maakte. Ik rolde heen en weer in mijn bed en besloot na een uurtje naar boven te gaan.

Er stonden golven van 4-6 meter hoog en die kwam links van het schip aanzetten.

Een spectaculair gezicht. Wij werden een paar keer gelanceerd en zeilden  

over de vloer van de brug.

Enige uren later is het over. Het nu avond en bijna wolkeloos, we gaan een mooie zonsondergang tegemoet. Er zijn wat kleine wolkjes.

De wind is afgenomen en we hebben de golven van achteren. Ze zijn wat lager en langer.

Er staat een lekker muziekje op en Floris, Ronnie en ik zitten met ons laptopje. Ideaal zo’n ding. Martijn is een tukkie gaan doen, want die heeft de nachtwacht.

 

De wacht wisselt elke 6 uur. Het is verstandig na elke wacht even te gaan liggen.

Martijn heeft de hele dag geprobeerd een vis te vangen met een lijntje dat achter de boot aan hangt. Niet dat de hele dag heeft zitten vissen, maar je moet gewoon een paar keer per dag gaan kijken. Maar ze hadden hem door.  

Zo gaat deze dag weer voorbij en hebben we weer veel plezier gehad. Nu ga ik bijna buiten van de zonsondergang genieten en zwijmel lekker weg en denk aan mijn meissie, daar heb ik geen fishermans friend voor nodig.

 

Zeereis deel 4

 

Ik heb weer een misselijk gevoel als ik wakker word. Het is dinsdagochtend rond een uur of 6.

Ik ga naar Martijn die de wacht heeft. Even een bakkie doen. Het schemert en de halve maan schijnt in het water.

Voor de jongens bak ik roerei voor het ontbijt. Het is een hele toer om te blijven staan. Achter mij in het kombuis staat de deur open naar het achterdek. Grote golven komen ons achterop en tillen de boot keurig op. De roerei   gaat er goed in. Het misselijke gevoel verdwijnt.

De kok gaat vandaag nasi maken, zou goed moeten gaan voor een Filippijn, maar je weet maar nooit.

Ik ga weer naar de brug en mijn email bekijken. Het is leuk. Ik heb zo´n 52 mensen op mijn verzendlijst staan en bijna iedereen reageert.

Groot groter grootst. Ik ga naar buiten. De wind trekt aan . De golven zijn zo´n 6 meter hoog.

Als het schip omhoog gestuwd wordt is de hoogte bijna duizelingwekkend.

 

Wij verlaten het plateau dat op ongeveer 150 meter diepte ligt en we komen in het 645 meter gebied terecht. Floris wijst op het verschil en het verschil in golven. Dat komt door de diepte.

Zij gaan richting de   7 soms 8 meter en de tussenposen worden wat langer. Straks, over een uurtje komen we in het 1320 meter gebied en gaandeweg gaan we naar 2100,2500,3700 en 4090 meter diep. En iedere keer heeft het weer wat meer effect. Ik ben benieuwd. Het is echt heel spectaculair om die enorme watermassa´s op je af te zien komen.

Je blijft er naar kijken. Echter alles wat ik zie, geen walvissen of dolfijnen.

Het schip reageert er prima op.   Het is 10.00 uur en we zitten in het midden van de Golf.

Tjongejonge wat is dit gaaf.

 

Ik ga rond 11.15 bij Kokkie kijken. Blijkt dat ie om 10 uur de sateetjes al in de oven gedaan heeft. Zullen wel lekker taai worden. Ik ga de pindasaus maken en eitjes bakken. Het schip schommelt enorm. Alles wat niet achter een randje staat wordt gelanceerd. Wij moeten er erg om lachen.

Het eten is wel lekker. De sateetjes zijn van rubber geworden. Ach gossie, hoe zou het met Rubbertje gaan? Mijn lieve Rubbertje.

 

In de middag vertoef ik langdurig buiten. Ik kan niet stoppen met naar de golven te kijken.

De wind trekt verder aan en de zee is één  grote schuimmassa geworden. Enorme golven komen links schuin achter ons aan rollen.  3 kleine golfjes worden opgejaagd en samen geduwd tot   één grotere. Drie van die grotere golven worden samen geduwd en ook weer   één

grotere. En zo gaat dat maar door. Ze zijn tussen de 6 en 8 meter hoog en soms een uitschieter naar 10. Ze komen op het schip af en het lijkt of we er door verzwolgen worden, maar het schip wordt keurig opgetild. Het is maar goed dat de zee en het schip daar een goede afspraak over gemaakt hebben.

Op het achterdek zitten Ronnie en Genniebe een touwladder te repareren in het zonnetje.

Genniebe kreeg vanochtend een cadeautje. Er hing de hele ochtend een meeuw rond de boot.

En het lukte hem Genniebe met een volle flatsj op zijn hoofd te tracteren. Hoe is het mogelijk. We hebben vreselijk gelachen.

Hoera, ik heb 2 dolfijnen zien springen, maar de zee leent zich niet erg om ze goed te kunnen zien. Met het schip gaan we echt zeeberg op en zeeberg af. Het is heerlijk. Hij slingert, stijgt en daalt, maar doet goed zijn best. Hard gaat ie niet, maar 7,4 knopen, dat is 13,4 km per uur.

 

Alles gaat lekker, maar ik realiseer mij dat, als bijvoorbeeld lading gaat schuiven,  je een behoorlijk probleem hebt.  

En zo gaan we weer naar het einde van de dag. De lage zon schijnt prachtig door de wolken.   De golven zijn inmiddels iets lager en we deinen lekker richting Spanje. Rond de boot springen nu regelmatig dolfijnen. Het zijn gestreepte dolfijnen. In groepjes van 2 tot 5 scheren ze langs de boot en springen dan tegelijkertijd het water uit. Over het dek van de boot loopt in de lengterichting een touw waar je je aan vast moet houden als je naar de voorsteven loopt. Wij zijn net naar voren gelopen om daar dolfijnen te kijken. Wel een beetje eng op zo´n slingerend schip. Voor is het stil. Je hoort de motor niet, alleen het geruis van het water. Als je er over heen hangt dein je heerlijk met het schip mee. Mooie plaats voor mijmeringen.

 

Woensdagochtend alweer. Ik wordt wakker van een reeks smsjes. Het is kwart voor 8.

Mijn handwasje is weer droog. Lekker die trekkerskleren. Drogen snel.

Het lijkt alleen wel of je nooit je kleren wast.

Op de brug zit Floris. De Spaanse kust is in zicht. Ik zie vaag de bergen.

Wij hebben de wind precies van achteren.

Een anderhalf uur later varen we al in de richting van de haven. De wind neemt toe en er verschijnen venijnige koppen op de golven. De golven   zijn nog hoog. Straks moeten we naar rechts afvallen en dan de haven in steken. De vraag is of dat gaat lukken met deze wind.

Floris roept Ronnie naar boven, die ligt nog te slapen. Hij moet erbij zijn, want hij moet het tenslotte leren. Die jongen doet leuk zijn best. Het gaat hem allemaal goed lukken denk ik.

We hebben het over scheren. Zeelui horen zich tijdens de vaart niet te scheren. Als je dat wel doet krijg je slecht weer. Ik heb me 2 keer geschoren tijdens de reis en dat kan je meteen merken. `Daar zijn wij niet blij mee` zegt Floris.   

Het plaatje van de bergen, de zee en de zon ,die tussen de wolken door een soort projectorbeeld geeft ,zijn prachtig.

 

Er zitten 2 Turkse tortels op het dek. Die zitten er sinds gisterenmiddag. Floris moet vreselijk lachen dat ik zo´n ding een Turkse tortel noem, want het schip is ook van Turkse bouw. De diertjes zijn oververmoeid neergestreken en kunnen niet meer weg, maar het zal niet lang meer duren. Hij gelooft niet dat zo´n vogel werkelijk Turkse tortel heet. Ik zeg:”kijk dan op internet”. Floris tikt het in en roept, terwijl het beestje hem onnozel zit aan te staren:”verrek, hij is het”.  “ja jongen, zeg ik, je moet je oude vader eens een keertje geloven.   Als je een Turkse tortel ziet,   lijkt ie op zichzelf!`”

 

Floris probeert de “pilot”(loods) op te roepen, maar die reageert niet. Hij probeert het al een tijdje. Inmiddels zijn we een paar honderd meter   van de pier verwijderd. Het schip wordt iedere keer tot grote hoogte opgetild. He he he, hij lacht met zo’n typisch onderkoeld Van Gessellachje . Dit is het moment waarop je iets gaat doen wat ook mis kan gaan, of waar het mis gegaan is. 
  Floris geeft Ronnie opdracht om de goede inschatting te maken. Hoe loopt de stroming, hoe is de deining en de wind en hoe ziet het er om de hoek uit, want anders moeten we terug.

Schat de golven niet in, maar kijk hoe het water op de rotsen reageert aan de binnenkant. Wat is het moment  of je kiest om te gaan   of   terug te keren de zee op?

Inmiddels is er contact met de pilot. Het had ook niet langer moeten duren. De loods is er over een half uur en we draaien om. De kop gaat in de wind en Floris vaart weer rustig richting zee, en wij gaan maar met hem mee.

 

Ik ga het eten voorbereiden.

Precies om 11 uur komt er een piepklein bootje met daarin de loods.  

Behendig klimt hij aan boord. Een man van mijn leeftijd, lang, lenig ,grijs haar, en een scheiding van ongeveer 8,25 cm over zijn hoofd van voor naar achteren. Hij heeft donkere diepliggende broeierige ogen en een gegroefd donker gelaat. Hij heeft een snelle “look” over zich. Een grote gekromde neus maakt het verhaal compleet.

Floris en de loods groeten elkaar enthousiast. Hij hoeft Floris niets te zeggen. Floris vaart het schip nauwkeurig maar binnen. Het is een leuk haventje met vissersbootjes.

Vaardig wordt het schip vastgelegd.

 

Enige uren later trek ik met Martijn te voet het stadje in. Het is een typisch Baskisch havenstadje met veel vissersactiviteit, vind ik. Er lopen “echte” mannen rond. Alles is van de zee doortrokken hier.

Wij gaan naar de supermarkt om brood te kopen. Wij kopen brood, een doosje wijn en een baskische carameltaart, ingebed in slagroom. Voor de jongens aan boord, want dat hoort zo als je even aan wal gaat en de anderen moeten achterblijven.

Als we vanavond in Bilbao arriveren is er na 6 dagen zee gelegenheid om met elkaar wat te drinken, een biertje, een wijntje of een kopje lauwe bietensap, net wat je wilt.

Er hoeft dan een nacht lang niet gevaren en gewerkt te worden.

Wij kopen in de supermarkt zo’n 20 broden en vinden bij de kassa de lang verwachte Dolce Membrillo. Nee, dat is niet de juffrouw die er achter zit, alhoewel de jongens aan boord ons verzocht hadden veel vrouwen mee te nemen.  Weet u niet wat dat is? Dolce membrillo? Nou, wij ook niet. Wij zagen een plak verpakt in plastic, wat lijkt op marsepein. Wij beginnen te lachen, we gaan voor het geluk of de pech. Bij de kassa zou het iets zoets moeten zijn. Wij kopen het.

Wij lopen verder door het stadje naar een winkel met visgerei, want Martijn heeft wat spullen nodig.   Tja, het is siesta, dus hij gaat later in de middag nog een keertje terug met het vouwfietsje.  

 

Om de beurt sjouwen we de broodtassen.

Op de kade komen we een Nederlandse vrachtwagenchauffeur tegen. Hij :”aaaah,

C-duzend-tassn. Da moeten hollanders zijn van dat schip daar.” Hij vraagt wat Martijn doet aan boord. Martijn vertelt dat hij 1e stuurman   is. “ooh, dan bent u zeker de kapitein”, zegt hij tegen mij. “Nee”, zegt Martijn, “hij is de vàder van de kapitein”; “ja, dat kan je zo zien, u bent meer een toerist”. Vervolgens begint hij uitgebreid over zijn aanstaande scheiding te vertellen, waarbij we de indruk hebben dat zijn vrouw het nog niet weet. Wij breien een eind aan het verhaal en nemen afscheid.

 

Teruggekomen gaan we de Dolce de Membrillo

proberen. Floris kijkt in zijn woordenboekje. Welnu het heeft iets met kweepeer te maken.

Wat blijkt nu, het is een perenproduct. Samengeperst en gezoet en het heeft iets fondantachtig.

Martijn en ik nemen een klein stukje. Mmmmmm, lekker en dan is er geen weg meer terug.

In 10 minuten hebben wij het pakje soldaat gemaakt.

 

Tja, nu is dat op. Wij snijden de taart in 8 stukken en ook dat smaakt erg lekker.

 

Om 18.30 is de loods weer aan boord. Met uiterste precisie manoevreert  Floris het schip weer naar buiten.   De loods verlaat het schip na ons een hand gegeven te hebben. Hij stapt op zijn pilotbootje en wij varen verder langs de pier. Ronnie en Gennie zitten bij de voorsteven en ruimen de trossen op. Joep, even linksaf de pier voorbij en dan links afzwenken. Daar gaat de voorsteven van het schip ver   omhoog en vallen wij ten prooi aan de golven. Ze komen met grote kracht recht op   ons af. De boot heeft er zin in en de golven ook. Wij varen nu naar het noorden, maar zwenken straks af naar het westen en dan hebben we het spul van opzij.

Enorme watermassa´s spatten op aan de voorkant en Ronnie en Gennie krijgen de volle lading.

Advies van Floris als ze terug komen:”even lekker warm douchen”. Maar ze vinden het niet nodig.

Als we   naar het westen afgezwenkt   zijn, varen we op   2 mijl afstand van de kust parallel naar het westen. De zon schijnt op de bergen en schijnt tussen dikke grijze wolken door. De zee heeft bijna vrij spel met ons.Grote golven die van opzij komen en prachtige watercerplaatsingen bij het schip veroorzaken. Een aantal malen worden we gelanceerd en

Ondanks dat alles vast zit schuiven er nog spullen en wijzelf over de brug. Een enorm spectaculair gezicht en gevoel. Ik kan mij voorstellen dat mensen dit teveel van het goede vinden, maar wij genieten met volle teugen.

Onder andere van een prachtig spel van de zon door de wolken en ook een heel mooie ondergang.

Om 21 uur liggen we voor de rede van Bilbao en na 50 minuten komt de loods aan boord.

Hij klautert via   de touwladder omhoog,

Wij gaan een schouwspel van miljoenen lichtjes tegemoet. Het is donker en wij gaan aanmeren. Ons drankje tegemoet.

 

 

  Zeereis deel 5.

Aan het eind van de avond hebben we de verjaardag van Juan, ons kokkie gevierd.

Het was erg gezellig en had, omdat we aan wal lagen,een erg innemend karakter.

Op donderdagochtend 6 mei, werd ik rond 09.00 wakker van het lawaai van het lossen.

Er was een druilerig regentje. Er kwamen allerlei mannen aan boord. Iedere keer weer van een ander instantie. Moeten allemaal papieren zien en er   moet van alles worden getekend. Ze vragen allemaal naar de Capitano. Ik sta dan op de brug als Floris er niet is en dan zeggen ze tegen mij: “Hello Capitano”. Ik zeg dan:”no I am not de Capitano, I made de Capitano”.

Ze kijken me dan wat glazig aan en als Floris komt zeg ik:” He is the Capitano, I am his father”.

 

Als ik boven ben zit Martijn op de brug te werken. Ronnie is nog niet wakker,had allang gemoeten, maar hij vertoont zich niet. Uiteindelijk gaat Martijn hem bellen. “hee, het is half tien, zou je niet eens wakker worden?” Ronnie baalt, zijn wekkertje doet het niet goed of zijn innerlijk wekkertje wilde het niet horen. Al gauw komt hij naar boven. Haren alle kanten uit,

uiterst vage blik en duidelijk nog begenadigd met een paar klamme kaken. Was het een lekker biertje Ronnie? Hij heeft op dit uur onder invloed van de vorige avond de uitstraling van een in elkaar gewaaid kippenhok. Wij moeten allemaal lachen, hij ook. Vervolgens moet ik Floris roepen voor de Guardia Civil, die wil de papieren zien. Hij ziet er al net zo uit. Niet erg    florissant . Grappige woordspeling Florissant. Iets wat Florisachtig is.

 

Tegen 10 uur is het lossen klaar. We vertrekken en ik duik het kombuis in. Buitengaats begint het schip alweer aardig te dansen. Het gaat nu bijna vanzelf. Wiegen, stappen, opletten,

Af en toe een paar dingen tegelijk vasthouden.   We eten witlof, aardappelen en kaassaus.

Ik leg Kokkie uit hoe je kaassaus maakt. De aardappelen koken te laat. Ik leg hem nog een keertje uit dat er voor het koken van groenten maar weinig water nodig is. De groenten stoomt vanzelf gaar. Het is trouwens ook veel veiliger met afgieten.

De bemanning is   heel tevreden over de hap eten.

 

Tegen twee uur ga ik naar de voorsteven en tuur een uurtje over zee. Het is er heerlijk stil.

Later begint het wat meer te waaien en ga in de tuinstoel op het achterdek zitten.

Een uurtje later is de wind vrijwel weg. Er staat een lekkere deining. Links van ons glijden de bergen voorbij. De temperatuur is lekker en het echte bountygevoel is er.

 

Martijn heeft we een vislijn uitgegooid achter het schip. Plotseling is er grote opwinding. Hij heeft beet! Martijn is een leuke jongen met ongeveer mijn postuur. Hij heeft ook een holle rug en iets te dikke buik. Rode wangen en een glunderende uitstraling.   Houdt van sterke verhalen en kan zich over veel verbazen. Wij zagen hem in een soort opwindingsstuip schieten dat hij beet had. Hij begon als een soort duracelkonijntje te trappelen, greep een paar handschoenen en begon de buit binnen te halen. “ja, er zit een vis aan…..”, nou Martijn, we weten niet of jij weet wat een vis is, maar dit is een….vogel. Halverwege laat het arme dier los. Even later ziet Kokkie hem opvliegen, maar of dat waar is. Wij vragen ons af hoe het mogelijk is. Wij hadden al uren geen vogels gezien en dan nog.

 

Het is avond, de wind is vrijwel afwezig, Floris en ik zitten op de brug. De zee is kalm, wij concluderen dat dit een avond kan zijn dat we een walvis zien en besluiten goed op te letten.

 

Tegen de schemering zien we een hele partij dolfijnen. Het zijn tuimelaars(in het engels bottle-nosed dolphins). Zij horen tot de kleinere walvisachtigen. Wij zien wel zo’n stuk of 15 vinnen door het water schieten en vervolgens zien we hun koppen. Het zijn de zogenaamde flippers. De gestreepte dolfijnen die we een paar dagen geleden zagen waren een paar maatjes kleiner. Het zijn knapen van vissen. Zij gaan weer net zo snel als dat ze gekomen zijn.

 

Ik ga lekker slapen. Het is vrijdag 7 mei als ik om 9 uur wakker word. Wow effe lekker doorgeslapen.

Ik ga snel naar de keuken om erwtensoep te maken voor zaterdag.

´s-zaterdags worden er altijd pannekoeken   en snert gegeten.

 

De verse groentenvoorraad slinkt snel en moet ook op. Wij besluiten om een Tibetaanse jachtschotel te maken. Ingredienten in   Tibet zijn rijst, een paar sliertjes groenten en een paar sliertjes ei. Wij pakken het wat uitbundiger aan. Gewoon 2 stronken andijvie, 3 gehakte winterpenen, een   gebakken bloemkool, 3 gebakken uien, bak champignons en gemarineerde kip en 8 roereieren. Alles klaar en in de pan en geroerd . Danwordt de rijst er bijgegooid.

Nog effe wat kerry en zout erbij en klaar is het. Wat  er van Tibet nog terug te vinden is, is ver weg, maar Tibet is tenslotte ook heel ver weg.

Het smaakte goed, vond ik. Maar de Oekrainers waren geloof ik niet enthousiast.

Ze namen maar een klein beetje en waren zo weer vertrokken.

Nou, maar eens kijken of de erwtensoep het wint van de borsj.

 

De zee is rimpelloos vandaag. Er is een lichte deining.

In de middag pak ik de tuinstoel en ga naar het voordek een uiltje knappen.

Al gauw word ik wakker omdat het regent. De hele dag regent het niet,maar als ik eens een keertje wil genieten, regent het. Ik   ga terug en na een half uurtje probeer ik het nogmaals.

Ik lig lekker een uurtje te bakken in de zon.

 

Als ik wakker word zien we weer 3 dolfijnen. De boot schommelt heerlijk en je kan met je

T/shirtje buiten zijn. Wat is dit lekker. Met zo´n 19 graden .

Floris krijgt al telefonisch contact met de loods in Vianna. De loods geeft bericht aan Floris:

“ capitano, something very unexpected happened in Vianna: it is raining!! Floris geeft aan rond 7 uur ‘s-ochtends aan te komen. “No no”, zegt de loods. “we prefer eleven , our   pilots are very tired, they had to work hard in de morning and the evening this week,   and I am sure you are tired too, capitano.” Afgesproken wordt dat we om 11 uur binnen lopen. Wij moeten lachen. Ze zullen wel een feestje hebben op vrijdagavond.  

We zijn benieuwd hoe groot de haven is.   

Wij varen nog steeds westwaarts als het avond is. Rond   19.00 wijzigt de koers naar het zuiden. Wij horen van Floris dat het volgende reisje bekend is. Wij gaan van Viana de Castelo nog een stuk zuidelijker, circa 4 uur varen, naar Leixoës.

Morgen, zaterdag komen we aan in Viana en lossen maandag. Kunnen we passagieren.

Dan gaan we in   Leixoës graniet laden voor Moerdijk. Daar gaan Floris en ik van het schip af.

 

Rond 20.00 uur zien we weer dolfijnen. Het zijn nu de common dolphins. De gewone dolfijn.

Zij genieten van de waterverplaatsing van de boot zo lijkt het. Ronnie en ik lopen naar voren en we zien ze met z’n drieën voor de boot uit zigzaggen en in pirouettes het water uitspringen.

Het lukt om het te filmen. Een prachtig gezicht. We hebben nu alle drie de soorten gezien op de reis. Een half uur later zien we een partijtje gestreepte dolfijnen langskomen.

 

Weer even later ziet Floris aan bakboord ongeveer 2 mijl weg een fontein uit het water omhoog spuiten. Hij roept:”Pa een walvis”. Wij turen het water af en zien nu dichterbij regelmatig een fontein de lucht uit komen. Eerst een spuit water en dan best wel een langdurige nevel. Wij schatten in dat het wel een spuit is van een meter of vier. Als de spuit 4 meter is, zou het diertje van wat ik gezien heb wel rond de 10 meter lang kunnen zijn.

Een paar keer zie ik hem na het spuiten met zijn rug het water uitkomen. De bovenkant is donkergrijs of zwart en de buik is wit. Wij denken dat het een Minke whale is.

  Wat een imponerend gezicht en wat een mazzel. Wij hebben gewoon mazzel dat het een   hele kalme zee is, met nauwelijks wind.

Het is echt een leuke avond.

Het loopt tegen donker   aan. Boven het schip is de lucht blauw, maar net boven de horizon pakken donkere grijze opgestapelde wolken zich samen. Die ring ligt in een cirkel helemaal om ons heen. Het geeft een prachtig surrealistisch beeld. Je blijft er naar kijken en je verbazen.

Na een mooie zonsondergang varen we een prachtige sterrenhemel in.

Morgen zijn we in Portugal.

 

Aan het eind van de avond hebben we de verjaardag van Juan, ons kokkie gevierd.

Het was erg gezellig en had, omdat we aan wal lagen,een erg innemend karakter.

Op donderdagochtend 6 mei, werd ik rond 09.00 wakker van het lawaai van het lossen.

Er was een druilerig regentje. Er kwamen allerlei mannen aan boord. Iedere keer weer van een ander instantie. Moeten allemaal papieren zien en er   moet van alles worden getekend. Ze vragen allemaal naar de Capitano. Ik sta dan op de brug als Floris er niet is en dan zeggen ze tegen mij: “Hello Capitano”. Ik zeg dan:”no I am not de Capitano, I made de Capitano”.

Ze kijken me dan wat glazig aan en als Floris komt zeg ik:” He is the Capitano, I am his father”.

 

Als ik boven ben zit Martijn op de brug te werken. Ronnie is nog niet wakker,had allang gemoeten, maar hij vertoont zich niet. Uiteindelijk gaat Martijn hem bellen. “hee, het is half tien, zou je niet eens wakker worden?” Ronnie baalt, zijn wekkertje doet het niet goed of zijn innerlijk wekkertje wilde het niet horen. Al gauw komt hij naar boven. Haren alle kanten uit,

uiterst vage blik en duidelijk nog begenadigd met een paar klamme kaken. Was het een lekker biertje Ronnie? Hij heeft op dit uur onder invloed van de vorige avond de uitstraling van een in elkaar gewaaid kippenhok. Wij moeten allemaal lachen, hij ook. Vervolgens moet ik Floris roepen voor de Guardia Civil, die wil de papieren zien. Hij ziet er al net zo uit. Niet erg    florissant . Grappige woordspeling Florissant. Iets wat Florisachtig is.

 

Tegen 10 uur is het lossen klaar. We vertrekken en ik duik het kombuis in. Buitengaats begint het schip alweer aardig te dansen. Het gaat nu bijna vanzelf. Wiegen, stappen, opletten,

Af en toe een paar dingen tegelijk vasthouden.   We eten witlof, aardappelen en kaassaus.

Ik leg Kokkie uit hoe je kaassaus maakt. De aardappelen koken te laat. Ik leg hem nog een keertje uit dat er voor het koken van groenten maar weinig water nodig is. De groenten stoomt vanzelf gaar. Het is trouwens ook veel veiliger met afgieten.

De bemanning is   heel tevreden over de hap eten.

 

Tegen twee uur ga ik naar de voorsteven en tuur een uurtje over zee. Het is er heerlijk stil.

Later begint het wat meer te waaien en ga in de tuinstoel op het achterdek zitten.

Een uurtje later is de wind vrijwel weg. Er staat een lekkere deining. Links van ons glijden de bergen voorbij. De temperatuur is lekker en het echte bountygevoel is er.

 

Martijn heeft we een vislijn uitgegooid achter het schip. Plotseling is er grote opwinding. Hij heeft beet! Martijn is een leuke jongen met ongeveer mijn postuur. Hij heeft ook een holle rug en iets te dikke buik. Rode wangen en een glunderende uitstraling.   Houdt van sterke verhalen en kan zich over veel verbazen. Wij zagen hem in een soort opwindingsstuip schieten dat hij beet had. Hij begon als een soort duracelkonijntje te trappelen, greep een paar handschoenen en begon de buit binnen te halen. “ja, er zit een vis aan…..”, nou Martijn, we weten niet of jij weet wat een vis is, maar dit is een….vogel. Halverwege laat het arme dier los. Even later ziet Kokkie hem opvliegen, maar of dat waar is. Wij vragen ons af hoe het mogelijk is. Wij hadden al uren geen vogels gezien en dan nog.

 

Het is avond, de wind is vrijwel afwezig, Floris en ik zitten op de brug. De zee is kalm, wij concluderen dat dit een avond kan zijn dat we een walvis zien en besluiten goed op te letten.

 

Tegen de schemering zien we een hele partij dolfijnen. Het zijn tuimelaars(in het engels bottle-nosed dolphins). Zij horen tot de kleinere walvisachtigen. Wij zien wel zo’n stuk of 15 vinnen door het water schieten en vervolgens zien we hun koppen. Het zijn de zogenaamde flippers. De gestreepte dolfijnen die we een paar dagen geleden zagen waren een paar maatjes kleiner. Het zijn knapen van vissen. Zij gaan weer net zo snel als dat ze gekomen zijn.

 

Ik ga lekker slapen. Het is vrijdag 7 mei als ik om 9 uur wakker word. Wow effe lekker doorgeslapen.

Ik ga snel naar de keuken om erwtensoep te maken voor zaterdag.

´s-zaterdags worden er altijd pannekoeken   en snert gegeten.

 

De verse groentenvoorraad slinkt snel en moet ook op. Wij besluiten om een Tibetaanse jachtschotel te maken. Ingredienten in   Tibet zijn rijst, een paar sliertjes groenten en een paar sliertjes ei. Wij pakken het wat uitbundiger aan. Gewoon 2 stronken andijvie, 3 gehakte winterpenen, een   gebakken bloemkool, 3 gebakken uien, bak champignons en gemarineerde kip en 8 roereieren. Alles klaar en in de pan en geroerd . Danwordt de rijst er bijgegooid.

Nog effe wat kerry en zout erbij en klaar is het. Wat  er van Tibet nog terug te vinden is, is ver weg, maar Tibet is tenslotte ook heel ver weg.

Het smaakte goed, vond ik. Maar de Oekrainers waren geloof ik niet enthousiast.

Ze namen maar een klein beetje en waren zo weer vertrokken.

Nou, maar eens kijken of de erwtensoep het wint van de borsj.

 

De zee is rimpelloos vandaag. Er is een lichte deining.

In de middag pak ik de tuinstoel en ga naar het voordek een uiltje knappen.

Al gauw word ik wakker omdat het regent. De hele dag regent het niet,maar als ik eens een keertje wil genieten, regent het. Ik   ga terug en na een half uurtje probeer ik het nogmaals.

Ik lig lekker een uurtje te bakken in de zon.

 

Als ik wakker word zien we weer 3 dolfijnen. De boot schommelt heerlijk en je kan met je

T/shirtje buiten zijn. Wat is dit lekker. Met zo´n 19 graden .

Floris krijgt al telefonisch contact met de loods in Vianna. De loods geeft bericht aan Floris:

“ capitano, something very unexpected happened in Vianna: it is raining!! Floris geeft aan rond 7 uur ‘s-ochtends aan te komen. “No no”, zegt de loods. “we prefer eleven , our   pilots are very tired, they had to work hard in de morning and the evening this week,   and I am sure you are tired too, capitano.” Afgesproken wordt dat we om 11 uur binnen lopen. Wij moeten lachen. Ze zullen wel een feestje hebben op vrijdagavond.  

We zijn benieuwd hoe groot de haven is.   

Wij varen nog steeds westwaarts als het avond is. Rond   19.00 wijzigt de koers naar het zuiden. Wij horen van Floris dat het volgende reisje bekend is. Wij gaan van Viana de Castelo nog een stuk zuidelijker, circa 4 uur varen, naar Leixoës.

Morgen, zaterdag komen we aan in Viana en lossen maandag. Kunnen we passagieren.

Dan gaan we in   Leixoës graniet laden voor Moerdijk. Daar gaan Floris en ik van het schip af.

 

Rond 20.00 uur zien we weer dolfijnen. Het zijn nu de common dolphins. De gewone dolfijn.

Zij genieten van de waterverplaatsing van de boot zo lijkt het. Ronnie en ik lopen naar voren en we zien ze met z’n drieën voor de boot uit zigzaggen en in pirouettes het water uitspringen.

Het lukt om het te filmen. Een prachtig gezicht. We hebben nu alle drie de soorten gezien op de reis. Een half uur later zien we een partijtje gestreepte dolfijnen langskomen.

 

Weer even later ziet Floris aan bakboord ongeveer 2 mijl weg een fontein uit het water omhoog spuiten. Hij roept:”Pa een walvis”. Wij turen het water af en zien nu dichterbij regelmatig een fontein de lucht uit komen. Eerst een spuit water en dan best wel een langdurige nevel. Wij schatten in dat het wel een spuit is van een meter of vier. Als de spuit 4 meter is, zou het diertje van wat ik gezien heb wel rond de 10 meter lang kunnen zijn.

Een paar keer zie ik hem na het spuiten met zijn rug het water uitkomen. De bovenkant is donkergrijs of zwart en de buik is wit. Wij denken dat het een Minke whale is.

  Wat een imponerend gezicht en wat een mazzel. Wij hebben gewoon mazzel dat het een   hele kalme zee is, met nauwelijks wind.

Het is echt een leuke avond.

Het loopt tegen donker   aan. Boven het schip is de lucht blauw, maar net boven de horizon pakken donkere grijze opgestapelde wolken zich samen. Die ring ligt in een cirkel helemaal om ons heen. Het geeft een prachtig surrealistisch beeld. Je blijft er naar kijken en je verbazen.

Na een mooie zonsondergang varen we een prachtige sterrenhemel in.

Morgen zijn we in Portugal.

 

 

Aan het eind van de avond hebben we de verjaardag van Juan, ons kokkie gevierd.

Het was erg gezellig en had, omdat we aan wal lagen,een erg innemend karakter.

Op donderdagochtend 6 mei, werd ik rond 09.00 wakker van het lawaai van het lossen.

Er was een druilerig regentje. Er kwamen allerlei mannen aan boord. Iedere keer weer van een ander instantie. Moeten allemaal papieren zien en er   moet van alles worden getekend. Ze vragen allemaal naar de Capitano. Ik sta dan op de brug als Floris er niet is en dan zeggen ze tegen mij: “Hello Capitano”. Ik zeg dan:”no I am not de Capitano, I made de Capitano”.

Ze kijken me dan wat glazig aan en als Floris komt zeg ik:” He is the Capitano, I am his father”.

 

Als ik boven ben zit Martijn op de brug te werken. Ronnie is nog niet wakker,had allang gemoeten, maar hij vertoont zich niet. Uiteindelijk gaat Martijn hem bellen. “hee, het is half tien, zou je niet eens wakker worden?” Ronnie baalt, zijn wekkertje doet het niet goed of zijn innerlijk wekkertje wilde het niet horen. Al gauw komt hij naar boven. Haren alle kanten uit,

uiterst vage blik en duidelijk nog begenadigd met een paar klamme kaken. Was het een lekker biertje Ronnie? Hij heeft op dit uur onder invloed van de vorige avond de uitstraling van een in elkaar gewaaid kippenhok. Wij moeten allemaal lachen, hij ook. Vervolgens moet ik Floris roepen voor de Guardia Civil, die wil de papieren zien. Hij ziet er al net zo uit. Niet erg    florissant . Grappige woordspeling Florissant. Iets wat Florisachtig is.

 

Tegen 10 uur is het lossen klaar. We vertrekken en ik duik het kombuis in. Buitengaats begint het schip alweer aardig te dansen. Het gaat nu bijna vanzelf. Wiegen, stappen, opletten,

Af en toe een paar dingen tegelijk vasthouden.   We eten witlof, aardappelen en kaassaus.

Ik leg Kokkie uit hoe je kaassaus maakt. De aardappelen koken te laat. Ik leg hem nog een keertje uit dat er voor het koken van groenten maar weinig water nodig is. De groenten stoomt vanzelf gaar. Het is trouwens ook veel veiliger met afgieten.

De bemanning is   heel tevreden over de hap eten.

 

Tegen twee uur ga ik naar de voorsteven en tuur een uurtje over zee. Het is er heerlijk stil.

Later begint het wat meer te waaien en ga in de tuinstoel op het achterdek zitten.

Een uurtje later is de wind vrijwel weg. Er staat een lekkere deining. Links van ons glijden de bergen voorbij. De temperatuur is lekker en het echte bountygevoel is er.

 

Martijn heeft we een vislijn uitgegooid achter het schip. Plotseling is er grote opwinding. Hij heeft beet! Martijn is een leuke jongen met ongeveer mijn postuur. Hij heeft ook een holle rug en iets te dikke buik. Rode wangen en een glunderende uitstraling.   Houdt van sterke verhalen en kan zich over veel verbazen. Wij zagen hem in een soort opwindingsstuip schieten dat hij beet had. Hij begon als een soort duracelkonijntje te trappelen, greep een paar handschoenen en begon de buit binnen te halen. “ja, er zit een vis aan…..”, nou Martijn, we weten niet of jij weet wat een vis is, maar dit is een….vogel. Halverwege laat het arme dier los. Even later ziet Kokkie hem opvliegen, maar of dat waar is. Wij vragen ons af hoe het mogelijk is. Wij hadden al uren geen vogels gezien en dan nog.

 

Het is avond, de wind is vrijwel afwezig, Floris en ik zitten op de brug. De zee is kalm, wij concluderen dat dit een avond kan zijn dat we een walvis zien en besluiten goed op te letten.

 

Tegen de schemering zien we een hele partij dolfijnen. Het zijn tuimelaars(in het engels bottle-nosed dolphins). Zij horen tot de kleinere walvisachtigen. Wij zien wel zo’n stuk of 15 vinnen door het water schieten en vervolgens zien we hun koppen. Het zijn de zogenaamde flippers. De gestreepte dolfijnen die we een paar dagen geleden zagen waren een paar maatjes kleiner. Het zijn knapen van vissen. Zij gaan weer net zo snel als dat ze gekomen zijn.

 

Ik ga lekker slapen. Het is vrijdag 7 mei als ik om 9 uur wakker word. Wow effe lekker doorgeslapen.

Ik ga snel naar de keuken om erwtensoep te maken voor zaterdag.

´s-zaterdags worden er altijd pannekoeken   en snert gegeten.

 

De verse groentenvoorraad slinkt snel en moet ook op. Wij besluiten om een Tibetaanse jachtschotel te maken. Ingredienten in   Tibet zijn rijst, een paar sliertjes groenten en een paar sliertjes ei. Wij pakken het wat uitbundiger aan. Gewoon 2 stronken andijvie, 3 gehakte winterpenen, een   gebakken bloemkool, 3 gebakken uien, bak champignons en gemarineerde kip en 8 roereieren. Alles klaar en in de pan en geroerd . Danwordt de rijst er bijgegooid.

Nog effe wat kerry en zout erbij en klaar is het. Wat  er van Tibet nog terug te vinden is, is ver weg, maar Tibet is tenslotte ook heel ver weg.

Het smaakte goed, vond ik. Maar de Oekrainers waren geloof ik niet enthousiast.

Ze namen maar een klein beetje en waren zo weer vertrokken.

Nou, maar eens kijken of de erwtensoep het wint van de borsj.

 

De zee is rimpelloos vandaag. Er is een lichte deining.

In de middag pak ik de tuinstoel en ga naar het voordek een uiltje knappen.

Al gauw word ik wakker omdat het regent. De hele dag regent het niet,maar als ik eens een keertje wil genieten, regent het. Ik   ga terug en na een half uurtje probeer ik het nogmaals.

Ik lig lekker een uurtje te bakken in de zon.

 

Als ik wakker word zien we weer 3 dolfijnen. De boot schommelt heerlijk en je kan met je

T/shirtje buiten zijn. Wat is dit lekker. Met zo´n 19 graden .

Floris krijgt al telefonisch contact met de loods in Vianna. De loods geeft bericht aan Floris:

“ capitano, something very unexpected happened in Vianna: it is raining!! Floris geeft aan rond 7 uur ‘s-ochtends aan te komen. “No no”, zegt de loods. “we prefer eleven , our   pilots are very tired, they had to work hard in de morning and the evening this week,   and I am sure you are tired too, capitano.” Afgesproken wordt dat we om 11 uur binnen lopen. Wij moeten lachen. Ze zullen wel een feestje hebben op vrijdagavond.  

We zijn benieuwd hoe groot de haven is.   

Wij varen nog steeds westwaarts als het avond is. Rond   19.00 wijzigt de koers naar het zuiden. Wij horen van Floris dat het volgende reisje bekend is. Wij gaan van Viana de Castelo nog een stuk zuidelijker, circa 4 uur varen, naar Leixoës.

Morgen, zaterdag komen we aan in Viana en lossen maandag. Kunnen we passagieren.

Dan gaan we in   Leixoës graniet laden voor Moerdijk. Daar gaan Floris en ik van het schip af.

 

Rond 20.00 uur zien we weer dolfijnen. Het zijn nu de common dolphins. De gewone dolfijn.

Zij genieten van de waterverplaatsing van de boot zo lijkt het. Ronnie en ik lopen naar voren en we zien ze met z’n drieën voor de boot uit zigzaggen en in pirouettes het water uitspringen.

Het lukt om het te filmen. Een prachtig gezicht. We hebben nu alle drie de soorten gezien op de reis. Een half uur later zien we een partijtje gestreepte dolfijnen langskomen.

 

Weer even later ziet Floris aan bakboord ongeveer 2 mijl weg een fontein uit het water omhoog spuiten. Hij roept:”Pa een walvis”. Wij turen het water af en zien nu dichterbij regelmatig een fontein de lucht uit komen. Eerst een spuit water en dan best wel een langdurige nevel. Wij schatten in dat het wel een spuit is van een meter of vier. Als de spuit 4 meter is, zou het diertje van wat ik gezien heb wel rond de 10 meter lang kunnen zijn.

Een paar keer zie ik hem na het spuiten met zijn rug het water uitkomen. De bovenkant is donkergrijs of zwart en de buik is wit. Wij denken dat het een Minke whale is.

  Wat een imponerend gezicht en wat een mazzel. Wij hebben gewoon mazzel dat het een   hele kalme zee is, met nauwelijks wind.

Het is echt een leuke avond.

Het loopt tegen donker   aan. Boven het schip is de lucht blauw, maar net boven de horizon pakken donkere grijze opgestapelde wolken zich samen. Die ring ligt in een cirkel helemaal om ons heen. Het geeft een prachtig surrealistisch beeld. Je blijft er naar kijken en je verbazen.

Na een mooie zonsondergang varen we een prachtige sterrenhemel in.

Morgen zijn we in Portugal.

Aan het eind van de avond hebben we de verjaardag van Juan, ons kokkie gevierd.

Het was erg gezellig en had, omdat we aan wal lagen,een erg innemend karakter.

Op donderdagochtend 6 mei, werd ik rond 09.00 wakker van het lawaai van het lossen.

Er was een druilerig regentje. Er kwamen allerlei mannen aan boord. Iedere keer weer van een ander instantie. Moeten allemaal papieren zien en er   moet van alles worden getekend. Ze vragen allemaal naar de Capitano. Ik sta dan op de brug als Floris er niet is en dan zeggen ze tegen mij: “Hello Capitano”. Ik zeg dan:”no I am not de Capitano, I made de Capitano”.

Ze kijken me dan wat glazig aan en als Floris komt zeg ik:” He is the Capitano, I am his father”.

 

Als ik boven ben zit Martijn op de brug te werken. Ronnie is nog niet wakker,had allang gemoeten, maar hij vertoont zich niet. Uiteindelijk gaat Martijn hem bellen. “hee, het is half tien, zou je niet eens wakker worden?” Ronnie baalt, zijn wekkertje doet het niet goed of zijn innerlijk wekkertje wilde het niet horen. Al gauw komt hij naar boven. Haren alle kanten uit,

uiterst vage blik en duidelijk nog begenadigd met een paar klamme kaken. Was het een lekker biertje Ronnie? Hij heeft op dit uur onder invloed van de vorige avond de uitstraling van een in elkaar gewaaid kippenhok. Wij moeten allemaal lachen, hij ook. Vervolgens moet ik Floris roepen voor de Guardia Civil, die wil de papieren zien. Hij ziet er al net zo uit. Niet erg    florissant . Grappige woordspeling Florissant. Iets wat Florisachtig is.

 

Tegen 10 uur is het lossen klaar. We vertrekken en ik duik het kombuis in. Buitengaats begint het schip alweer aardig te dansen. Het gaat nu bijna vanzelf. Wiegen, stappen, opletten,

Af en toe een paar dingen tegelijk vasthouden.   We eten witlof, aardappelen en kaassaus.

Ik leg Kokkie uit hoe je kaassaus maakt. De aardappelen koken te laat. Ik leg hem nog een keertje uit dat er voor het koken van groenten maar weinig water nodig is. De groenten stoomt vanzelf gaar. Het is trouwens ook veel veiliger met afgieten.

De bemanning is   heel tevreden over de hap eten.

Tegen twee uur ga ik naar de voorsteven en tuur een uurtje over zee. Het is er heerlijk stil.

Later begint het wat meer te waaien en ga in de tuinstoel op het achterdek zitten.

Een uurtje later is de wind vrijwel weg. Er staat een lekkere deining. Links van ons glijden de bergen voorbij. De temperatuur is lekker en het echte bountygevoel is er.

 

Martijn heeft we een vislijn uitgegooid achter het schip. Plotseling is er grote opwinding. Hij heeft beet! Martijn is een leuke jongen met ongeveer mijn postuur. Hij heeft ook een holle rug en iets te dikke buik. Rode wangen en een glunderende uitstraling.   Houdt van sterke verhalen en kan zich over veel verbazen. Wij zagen hem in een soort opwindingsstuip schieten dat hij beet had. Hij begon als een soort duracelkonijntje te trappelen, greep een paar handschoenen en begon de buit binnen te halen. “ja, er zit een vis aan…..”, nou Martijn, we weten niet of jij weet wat een vis is, maar dit is een….vogel. Halverwege laat het arme dier los. Even later ziet Kokkie hem opvliegen, maar of dat waar is. Wij vragen ons af hoe het mogelijk is. Wij hadden al uren geen vogels gezien en dan nog.

 

Het is avond, de wind is vrijwel afwezig, Floris en ik zitten op de brug. De zee is kalm, wij concluderen dat dit een avond kan zijn dat we een walvis zien en besluiten goed op te letten.

 

Tegen de schemering zien we een hele partij dolfijnen. Het zijn tuimelaars(in het engels bottle-nosed dolphins). Zij horen tot de kleinere walvisachtigen. Wij zien wel zo’n stuk of 15 vinnen door het water schieten en vervolgens zien we hun koppen. Het zijn de zogenaamde flippers. De gestreepte dolfijnen die we een paar dagen geleden zagen waren een paar maatjes kleiner. Het zijn knapen van vissen. Zij gaan weer net zo snel als dat ze gekomen zijn.

  Ik ga lekker slapen. Het is vrijdag 7 mei als ik om 9 uur wakker word. Wow effe lekker doorgeslapen.

Ik ga snel naar de keuken om erwtensoep te maken voor zaterdag.

´s-zaterdags worden er altijd pannekoeken   en snert gegeten.

  De verse groentenvoorraad slinkt snel en moet ook op. Wij besluiten om een Tibetaanse jachtschotel te maken. Ingredienten in   Tibet zijn rijst, een paar sliertjes groenten en een paar sliertjes ei. Wij pakken het wat uitbundiger aan. Gewoon 2 stronken andijvie, 3 gehakte winterpenen, een   gebakken bloemkool, 3 gebakken uien, bak champignons en gemarineerde kip en 8 roereieren. Alles klaar en in de pan en geroerd . Danwordt de rijst er bijgegooid.

Nog effe wat kerry en zout erbij en klaar is het. Wat  er van Tibet nog terug te vinden is, is ver weg, maar Tibet is tenslotte ook heel ver weg.

Het smaakte goed, vond ik. Maar de Oekrainers waren geloof ik niet enthousiast.

Ze namen maar een klein beetje en waren zo weer vertrokken.

Nou, maar eens kijken of de erwtensoep het wint van de borsj.

 

De zee is rimpelloos vandaag. Er is een lichte deining.

In de middag pak ik de tuinstoel en ga naar het voordek een uiltje knappen.

Al gauw word ik wakker omdat het regent. De hele dag regent het niet,maar als ik eens een keertje wil genieten, regent het. Ik   ga terug en na een half uurtje probeer ik het nogmaals.

Ik lig lekker een uurtje te bakken in de zon.

 

Als ik wakker word zien we weer 3 dolfijnen. De boot schommelt heerlijk en je kan met je

T/shirtje buiten zijn. Wat is dit lekker. Met zo´n 19 graden .

 

Floris krijgt al telefonisch contact met de loods in Vianna. De loods geeft bericht aan Floris:

“ capitano, something very unexpected happened in Vianna: it is raining!! Floris geeft aan rond 7 uur ‘s-ochtends aan te komen. “No no”, zegt de loods. “we prefer eleven , our   pilots are very tired, they had to work hard in de morning and the evening this week,   and I am sure you are tired too, capitano.” Afgesproken wordt dat we om 11 uur binnen lopen. Wij moeten lachen. Ze zullen wel een feestje hebben op vrijdagavond.  

We zijn benieuwd hoe groot de haven is.

 

Wij varen nog steeds westwaarts als het avond is. Rond   19.00 wijzigt de koers naar het zuiden. Wij horen van Floris dat het volgende reisje bekend is. Wij gaan van Viana de Castelo nog een stuk zuidelijker, circa 4 uur varen, naar Leixoës.

Morgen, zaterdag komen we aan in Viana en lossen maandag. Kunnen we passagieren.

Dan gaan we in   Leixoës graniet laden voor Moerdijk. Daar gaan Floris en ik van het schip af.

 

Rond 20.00 uur zien we weer dolfijnen. Het zijn nu de common dolphins. De gewone dolfijn.

Zij genieten van de waterverplaatsing van de boot zo lijkt het. Ronnie en ik lopen naar voren en we zien ze met z’n drieën voor de boot uit zigzaggen en in pirouettes het water uitspringen.

Het lukt om het te filmen. Een prachtig gezicht. We hebben nu alle drie de soorten gezien op de reis. Een half uur later zien we een partijtje gestreepte dolfijnen langskomen.

 

Weer even later ziet Floris aan bakboord ongeveer 2 mijl weg een fontein uit het water omhoog spuiten. Hij roept:”Pa een walvis”. Wij turen het water af en zien nu dichterbij regelmatig een fontein de lucht uit komen. Eerst een spuit water en dan best wel een langdurige nevel. Wij schatten in dat het wel een spuit is van een meter of vier. Als de spuit 4 meter is, zou het diertje van wat ik gezien heb wel rond de 10 meter lang kunnen zijn.

Een paar keer zie ik hem na het spuiten met zijn rug het water uitkomen. De bovenkant is donkergrijs of zwart en de buik is wit. Wij denken dat het een Minke whale is.

  Wat een imponerend gezicht en wat een mazzel. Wij hebben gewoon mazzel dat het een   hele kalme zee is, met nauwelijks wind.

Het is echt een leuke avond.

Het loopt tegen donker   aan. Boven het schip is de lucht blauw, maar net boven de horizon pakken donkere grijze opgestapelde wolken zich samen. Die ring ligt in een cirkel helemaal om ons heen. Het geeft een prachtig surrealistisch beeld. Je blijft er naar kijken en je verbazen.

Na een mooie zonsondergang varen we een prachtige sterrenhemel in.

Morgen zijn we in Portugal.

 

  Zeereis deel 6

Het is alweer zaterdag 8 mei en we varen het laatste stukje en dan zijn we in Viana do Castelo.

Nog onder de indruk van de walvissen van gisteren, begin ik in de keuken met het bakken van de pannenkoeken. Kokkie moet de verfijning ervan begrijpen. Hij bakt ze altijd naturel, maar met ingrediënten , zoals kaas en appel en rozijnen en spekpannenkoeken zijn hem vreemd.

 

Ik leer hem de schijfjes appel en de rozijnen in een kom te doen, ze met citroensap te besprietsen en er kaneel over te gooien en wat suiker en husselen maar. Dan verdeel ik de boel over 8 bakjes en gooi er per bakje beslag bij. Het wordt een puinhoop. Mijn eigen schuld.

Na twee mislukte pannenkoeken, besluiten we er kleine flensjes van te maken. Veel handiger met omkeren. De hele lading pannenkoeken gaan bij 60 graden in de oven.

 

De snert wordt opgewarmd, want die heeft een dag gestaan.

Het smaakt heerlijk. Wel grappig, want ik had zelf nog nooit snert gemaakt.

Dan is internet toch verdraaide handig, als dat werkt tenminste.

Op het moment dat het eten klaar is, zijn we net klaar met afmeren.

Ik loop even naar buiten en zie een bijzonder leuk plaatsje met een grote kerk boven op een heuvel. Santa Luzia.

De regen valt met bakken uit de hemel. Jammer. Dan maar het gebruikelijke middagdutje,

Het regent nog steeds en we eten bij het avondeten de rest van de snert en de pannenkoeken op. Tegen 21.00 uur nemen Floris, Ronnie , Martijn en ik een taxi naar het stadje. Het is opgehouden te regenen. De chauffeur   spreekt redelijk engels en we worden bij het grote

overdekte winkelcentrum afgezet. Floris wil kijken of hij een airco voor in de controlekamer kan kopen. Het winkelcentrum is modern en prachtig. Schitterende marmeren vloeren en heel, heel veel schoenen en tasjes, en nog meer tasjes en nog meer schoenen.

 

Ronnie komt ogen te kort. Als een jachthond scheert hij langs de winkels en blikt voorover in de etalages en dan gebeurt het. Hij ziet zijn droom werkelijkheid worden. Ooooh wat een mooie schoenen. Hij kijkt, loopt weg, we lopen door, we komen er nog een keer langs en hij gaat nu de winkel in. Een Portugese schone, met een piercing door haar wang, staat hem te woord. Ik snap het niet. Als er nu een keer een spijker in je eten zit en je kauwt hem door je wang heen, dan laat je hem toch niet zitten?

Hij pakt de schoen, die hem met een verleidelijke blik aanstaart.

Nu komt het, hij moet maat 41 hebben. Oh, zeggen wij , die hebben ze nooit.

Wij zoeken het getal 41 op in het “wat en hoe boekje”.

Het werkt, een andere verkoper gaat de schoen halen en het paar past. Nou Ronnie, mooie schoenen hoor. Het zijn gymschoenen met ruitjes erop. Ollie B. Bommel zou er jaloers op zijn. Wij moeten lachen. Als Ollie B. Bommel word   je misschien wat rustiger. “Ja, maar ik vind ze   zo mooi en in Nederland heb je ze niet”. “wel ja joh, over een jaartje liggen ze bij Scapino omdat ze hier niet verkocht werden”. Nou, hij in ieder geval blij.

 

De airco vinden we niet. Ze hebben geen witgoed hier. Dan gaan we op zoek naar een leuke bar om wat te drinken. Altijd weer hetzelfde bij zeelui en soldaten. Je hebt je gewoon niet toeristisch georiënteerd. Lopen, lopen, lopen. En er zijn wel een soort snackbars, maar die zijn niet gezellig.

 

Uiteindelijk komen wij bij een soort promenade. Het ziet er netjes en verzorgd uit. Aan het eind van de promenade is een soort feest aan de gang. Wij zien allemaal lappen met teksten die over de voetweg gespannen zijn. Hele ritsen met vierkantjes van 30 bij 30 centimeter, die kennelijk met grote ijver aan elkaar genaaid zijn.

 

Teksten die door kinderen of andere mensen erop geschreven zijn. Er zijn ook kraampjes waar je allerlei limonades en taarten en stukken taart kan koppen. Als we verder langs de kraampjes lopen, zien we aan het einde een groot podium, waar het plaatselijke zangkoor staat opgesteld.   Ze zingen “Jeruzalem”. De verenigde stemmen doen vergeefse moeite om de harmonie bij elkaar te vinden. Het is keihard en knetter vals. Het geheel wordt begeleid door een soort   sprookjesfiguur achter een keyboard. De mensen die zingen hebben een keurig zangpak aan, maar deze figuur wekt de indruk   dat hij in het flowerpowertijdperk is blijven hangen.

Het blijkt uiteindelijk dat wij op een liefdadigheidsmarkt zijn beland en dat men inzamelt voor de kankerbestrijding.

 

In de jachthaven zien we een bar. Het blijkt een Irish Pub te zijn. Wij gaan er naar toe.

De tent is leeg en er wordt Argentijnse muziek gedraaid. We moeten lachen. Een Irish pub in Portugal, waar Nederlanders zitten en waar Argentijnse muziek   gedraaid wordt.

Al gauw besluiten we de kleine straatjes weer op te zoeken. Het is 22 uur geweest en de restaurants zitten bomvol met mensen. Kennelijk eet men hier heel laat.

Wij komen in een bar terecht waar heel veel mensen zitten en er wordt flink gerookt.

Dat zijn we niet meer gewend. Wij gaan weer weg, want er is niet echt plaats.

 

Uiteindelijk belanden we in zo’n snackbarcafé. Het lijkt een beetje op een franse Tabac.

Een oude man staat achter de bar tussen kratjes en dozen. Een paar figuren zitten aan de bar.

De weg naar de keuken wordt gemaskeerd door een bruine glimmende schelp die op een muurtje staat. Wij bestellen een biertje en de man spreekt werkelijk geen woord engels.

 

Wij willen wat eten en het Wat en hoe boekje wordt tevoorschijn gehaald. Wij hebben er niets aan. Er staan hele zinnen in, maar het antwoord dat je krijgt zal je nooit begrijpen, omdat zo’n boekje natuurlijk nooit weet wat het antwoord zal zijn.  Voor alle omstandigheden hebben ze wat gevonden. Als je toerist zonder voorbereiding bent heb je er niet veel aan, aan dat boekje. Ik kan me nog herinneren dat ik , toen ik 16 was, een week of 5 in Italie zat. Toen kon ik uiteindelijk aardig weg komen.

Wij zien op een schaaltje een soort bladerdeegkoekjes liggen. “pikanto”? vragen wij?

De man haalt zijn schouders op. Niet begrepen. Wij bestellen de koekjes, het zijn er vier en ze

smaken gekruid en naar vis. Martijn   heeft de bal in zijn mond en heeft hem naar zijn wangzak verplaatst. Hij vind vissen als sport leuk, maar om te eten, dat hoeft voor hem niet.

Het geval zit hem duidelijk in de weg.  Hij kijkt ons aan en zijn gezicht staat op “walgelijk”.

Zijn ogen draaien half weg en lichten   de vraag op hoe hij hier op een fatsoenlijke manier af kan komen. Wij zien het met genoegen aan.

Bijna kokkend spoelt hij debal  snel met bier weg.

Lekker koekje Martijn? Wij moeten lachen. Wij besluiten nog wat te nemen en wijzen weer een ander koekje aan. “pikanta” zegt de man. Ooooh, dat was het woord dus, met een “a” op het eind in plaats van een “o”. Deze man kan kennelijk niet omgaan met de gebroken versie van zijn eigen taal.   Maar Ronnie tovert met het boekje, zegt uiteindelijk in het Nederlands wat hij wil hebben, maar krijgt uiteindelijk nog een broodje met chorizoworst op tafel.

 

Het bezoek aan het toilet is in dit soort gelegenheden ook altijd bijzonder. Het is een deurtje van maar 50 centimeter breed. In een slangemensbeweging glip ik naar binnen. Het knipje van de bruine plakkerige deur   is uit een vorig leven. Het is zo’n schuifje met een afgeblokt rondje aan het einde. Het plafond is laag, de pot is bruin en het fonteintje roestig.   Het is zelfs vies om de kraan aan te raken. Als ik de deur vast pak om naar buiten te gaan, ontmoet ik het plakken van zo’n 75 jaar pisvingers. Dat zijn er bij 70x per dag 1.916.250. Een houten deur in stand gehouden door het conserveringsproces van puur urinezuur. Hier zit het echte leven in, in zo’n deur. Leuke test voor TNO.

Tja, hoe vertel je die man nou dat je op zijn adres een taxi wil hebben. We hebben een kaartje

van de taxicentrale en Ronnie gaat het weer proberen met het boekje. Maar het wordt helemaal niets. Tja, als je nou gewoon die man het kaartje geeft en je maakt de opbelbeweging bij je oor en je roept taxi, moet hij het begrijpen. Ahaa hij heeft het door.

Met een vermoeide blik pakt hij een muntje en gooit dit in de telefoonautomaat. Hij bestelt de taxi.   Wij moeten lachen, dat hij aan zijn eigen automaat moet betalen.

Wij stappen in de taxi en hebben weer dezelfde chauffeur. We vragen waar we uit willen gaan.

“Do you want girls or disco”. “No disco” zeggen we. Hij geeft aan dat die pas om 2 uur ‘s-nachts leuk worden en dat dat dan tot een uur of 6 ‘s-ochtends duurt.

Ik besluit dat ik te oud ben voor dit zware bestaan en dat ik voor zal stellen om alleen terug te gaan naar de boot, maar de jongens gaan mee. Wij praten nog wat na en gaan slapen. Het was een leuke dag.

 

Zeereis deel 7

Het is zondagochtend en prachtig weer, als ik dit voorstaande verhaal opschrijf.

Vanmiddag gaan we weer op stap.

 

Er rijdt weer een taxi voor en we gaan dit keer met z´n 5en. Floris, Martijn, Ronnie,Gennebe en ik.. Beetje douwen , maar dan kunnen we er allemaal in.  “Only 3 persons” zegt de chauffeur, “ja, ja, rijden nou maar”. Hij zet ons af bij een kabeltreintje onder aan de berg waar de Santa Luzia Kathedraal staat. Het treintje brengt ons omhoog en boven gekomen ontvouwt zich aan ons een panoramisch uitzicht. Wij zien de Atlantische oceaan haar golven uitvouwen op het de stranden. Prachtige groene dennebomen en cypressen, olijf- en vijgenbomen   omringen het geheel en de heuvelen en dalen met al het groen, roepen paradijselijke associaties op. Ik dacht nog:”wat hoor ik toch”, maar dat waren de paradijselijke associaties die opgroepen werden.   De kathedraal is prachtig. De kerk torent hoog boven de omgeving en de zee uit. Als we binnenkomen is er net een bruiloft aan de gang. Er wordt prachtig gezongen door een zangeres en een zanger. Heel erg mooi. De kerk is heel licht en heeft een prachtige koepel. Hij is geïnspireerd op de Sacre Coeur in Parijs.

 

Achter de kerk is een prachtige tuin en daarachter weer een klooster. Wij blijven geruime tijd

rondhangen en lopen en strijken uiteindelijk op een terrasje neer. Daarna lopen we naar beneden en komen uit op een prachtig kerkhof. Wij dwalen over het kerkhof. Veel overledenen worden in een muur geschoven en er zijn ook huisjes met familiegraven.

Je ziet de kisten zo staan in stapelgraven, 4 hoog aan elke kant en misschien ook nog wel onder de grond.

Wij lopen door naar het centrum van het stadje en na zo’n 1,5 uur lopen vinden we een terrasje aan de haven. We bestellen en eten wat. We bestellen Tapas en Gennebe wil een

hamburger. Langs ons heen flaneren allemaal families. Opa’s ,oma’s kinderen en kleinkinderen. Allemaal keurig gekleed en kennelijk gewend dit vaker te doen.

Het terrasje blijkt bij een bingotent te horen. Een enorme zaal waarbij het altijd weer knap is, dat ze het zo ongezellig kunnen inrichten.

Aan het eind van ons vrij langdurig verkeren op het terras, trakteert de eigenaar ons op een glaasje port. Van het huis. Het wordt in grappige glaasjes ingeschonken. Die glaasjes willen wij wel hebben voor aan boord. De minst elegante manier is wel gewoon meenemen, maar dat is niet netjes. De rekening komt en de man geeft ons een tegoedbon voor 5 consumpties voor als we weer komen. Tjonge jonge, hoe komen we aan die glaasjes? “Ja jongens” zeg ik, “we gaan gewoon zaken doen”. Ik spreek de eigenaar aan en zeg dat we de glaasjes erg leuk vinden. Ik geef hem aan dat we zeelieden zijn en dat we waarschijnlijk nooit meer terug zullen komen en wij de vrije consumptiekaart niet zullen gebruiken. “In stead of that, may we take these glasses?” “yes of course” zegt de man en wij nemen de glaasjes mee, en de vrije consumptiekaart, want je weet maar nooit.  Vriendelijk zwaait hij ons uit.

 

Na weer een uurtje in het stadje rondgezworven te hebben, strijken we neer op een ander terrasje en drinken een kopje koffie. Kan soms ook best lekker zijn. Wij laten de serveerster

een taxi bellen die ons naar het strand achter het schip zal brengen.

De chauffeur spreekt geen woord engels. Hij begint te rijden en te rijden, maar weet niet waar we naar toe willen, maar hij vraagt het ook niet. Wij overdenken   of het grappig is om hem gewoon niets te zeggen. Uiteindelijk blijkt dat hij Frans spreekt. Nou, dat doen Floris en ik ook dus dat komt goed uit. Hij zet ons af bij het strand. Het strand is prachtig, maar helemaal leeg op een paar kite-surfers na. Er zijn hier geen voorzieningen zoals wij die kennen. Wij lopen over het strand en door prachtige duinen. Ze hebben een soort houten steiger aangelegd door de duinen, om het gebied te beschermen. Best wel handig, want je kan er ook gewoon met een rolstoel of karretje overheen. Wij maken een wandeling door de duinen. Men noemt het gebied hier “Costa Verde”. De groene kust. Ik zou hier graag een wandelvakantie doorbrengen. Uiteindelijk komen we uit in een villawijk. Wij treffen een aantal kennelijk verlaten villa’s aan. Ik heb die in Spanje ook gezien. Soms zijn   de bewoners vertrokken of overleden en zijn de notariële activiteiten zo ingewikkeld dat men de huizen maar laat voor wat ze zijn. Lijkt me leuk om zo’n huis te bemachtigen, maar daar moet je wel de tijd en het geduld voor hebben. Ze zien er nu niet uit, maar na opknappen kunnen ze heel mooi zijn.

Kraken zal wel niet kunnen hier.

 

Wij zien op een duin met uitzicht op zee een strandtent liggen. Het is rond 20.00 uur en tijd om wat te gaan eten. Als we dichterbij komen en het terras beklimmen zie we dat het in volkomen vervallen staat verkeert. Het wekt niet de indruk open te zijn. Als we er langs lopen gaat er een deur open.

Een man roept ons aan en vraagt of we bier willen. Wij kijken elkaar aan. We willen eten, maar hier? Ach, wat kan het ons schelen. Het is ook wel tijd voor een drankje na al dat lopen.

De man gebaart ons gastvrij om naar binnen te gaan. Hij heeft een asgrauw gezicht. Zijn neus lijkt op het onderste deel van de voorsteven van ons schip. Het deel wat gebruikt wordt om ijs te breken. Het is een man die het iedereen naar zijn zin wil maken om maar geen ruzie te krijgen en door de belangentegenstellingen waarschijnlijk in een staat van voortdurende vertwijfeling verkeert. Je ziet dat in zijn bewegingen en gedragingen.

  Het lokaal is het bekijken waard. Het heeft heel wat moeite gekost om het zo in te richten.

Bent u er klaar voor? Dan zal ik u een rondleiding geven in deze ruimte van kommer en kwel.

De plafonds zijn zwart uitgeslagen. De raamkozijnen zijn verrot, de toegangsdeur wordt door een paar verrotte plankjes bij elkaar gehouden.   Er hangen bruine gordijnen met een zwarte glans erover, schaamtevol versluierd door zwarte spinnenwebben. Zij hangen triest naar beneden Slechts een paar ringen houden het geheel nog op zijn plaats. Van de TL balken is alleen het armatuur nog aanwezig. Tegen de muur staat een hoge kast. 2,5 meter hoog aan de

rechterkant en 2 meter hoog aan de linkerkant. Hij is aan de linkerkant scheefgezakt.

De deurtjes onderin vinden dit niet leuk en staan scheef bekneld half open, half ontwricht.

 Kreunend torst de kast een oude televisie. De voetbalwedstrijd Benfica-Rio Ave(of zoiets)

wordt uitgezonden. In alle cafeetjes is altijd voetbal op televisie. Het is de bekerfinale.

Iedereen in Viana is voor Benfica en wij ook natuurlijk.

 

Er staan zo’n tiental tafeltjes. Bij de televisie zit een oudere man met een grote snor en dikke brilleglazen. Zijn poging om een walrus te imiteren slaagt bijzonder goed. Hij heeft een rauwe grogstem en hij voorziet de voetbalwedstrijd met voortdurend commentaar. Het is leuk om te zien dat niemand naar hem luistert, en hij gaat maar door. Twee tafeltjes verderop zit een man, die wat beter gekleed is en hij heeft een tasje om zijn nek. De baas spreekt mij aan en begint een heel verhaal over voetbal. Ik knik vriendelijk en zeg af en toe: “si si”. Hij begint bevestigend op me te wijzen: “comprendre he? Comprendre! Hè hè hè.” Ik lach mee met zijn manier van lachen:  “Hè hè hè.”

Aan de bar staat een dikke man kleine flesjes bier leeg te drinken. Voor de deur staat een oude mercedes. Daar zit zijn vrouw in. Af en toe gaat hij een kwartiertje bij haar zitten en komt dan weer terug. Gedienstig trekt de baas het zoveelste flesje bier voor hem open.

 

Ineens komt er een klein bol vrouwtje met een soort jutezak aan tevoorschijn. Dunne beentjes met bruine kousen aan, maken het geheel   verbazingwekkend gedisproportioneerd. Ze begroet ons met een schelle stem. Ze is erg aardig. Het is duidelijk de vrouw des huizes. Zij heeft zich aan haar echtgenoot aangepast door ook asgrauw te zijn.

Zij is midden 50, heeft gitzwart haar en holle ogen. Het is moeilijk om zo iemand te beschrijven, maar wij kijken er met verbazing naar. Het is net een katjesdropje maar dan wit.

 

Heel kort daarna komt de dochter des huizes binnen. Lang blond haar, ook zo’n ijswit gezicht en een jaar of 25. Zij haalt uit haar tas een kennelijk zojuist aangeschaft massageapparaat.

Vol verbazing kijken 5 zeelui toe hoe ze het apparaat uit gaan proberen. Dochter en moeder  behandelen elkaars rug, armen en benen en genieten er duidelijk van. Ondertussen komt ook oma binnen. Een grijs oud dametje met een spits gezicht en bij wie het gebit kennelijk al jaren verleden tijd is, want het zit er niet meer in. Haar lippen tuiten voortdurend pruimend naar voren.

Oma gaat zitten en ze zetten het apparaat op haar rug. Ze trekt een gelukzalige blik en wij kunnen ons lachen bijna niet meer inhouden. Het schouwspel komt abrupt tot een eind als de man met het tasje opstaat, naar hen toeloopt, het ding afpakt en tussen zijn benen douwt.

Ha ha ha, hij moet er zelf van lachen. Er klinken een paar kreten en het apparaat wordt opgeborgen.

 

De rust keert weer en de voetbalwedstrijd gaat gewoon door en het commentaar van de walrus ook. Ik ga naar de wc waarvan het deurtje aan de onderzijde helemaal weggerot is. Op een stoel ligt een grijze angorakat. Ik loop naar hem toe en begin een praatje. Het tongetje steekt een beetje uit en geeft het diertje een sullige ongeinteresseerde uitstraling. Ik aai het diertje, maar het reageert niet, dan tik ik het twee keer met de vinger op de rug en het roept: miauw. Even later ontdekt Martijn het diertje ook en aait het over de kop. “Nee” zeg ik,

“dat moet je zo doen” en ik tik het weer 2 keer met de wijsvinger op de rug. “Miauw” zegt de kat.

 

Benfica   wint de finale en ik moet zeggen, al houd ik niet van voetbal, de wedstrijd is bruisend en gepassioneerd gespeeld. Overal rijden nu buiten  auto’s toeterend in het rond. De mensen zijn erg aardig tegen ons. Wij verbazen ons hoe je het voor elkaar krijgt om een zaak op zo’n prachtlocatie te verwaarlozen.

Wij gaan weg. Laten de baas de deur open doen, want stel je voor dat je de hele deur in je hand houdt. Vrolijk worden wij uitgewuifd.

Teruglopend trekt Floris de volgende conclusie: “dit kan niet waar zijn, ze hebben vast deze zaak vorige week gekocht en moeten hem nog opknappen. “

 

Wij eten in een modern restaurant met kantine-achtige uitstraling. Het is heel goed gelukt

om alles hetzelfde te laten smaken. Dat is best knap. Wel jammer, we hadden beter nog wel weer een taxi naar het stadje kunnen nemen. Wij lopen terug naar het schip en gaan naar bed.

Het was een ontzettend leuke dag.

 

  Zeereis deel 8.

Het is maandagochtend 10 mei 2010. Het regent en het lossen van de laatste rollen metaal begint. In de loop van de ochtend komt de loods aan boord en we vertrekken. Hij denkt dat ik van de inspectie ben. Kennelijk maakte ik een inspecterende indruk. Floris moet lachen en

vertelt   dat ik zijn vader ben.

 

Wij kiezen weer het ruime sop en het schip begint lekker te deinen. Ik verdwijn in het kombuis en begin met koken. Heerlijk dat deinen en het stampen van de motor. Ik loop even naar buiten en snuif de zeewind op en lardeer het met een minisnuifje stookolie. Lekker bezig zijn, waggelen over het deinende schip,   even een kijkje nemen over de ruime oceaan, snuifje zeewind, ik voel mij ineens weer intens gelukkig dat ik dit kan en mag doen.

Een lekker hapje maken voor de jongens is ook erg leuk.   

Ik leer kokkie hoe hij hutspot moet maken. Hij doet zijn best en schrijft alles op en ik hoop dan maar dat het nog eens wat met hem wordt, maar ik heb een beetje mijn twijfels.

Ik heb gekozen voor een eenheidsprak waar alles in zit, omdat het niet helemaal duidelijk is hoe laat we zouden gaan eten in verband met het afvaren.Kan je het eventueel later nog opwarmen.

 

Tijdens de reis springen er ineens weer rondom het schip groepjes gestreepte dolfijnen.

Iedere keer als ze het water weer raken hoor je een bescheiden : “ploep”.

In de middag arriveren we bij Leixoes, Porto. Wij gaan voor anker tot de loods beschikbaar is.

Dit duurt uiteindelijk tot 1 uur ’s-Nachts. De stad met zijn hoge gebouwen ligt schitterend   in het lage zonlicht en geleidelijk aan worden er steeds meer lichten ontstoken. Het geheel heeft een beetje een duizend en één nacht-effect. Urenlang kijken we naar de gezellige twinkeling van de lichtjes.

 

Tegen 00.30 komt er radiocontact met de scheepsmeldkamer en vervolgens contact met de loods. Floris geeft Yuri de machinist de opdracht om de motoren te starten. Er is contact met de loods en er worden posities en gegevens van het schip uitgewisseld.

We gaan varen en vanuit het niets duikt het loodsbootje op. Ronnie en Martijn hebben een touwladder aan stuurboord uitgehangen   en na enige pogingen lukt het de loods om zich aan de ladder vast te klampen en omhoog te klimmen. De loodsboot verdwijnt weer en de loods geeft Floris aanwijzingen.

  Wij varen de haven in en gaan onder een openstaande brug door. Wel verstandig, want als hij niet open is, kan je beter wachten. Het aanleggen is altijd een bijzondere aangelegenheid, want de loods geeft aanwijzingen, maar hij kent de kuren, mogelijkheden en onmogelijkheden van het schip niet. Dit is altijd een spel, want je moet de loods natuurlijk wel in zijn waarde laten en op een zeker moment op de punten dat hij het schip niet begrijpt, je eigen plan trekken.

 

Als we aangelegd zijn, moeten er nog tussenschotten(grote ijzeren platen) in het ruim geplaatst   worden om de vracht goed te verdelen in compartimenten, zodat er een goede en veilige gewichtsverhouding ontstaat. Dit klusje duurt nog 2 en een half uur.

Het is tegen 4 uur in de ochtend als dit klaar is. De werkuren op zee zijn regelmatig,

Maar in de havens is een werkdagje van 20 uur voor mensen met veel verantwoording heel goed mogelijk. Tjonge jonge wat hebben die mannen hard gewerkt.

  Ik ga zelf om 4 uur in de ochtend naar bed, maar op 9 uur begint het laden van het graniet al.

 

Het zijn eigenlijk granieten kubussen van verschillende maten, vergelijkbaar met de straatkeien die je nog wel ziet bij spoorterreinen en in havens en in Belgie.

Ze zijn in kratten aangevoerd, maar ook los.

  Zelf word ik om half elf wakker en ga naar de keuken. Spruitjes, sla, aardappelkroketten en een slavink staan op het menu. Ik geef kokkie wat instructies en het kan haast niet mis gaan.

 

De aardappelkroketjes worden in frituurvet gebakken. Uit bevroren toestand worden ze in het hete vet gekieperd. Ik zou niet graag een aardappelkroketje zijn. De overgang lijkt mij vreselijk. Maar in het geval van kokkie was de overgang voor het frituurvet vreselijk.

Hij kieperde bijna alles tegelijk in het vet. Tja, dan krijg je één grote vette kleffe massa.

Met een beteuterde blik van “kijk mij nou” kwam hij met de schaal overleden aardappelkroketjes aanzetten. Opengebarsten, geplet, vet en verkruimeld staarden ze ons bijna verontschuldigend en radeloos aan. Wij moesten vreselijk lachen. Hoe krijgt hij het voor elkaar. Tja, ook dat maar weer eens een keertje uitleggen. In ieder geval waren het er nu wel genoeg.

  ’s-Middags   ga ik lekker een uurtje met mijn knar in de zon zitten. Ondertussen varen er enorme zeeschepen met containers langs.

  Het laden gaat tot de nacht door. Tjonge wat gaat er veel in zo’n ruim. Vrachtwagens rijden aan en af om lading te brengen.

 

In de avond bel ik Mies met skype. Het signaal is zwak door de kranen. Uiteindelijk gewoon het GSMetje gepakt. Het is altijd goed om op pad te gaan,

maar op een zeker moment begint er iets te kriebelen dat “verlangen”heet.  

Dat bouwt zich in de loop van de weken steeds verder op. Deze jongens zijn voor wat betreft de Nederlanders 2 maanden weg, maar de Filipijnen zijn 7 maanden van huis. Dat was bij ons vroeger ook zo. Overigens mogen de Filippijnen bij Van Dam Shipping korter blijven, in tegenstelling tot andere bedrijven, maar uit financiele overwegingen  willen ze zelf langer blijven.

  In de avond bespreekt Floris met Ronnie het nemen van de watermonsters. In zoet water zakt een schip namelijk meer   dan in zout water( bij dit schip 11,1 centimeter).

Wij mogen dus in Nederland niet in de problemen komen doordat het schip teveel zakt.

In het volgende verhaal legt Floris dit uit, omdat hij geen tijd meer heeft mijn onbegrip te controleren.

  Hetzelfde geldt voor het onderstuk aan de voorsteven, de “bulb”. Deze is niet om ijs te breken, maar heeft een energieverdelingsfunctie. Het schip kan sneller.

  Het is nu donderdagochtend. Ik ga koken en over een paar uur vertrekken we naar Nederland.

Ik zal proberen nog wat te schrijven, maar ik verwacht eigenlijk   een paar dagen geen internet te hebben.

 

Zeereis deel 9.

Het is woensdagochtend 12 mei 2010.

Het laden van de granieten kubussen is alweer vroeg begonnen.

Er staat een soort opzichter bij die de hele dag emotioneel schijnoverspannen gebarend aanwijzingen geeft, alsof hij aan het oefenen is voor een rol in een operette.

 

Ik leer kokkie hoe hij Spinaziemacaronie moet maken, zodanig dat het geen pap wordt. Het smaakt prima.

Iedereen geniet van het eten en de Oekrainers zeggen iedere keer blij te zijn met het eten.

Het zijn beide aardige mannen en hele goede vaklui.

 

Voor de rest wordt er die dag rondom hard gewerkt en hard gerekend of de lading goed komt te liggen, een hele klus. Er staat een lekker zonnetje en na het koken ga ik een uurtje in de tuinstoel op het dek liggen.

 

Het is tegen 17.30 in de middag als Martijn de luiken sluit en de loods aan boord komt.

In een kwartiertje varen wij de haven uit. Vlak voor het uiteinde van de pier komt de loodsboot en de loods vertelt Floris nog even welke kant hij op moet varen om weer in Nederland terecht te komen. Hij wijst met zijn hand: “die kant op”.(althans zo leek het).

 

Dan scheert de loodsboot langszij. Zo’n loodsboot is een hele snelle boot met brede platte gangboorden waar je makkelijk op kan lopen. Midden op de boot staat de stuurhut en rondom zijn aan de stuurhut relingen bevestigd waar je je aan vast kan houden. Voor en achter staan ook nog hekjes zodat je ook voor en achter op kan springen. Rondom de boot zitten allemaal rubbers zodat je echt tegen een schip aan kan varen aan de zijkant. Boven de relingen zitten ook nog haken waar je lijnen aan kan bevestigen als extra veiligheid opdat je niet in het sop verdwijnt.

Onze loods springt erop en wordt door een maat opgevangen.

Even zwaaien en weg scheert hij, naar een binnenkomend schip.

 

Als we de pier uitvaren zoeken we een gebied op waar het wat dieper is en we ervaren een stevige windkracht 5.Het is koud op zee. De dame Lianne bijt zich met een lichte agressie in de golven vast en duikt er dan doorheen. Ze heeft er zin in. Het water spat over het halve schip heen. Er zijn flinke golven.

Zo zetten we na een uurtje varen koers naar het noorden, ongeveer wat de loods aangaf, naar huis, naar Mies en de kinderen en niet te vergeten naar Rubbertje. Een goed gevoel, weer naar huis.

Al gauw worden we vergezeld door een grote groep dolfijnen, dit keer zijn het tuimelaars.

Floris slaagt er in er een heel leuk filmpje van te maken.

Je raakt er gewoon niet op uitgekeken hoe heerlijk ze zwemmen en door de inmiddels   aardig hoge golven, maken ze enorme zweefduiken.

Langzaam verdwijnt de kust uit het zicht en varen we de nacht in. Floris en ik kijken samen naar Shrek 3 en daarna ga ik slapen.

Als ik wakker wordt heb ik het gevoel dat ik één grote klotsende maag ben. Het schip maakt een soort wokkelbeweging. Het is pas 5 uur. Ik merk dat ik onrustig ben van de bewegingen.

Het is net of alle staal   om me heen trekt en verbogen wordt. Ik trek me in gedachten terug in één punt boven mijn navel. Hierdoor kom je helemaal bij jezelf en ga je niet alles buiten je bij je probleem betrekken, want dat veroorzaakt juist onrustgevoelens. Al gauw ben ik helemaal rustig en voel ik mij sterk en houdt het klotserige gevoel op.

Toch val ik niet meer in slaap en ga naar de brug. Martijn heeft de wacht. Hij kijkt net naar een film waarin iemands schedel leeg gelepeld wordt. Goedemorgen Martijn.

Tegen 7.15 komt de zon boven de bergen uit. De zee is rustiger geworden.

Ik heb zowaar even verbinding met internet en kan een mailtje van een collega beantwoorden.

 

Rond 8 uur drink ik een kop koffie met Floris en ga ik nog een uurtje slapen.

Tegen 14.00 uur zijn we weer op de Golf van Biskaje. Veel zon, nauwelijks wind en een hele rustig zee. Er is veel scheepvaartverkeer.

Ronnie is jarig vandaag. Kokkie heeft een cake voor hem gebakken, die goed smaakt.

Internet ligt eruit en ik ga wat dingen schrijven voor mijn werk in Almere.

En uiteraard het verblijf in de tuinstoel aan het dek. Die stoel vindt het erg prettig als ik er ben, dus ik offer me maar op.

Tegen 17.00 uur draait de wind meer in noordwestelijke richting en neemt toe. Er ontstaan lange hoge golven vanaf de oceaan. Het schip wordt iedere keer hoog opgetild en het schommelt heerlijk.

Moeder de zee en juffrouw Lianne kunnen het goed met elkaar vinden vandaag. Met een gangetje van 9 knopen voelt het rythme heerlijk aan.

 

Wij brengen de avond door met wat kletsen en free cell spelen op de computer.

 

Het is vrijdagochtend en ik heb goed geslapen. Iedere keer verbaas ik mij daar weer over.

De motor van en de ventilator in de hut maken behoorlijk veel   lawaai. Maar je weet dat het zo zijn zal   en je valt er gewoon bij in slaap.

Zo, gauw naar de kombuis. Kokkie en ik hebben afgesproken dat ik vandaag de erwtensoep voor morgen maak en dat hij een visgerecht gaat klaar maken. En zo gebeurt het ook.

Ik snij alles in de messroom en hij in de kombuis.

De erwtensoep   bouw ik langzaam op. Iedere keer weer een ingredient erbij. Zo, alles is klaar en nu gewoon af zetten. Morgen is ie dan helemaal geweldig en de pannenkoeken zullen ook weer goed smaken. Morgen heeft kokkie examen in pannenkoeken bakken. Ik merk wel dat hij nu toch een aantal dingen geleerd heeft. Hij gebruikt veel minder water in de pannen. Hij zet nu elke dag de oven aan op 60 graden. Dan hoef je niet alles tegelijk te doen, maar kan je warm houden. Ook het veredelen van wat andere soepen gaat hem beter af.

De middag bezorgt mij een bijna hemels genoegen. Het is veel harder gaan waaien en er staan behoorlijke golven. Het schip deint dat het een lust is en aan bakboord hebben grote rollers de aanval geopend, maar mevrouw Lianne geeft geen krimp.

Er schijnt flink wat zon en ik neem mijn favoriete plek in op het dek. Ik lig een uurtje te zonnen en dan trek ik mijn jas aan. De wind is koud. Uren lang kijk ik naar de grote golven, dat houdt niet op. Golven geven de gelegenheid tot mijmeren, maar eigenlijk mijmer ik helemaal niet. Bij het kijken naar die golven gaat mijn verstand echt op nul staan. “Gut” zult u zeggen, “staat dat je verstand dan anders nièt op nul”? Nou laat ik één ding zeggen:”dat is het grote geheim wat ik met me meedraag, hoe mijn verstand staat”. Welnu, mijn verstand staat op nul als ik over die golven heen staar. Het lukt me gewoon om aan niets te denken en dat geeft me heel veel rust. En ik geniet ervan   omdat ik mij realiseer dat ik normaal altijd ernstig over van alles aan het denken ben. Dat die kop eens even koest is, is er mogelijk de reden van dat ik het zo lekker vind om op het water te zijn.

Het is bijna half zes, vrijdagmiddag. Het contact met de Golf is pittig, maar niets vergeleken bij een echte storm. Nou, voor mij hoeft dat niet echt. Er is een leuk gedicht geschreven of de liefde-haatverhouding die je met dit stukje water kunt hebben.

 

Zeereis deel 10

 

Na de pittige avond is het in de vroege zaterdagochtend nog stevig nadeinen. Ik werd af en toe wakker van het beuken van de golven tegen mijn patrijspoort.

Na het erwtensoep met pannenkoekenfeest ben ik na het voordek gegaan. Er is nauwelijks wind en er zijn alleen wat lange golven.

Een wolkeloze hemel en de stilte voorop zijn heerlijk.

De boot glijdt rustig door het water. Een fantastisch mooie dag.   Na een hele lange tijd

ga ik terug en even emailtjes beantwoorden. Ik heb erg veel leuke reacties gehad.

 

Er zijn mensen die willen dat ik blijf schrijven. Welnu zou ik zeggen, steek de koppen bij elkaar en bied mij een jarenlange wereldreis aan. Overigens, ergens zit die wel in mijn hoofd

voor 2011 of zo, maar dan wil ik samen met Mies.

 Het is 16.30 dat ik vind dat ik wel weer even in mijn geliefde tuinstoel mag zitten.

Al gauw dommel ik weg en wordt vervolgens kom ik tot de ontdekking dat de liefde van deze stoel ten aanzien van  mij kennelijk over is.

Ik word namelijk wakker door een luide knak en vervolgens zijg ik als een stervende zwaan op het rood beschilderde dek neer. Mijn stoel heeft de geest gegeven, kon niet nog een dagje wachten. De jongens moeten lachen, maar dat is natuurlijk niet erg respectvol. Die ouwe man had zich wel kunnen bezeren!  Martijn komt aangesneld met de camera, maakt een foto en begint het ding vervolgens als een jonge hond verder te slopen. Ik bespeurde weer dezelfde opwinding als toen hij dacht dat hij een vis aan de haak had. Eventjes met de voetjes trappelen en hupsakee daar gaat ie.

Overigens, hij is nu twee en een halve week aan het vissen en heeft nog steeds geen vis gevangen.   Ik overweeg om die gesloopte stoel aan het snoer te binden en die dan in het water te gooien. Ik zou zijn gezicht wel eens willen zien als hij weer vol opwinding zijn lijntje gaat binnenhalen. Ik denk echter dat de weerstand te groot is en de lijn zal breken. Maar wel een leuke grap.

 

Je merkt dat we op weg naar huis zijn. Iedereen is een beetje opgewonden en baldadig.

 

De zon heb ik nu voor de zoveelste keer onder zien gaan. Morgen is het zondag, de laatste volle dag varen. Wij zitten nu met zonsondergang bij Cherbourg.

De zondag verloopt zoals een zondag moet zijn. Het is stil aan boord, er is weinig wind.

In de middag zitten we met z’n vieren op de brug te filosoferen hoe we weer thuis komen .

Zoals het er nu uitzitten zijn we morgen , maandag, rond een uur of 12 in Moerdijk.

Is er wel of geen busje, van waar gaat de trein en hoe kom je daar?

Wij kijken naar het dichtst bijzijnde station en dat is een uur en 50 minuten lopen weg. Eventueel een regiotaxi. Door de week is het lastig ophalers te vinden. Mies moet ook werken. Floris moet waarschijnlijk nog een dagje blijven. Maar dan is er voor mij geen slaapplaats meer.

Ik moet weer denken aan Stevenspier in Denemarken. Ik werd daar afgezet bij een cementfabriek met een pier in zee. Met een kalktreintje kwam ik spierwit van de kalk in het niets terecht. Via iemand die me oppikte en de trein kon ik in Kopenhagen   het vliegtuig pakken.

 

Floris maakt een eind aan het gezeur. “jongens, hou er mee op, je kan wel van alles verzinnen, maar dan moeten we eerst weten hoe het zit”.

En zo is het. Als ik dit schrijf zitten we in het nauw van Calais. Het is 17.30 uur.

Wij zijn omringd door schepen die er allemaal doorheen willen.

Ik ga mijn verhaal voor vandaag afsluiten. Er komt er nog eentje en dat is dan de laatste.

 

Zeereis deel 11 slot.

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Het is maandagochtend 10 mei 2010. Het regent en het lossen van de laatste rollen metaal begint. In de loop van de ochtend komt de loods aan boord en we vertrekken. Hij denkt dat ik van de inspectie ben. Kennelijk maakte ik een inspecterende indruk. Floris moet lachen en

vertelt   dat ik zijn vader ben.

 

Wij kiezen weer het ruime sop en het schip begint lekker te deinen. Ik verdwijn in het kombuis en begin met koken. Heerlijk dat deinen en het stampen van de motor. Ik loop even naar buiten en snuif de zeewind op en lardeer het met een minisnuifje stookolie. Lekker bezig zijn, waggelen over het deinende schip,   even een kijkje nemen over de ruime oceaan, snuifje zeewind, ik voel mij ineens weer intens gelukkig dat ik dit kan en mag doen.

Een lekker hapje maken voor de jongens is ook erg leuk.   

Ik leer kokkie hoe hij hutspot moet maken. Hij doet zijn best en schrijft alles op en ik hoop dan maar dat het nog eens wat met hem wordt, maar ik heb een beetje mijn twijfels.

Ik heb gekozen voor een eenheidsprak waar alles in zit, omdat het niet helemaal duidelijk is hoe laat we zouden gaan eten in verband met het afvaren.Kan je het eventueel later nog opwarmen.

 

Tijdens de reis springen er ineens weer rondom het schip groepjes gestreepte dolfijnen.

Iedere keer als ze het water weer raken hoor je een bescheiden : “ploep”.

In de middag arriveren we bij Leixoes, Porto. Wij gaan voor anker tot de loods beschikbaar is.

Dit duurt uiteindelijk tot 1 uur ’s-Nachts. De stad met zijn hoge gebouwen ligt schitterend   in het lage zonlicht en geleidelijk aan worden er steeds meer lichten ontstoken. Het geheel heeft een beetje een duizend en één nacht-effect. Urenlang kijken we naar de gezellige twinkeling van de lichtjes.

 

Tegen 00.30 komt er radiocontact met de scheepsmeldkamer en vervolgens contact met de loods. Floris geeft Yuri de machinist de opdracht om de motoren te starten. Er is contact met de loods en er worden posities en gegevens van het schip uitgewisseld.

We gaan varen en vanuit het niets duikt het loodsbootje op. Ronnie en Martijn hebben een touwladder aan stuurboord uitgehangen   en na enige pogingen lukt het de loods om zich aan de ladder vast te klampen en omhoog te klimmen. De loodsboot verdwijnt weer en de loods geeft Floris aanwijzingen.

  Wij varen de haven in en gaan onder een openstaande brug door. Wel verstandig, want als hij niet open is, kan je beter wachten. Het aanleggen is altijd een bijzondere aangelegenheid, want de loods geeft aanwijzingen, maar hij kent de kuren, mogelijkheden en onmogelijkheden van het schip niet. Dit is altijd een spel, want je moet de loods natuurlijk wel in zijn waarde laten en op een zeker moment op de punten dat hij het schip niet begrijpt, je eigen plan trekken.

 

Als we aangelegd zijn, moeten er nog tussenschotten(grote ijzeren platen) in het ruim geplaatst   worden om de vracht goed te verdelen in compartimenten, zodat er een goede en veilige gewichtsverhouding ontstaat. Dit klusje duurt nog 2 en een half uur.

Het is tegen 4 uur in de ochtend als dit klaar is. De werkuren op zee zijn regelmatig,

Maar in de havens is een werkdagje van 20 uur voor mensen met veel verantwoording heel goed mogelijk. Tjonge jonge wat hebben die mannen hard gewerkt.

  Ik ga zelf om 4 uur in de ochtend naar bed, maar op 9 uur begint het laden van het graniet al.

 

Het zijn eigenlijk granieten kubussen van verschillende maten, vergelijkbaar met de straatkeien die je nog wel ziet bij spoorterreinen en in havens en in Belgie.

Ze zijn in kratten aangevoerd, maar ook los.

  Zelf word ik om half elf wakker en ga naar de keuken. Spruitjes, sla, aardappelkroketten en een slavink staan op het menu. Ik geef kokkie wat instructies en het kan haast niet mis gaan.

 

De aardappelkroketjes worden in frituurvet gebakken. Uit bevroren toestand worden ze in het hete vet gekieperd. Ik zou niet graag een aardappelkroketje zijn. De overgang lijkt mij vreselijk. Maar in het geval van kokkie was de overgang voor het frituurvet vreselijk.

Hij kieperde bijna alles tegelijk in het vet. Tja, dan krijg je één grote vette kleffe massa.

Met een beteuterde blik van “kijk mij nou” kwam hij met de schaal overleden aardappelkroketjes aanzetten. Opengebarsten, geplet, vet en verkruimeld staarden ze ons bijna verontschuldigend en radeloos aan. Wij moesten vreselijk lachen. Hoe krijgt hij het voor elkaar. Tja, ook dat maar weer eens een keertje uitleggen. In ieder geval waren het er nu wel genoeg.

  ’s-Middags   ga ik lekker een uurtje met mijn knar in de zon zitten. Ondertussen varen er enorme zeeschepen met containers langs.

  Het laden gaat tot de nacht door. Tjonge wat gaat er veel in zo’n ruim. Vrachtwagens rijden aan en af om lading te brengen.

 

In de avond bel ik Mies met skype. Het signaal is zwak door de kranen. Uiteindelijk gewoon het GSMetje gepakt. Het is altijd goed om op pad te gaan,

maar op een zeker moment begint er iets te kriebelen dat “verlangen”heet.  

Dat bouwt zich in de loop van de weken steeds verder op. Deze jongens zijn voor wat betreft de Nederlanders 2 maanden weg, maar de Filipijnen zijn 7 maanden van huis. Dat was bij ons vroeger ook zo. Overigens mogen de Filippijnen bij Van Dam Shipping korter blijven, in tegenstelling tot andere bedrijven, maar uit financiele overwegingen  willen ze zelf langer blijven.

  In de avond bespreekt Floris met Ronnie het nemen van de watermonsters. In zoet water zakt een schip namelijk meer   dan in zout water( bij dit schip 11,1 centimeter).

Wij mogen dus in Nederland niet in de problemen komen doordat het schip teveel zakt.

In het volgende verhaal legt Floris dit uit, omdat hij geen tijd meer heeft mijn onbegrip te controleren.

  Hetzelfde geldt voor het onderstuk aan de voorsteven, de “bulb”. Deze is niet om ijs te breken, maar heeft een energieverdelingsfunctie. Het schip kan sneller.

  Het is nu donderdagochtend. Ik ga koken en over een paar uur vertrekken we naar Nederland.

Ik zal proberen nog wat te schrijven, maar ik verwacht eigenlijk   een paar dagen geen internet te hebben.

 

Zeereis deel 9.

Het is woensdagochtend 12 mei 2010.

Het laden van de granieten kubussen is alweer vroeg begonnen.

Er staat een soort opzichter bij die de hele dag emotioneel schijnoverspannen gebarend aanwijzingen geeft, alsof hij aan het oefenen is voor een rol in een operette.

 

Ik leer kokkie hoe hij Spinaziemacaronie moet maken, zodanig dat het geen pap wordt. Het smaakt prima.

Iedereen geniet van het eten en de Oekrainers zeggen iedere keer blij te zijn met het eten.

Het zijn beide aardige mannen en hele goede vaklui.

 

Voor de rest wordt er die dag rondom hard gewerkt en hard gerekend of de lading goed komt te liggen, een hele klus. Er staat een lekker zonnetje en na het koken ga ik een uurtje in de tuinstoel op het dek liggen.

 

Het is tegen 17.30 in de middag als Martijn de luiken sluit en de loods aan boord komt.

In een kwartiertje varen wij de haven uit. Vlak voor het uiteinde van de pier komt de loodsboot en de loods vertelt Floris nog even welke kant hij op moet varen om weer in Nederland terecht te komen. Hij wijst met zijn hand: “die kant op”.(althans zo leek het).

 

Dan scheert de loodsboot langszij. Zo’n loodsboot is een hele snelle boot met brede platte gangboorden waar je makkelijk op kan lopen. Midden op de boot staat de stuurhut en rondom zijn aan de stuurhut relingen bevestigd waar je je aan vast kan houden. Voor en achter staan ook nog hekjes zodat je ook voor en achter op kan springen. Rondom de boot zitten allemaal rubbers zodat je echt tegen een schip aan kan varen aan de zijkant. Boven de relingen zitten ook nog haken waar je lijnen aan kan bevestigen als extra veiligheid opdat je niet in het sop verdwijnt.

Onze loods springt erop en wordt door een maat opgevangen.

Even zwaaien en weg scheert hij, naar een binnenkomend schip.

 

Als we de pier uitvaren zoeken we een gebied op waar het wat dieper is en we ervaren een stevige windkracht 5.Het is koud op zee. De dame Lianne bijt zich met een lichte agressie in de golven vast en duikt er dan doorheen. Ze heeft er zin in. Het water spat over het halve schip heen. Er zijn flinke golven.

Zo zetten we na een uurtje varen koers naar het noorden, ongeveer wat de loods aangaf, naar huis, naar Mies en de kinderen en niet te vergeten naar Rubbertje. Een goed gevoel, weer naar huis.

Al gauw worden we vergezeld door een grote groep dolfijnen, dit keer zijn het tuimelaars.

Floris slaagt er in er een heel leuk filmpje van te maken.

Je raakt er gewoon niet op uitgekeken hoe heerlijk ze zwemmen en door de inmiddels   aardig hoge golven, maken ze enorme zweefduiken.

Langzaam verdwijnt de kust uit het zicht en varen we de nacht in. Floris en ik kijken samen naar Shrek 3 en daarna ga ik slapen.

Als ik wakker wordt heb ik het gevoel dat ik één grote klotsende maag ben. Het schip maakt een soort wokkelbeweging. Het is pas 5 uur. Ik merk dat ik onrustig ben van de bewegingen.

Het is net of alle staal   om me heen trekt en verbogen wordt. Ik trek me in gedachten terug in één punt boven mijn navel. Hierdoor kom je helemaal bij jezelf en ga je niet alles buiten je bij je probleem betrekken, want dat veroorzaakt juist onrustgevoelens. Al gauw ben ik helemaal rustig en voel ik mij sterk en houdt het klotserige gevoel op.

Toch val ik niet meer in slaap en ga naar de brug. Martijn heeft de wacht. Hij kijkt net naar een film waarin iemands schedel leeg gelepeld wordt. Goedemorgen Martijn.

Tegen 7.15 komt de zon boven de bergen uit. De zee is rustiger geworden.

Ik heb zowaar even verbinding met internet en kan een mailtje van een collega beantwoorden.

 

Rond 8 uur drink ik een kop koffie met Floris en ga ik nog een uurtje slapen.

Tegen 14.00 uur zijn we weer op de Golf van Biskaje. Veel zon, nauwelijks wind en een hele rustig zee. Er is veel scheepvaartverkeer.

Ronnie is jarig vandaag. Kokkie heeft een cake voor hem gebakken, die goed smaakt.

Internet ligt eruit en ik ga wat dingen schrijven voor mijn werk in Almere.

En uiteraard het verblijf in de tuinstoel aan het dek. Die stoel vindt het erg prettig als ik er ben, dus ik offer me maar op.

Tegen 17.00 uur draait de wind meer in noordwestelijke richting en neemt toe. Er ontstaan lange hoge golven vanaf de oceaan. Het schip wordt iedere keer hoog opgetild en het schommelt heerlijk.

Moeder de zee en juffrouw Lianne kunnen het goed met elkaar vinden vandaag. Met een gangetje van 9 knopen voelt het rythme heerlijk aan.

 

Wij brengen de avond door met wat kletsen en free cell spelen op de computer.

 

Het is vrijdagochtend en ik heb goed geslapen. Iedere keer verbaas ik mij daar weer over.

De motor van en de ventilator in de hut maken behoorlijk veel   lawaai. Maar je weet dat het zo zijn zal   en je valt er gewoon bij in slaap.

Zo, gauw naar de kombuis. Kokkie en ik hebben afgesproken dat ik vandaag de erwtensoep voor morgen maak en dat hij een visgerecht gaat klaar maken. En zo gebeurt het ook.

Ik snij alles in de messroom en hij in de kombuis.

De erwtensoep   bouw ik langzaam op. Iedere keer weer een ingredient erbij. Zo, alles is klaar en nu gewoon af zetten. Morgen is ie dan helemaal geweldig en de pannenkoeken zullen ook weer goed smaken. Morgen heeft kokkie examen in pannenkoeken bakken. Ik merk wel dat hij nu toch een aantal dingen geleerd heeft. Hij gebruikt veel minder water in de pannen. Hij zet nu elke dag de oven aan op 60 graden. Dan hoef je niet alles tegelijk te doen, maar kan je warm houden. Ook het veredelen van wat andere soepen gaat hem beter af.

De middag bezorgt mij een bijna hemels genoegen. Het is veel harder gaan waaien en er staan behoorlijke golven. Het schip deint dat het een lust is en aan bakboord hebben grote rollers de aanval geopend, maar mevrouw Lianne geeft geen krimp.

Er schijnt flink wat zon en ik neem mijn favoriete plek in op het dek. Ik lig een uurtje te zonnen en dan trek ik mijn jas aan. De wind is koud. Uren lang kijk ik naar de grote golven, dat houdt niet op. Golven geven de gelegenheid tot mijmeren, maar eigenlijk mijmer ik helemaal niet. Bij het kijken naar die golven gaat mijn verstand echt op nul staan. “Gut” zult u zeggen, “staat dat je verstand dan anders nièt op nul”? Nou laat ik één ding zeggen:”dat is het grote geheim wat ik met me meedraag, hoe mijn verstand staat”. Welnu, mijn verstand staat op nul als ik over die golven heen staar. Het lukt me gewoon om aan niets te denken en dat geeft me heel veel rust. En ik geniet ervan   omdat ik mij realiseer dat ik normaal altijd ernstig over van alles aan het denken ben. Dat die kop eens even koest is, is er mogelijk de reden van dat ik het zo lekker vind om op het water te zijn.

Het is bijna half zes, vrijdagmiddag. Het contact met de Golf is pittig, maar niets vergeleken bij een echte storm. Nou, voor mij hoeft dat niet echt. Er is een leuk gedicht geschreven of de liefde-haatverhouding die je met dit stukje water kunt hebben.

 

Zeereis deel 10

 

Na de pittige avond is het in de vroege zaterdagochtend nog stevig nadeinen. Ik werd af en toe wakker van het beuken van de golven tegen mijn patrijspoort.

Na het erwtensoep met pannenkoekenfeest ben ik na het voordek gegaan. Er is nauwelijks wind en er zijn alleen wat lange golven.

Een wolkeloze hemel en de stilte voorop zijn heerlijk.

De boot glijdt rustig door het water. Een fantastisch mooie dag.   Na een hele lange tijd

ga ik terug en even emailtjes beantwoorden. Ik heb erg veel leuke reacties gehad.

 

Er zijn mensen die willen dat ik blijf schrijven. Welnu zou ik zeggen, steek de koppen bij elkaar en bied mij een jarenlange wereldreis aan. Overigens, ergens zit die wel in mijn hoofd

voor 2011 of zo, maar dan wil ik samen met Mies.

 Het is 16.30 dat ik vind dat ik wel weer even in mijn geliefde tuinstoel mag zitten.

Al gauw dommel ik weg en wordt vervolgens kom ik tot de ontdekking dat de liefde van deze stoel ten aanzien van  mij kennelijk over is.

Ik word namelijk wakker door een luide knak en vervolgens zijg ik als een stervende zwaan op het rood beschilderde dek neer. Mijn stoel heeft de geest gegeven, kon niet nog een dagje wachten. De jongens moeten lachen, maar dat is natuurlijk niet erg respectvol. Die ouwe man had zich wel kunnen bezeren!  Martijn komt aangesneld met de camera, maakt een foto en begint het ding vervolgens als een jonge hond verder te slopen. Ik bespeurde weer dezelfde opwinding als toen hij dacht dat hij een vis aan de haak had. Eventjes met de voetjes trappelen en hupsakee daar gaat ie.

Overigens, hij is nu twee en een halve week aan het vissen en heeft nog steeds geen vis gevangen.   Ik overweeg om die gesloopte stoel aan het snoer te binden en die dan in het water te gooien. Ik zou zijn gezicht wel eens willen zien als hij weer vol opwinding zijn lijntje gaat binnenhalen. Ik denk echter dat de weerstand te groot is en de lijn zal breken. Maar wel een leuke grap.

 

Je merkt dat we op weg naar huis zijn. Iedereen is een beetje opgewonden en baldadig.

 

De zon heb ik nu voor de zoveelste keer onder zien gaan. Morgen is het zondag, de laatste volle dag varen. Wij zitten nu met zonsondergang bij Cherbourg.

De zondag verloopt zoals een zondag moet zijn. Het is stil aan boord, er is weinig wind.

In de middag zitten we met z’n vieren op de brug te filosoferen hoe we weer thuis komen .

Zoals het er nu uitzitten zijn we morgen , maandag, rond een uur of 12 in Moerdijk.

Is er wel of geen busje, van waar gaat de trein en hoe kom je daar?

Wij kijken naar het dichtst bijzijnde station en dat is een uur en 50 minuten lopen weg. Eventueel een regiotaxi. Door de week is het lastig ophalers te vinden. Mies moet ook werken. Floris moet waarschijnlijk nog een dagje blijven. Maar dan is er voor mij geen slaapplaats meer.

Ik moet weer denken aan Stevenspier in Denemarken. Ik werd daar afgezet bij een cementfabriek met een pier in zee. Met een kalktreintje kwam ik spierwit van de kalk in het niets terecht. Via iemand die me oppikte en de trein kon ik in Kopenhagen   het vliegtuig pakken.

 

Floris maakt een eind aan het gezeur. “jongens, hou er mee op, je kan wel van alles verzinnen, maar dan moeten we eerst weten hoe het zit”.

En zo is het. Als ik dit schrijf zitten we in het nauw van Calais. Het is 17.30 uur.

Wij zijn omringd door schepen die er allemaal doorheen willen.

Ik ga mijn verhaal voor vandaag afsluiten. Er komt er nog eentje en dat is dan de laatste.

 

Zeereis deel 11 slot.

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Zeereis deel 7

Het is zondagochtend en prachtig weer, als ik dit voorstaande verhaal opschrijf.

Vanmiddag gaan we weer op stap.

 

Er rijdt weer een taxi voor en we gaan dit keer met z´n 5en. Floris, Martijn, Ronnie,Gennebe en ik.. Beetje douwen , maar dan kunnen we er allemaal in.  “Only 3 persons” zegt de chauffeur, “ja, ja, rijden nou maar”. Hij zet ons af bij een kabeltreintje onder aan de berg waar de Santa Luzia Kathedraal staat. Het treintje brengt ons omhoog en boven gekomen ontvouwt zich aan ons een panoramisch uitzicht. Wij zien de Atlantische oceaan haar golven uitvouwen op het de stranden. Prachtige groene dennebomen en cypressen, olijf- en vijgenbomen   omringen het geheel en de heuvelen en dalen met al het groen, roepen paradijselijke associaties op. Ik dacht nog:”wat hoor ik toch”, maar dat waren de paradijselijke associaties die opgroepen werden.   De kathedraal is prachtig. De kerk torent hoog boven de omgeving en de zee uit. Als we binnenkomen is er net een bruiloft aan de gang. Er wordt prachtig gezongen door een zangeres en een zanger. Heel erg mooi. De kerk is heel licht en heeft een prachtige koepel. Hij is geïnspireerd op de Sacre Coeur in Parijs.

 

Achter de kerk is een prachtige tuin en daarachter weer een klooster. Wij blijven geruime tijd

rondhangen en lopen en strijken uiteindelijk op een terrasje neer. Daarna lopen we naar beneden en komen uit op een prachtig kerkhof. Wij dwalen over het kerkhof. Veel overledenen worden in een muur geschoven en er zijn ook huisjes met familiegraven.

Je ziet de kisten zo staan in stapelgraven, 4 hoog aan elke kant en misschien ook nog wel onder de grond.

Wij lopen door naar het centrum van het stadje en na zo’n 1,5 uur lopen vinden we een terrasje aan de haven. We bestellen en eten wat. We bestellen Tapas en Gennebe wil een

hamburger. Langs ons heen flaneren allemaal families. Opa’s ,oma’s kinderen en kleinkinderen. Allemaal keurig gekleed en kennelijk gewend dit vaker te doen.

Het terrasje blijkt bij een bingotent te horen. Een enorme zaal waarbij het altijd weer knap is, dat ze het zo ongezellig kunnen inrichten.

Aan het eind van ons vrij langdurig verkeren op het terras, trakteert de eigenaar ons op een glaasje port. Van het huis. Het wordt in grappige glaasjes ingeschonken. Die glaasjes willen wij wel hebben voor aan boord. De minst elegante manier is wel gewoon meenemen, maar dat is niet netjes. De rekening komt en de man geeft ons een tegoedbon voor 5 consumpties voor als we weer komen. Tjonge jonge, hoe komen we aan die glaasjes? “Ja jongens” zeg ik, “we gaan gewoon zaken doen”. Ik spreek de eigenaar aan en zeg dat we de glaasjes erg leuk vinden. Ik geef hem aan dat we zeelieden zijn en dat we waarschijnlijk nooit meer terug zullen komen en wij de vrije consumptiekaart niet zullen gebruiken. “In stead of that, may we take these glasses?” “yes of course” zegt de man en wij nemen de glaasjes mee, en de vrije consumptiekaart, want je weet maar nooit.  Vriendelijk zwaait hij ons uit.

 

Na weer een uurtje in het stadje rondgezworven te hebben, strijken we neer op een ander terrasje en drinken een kopje koffie. Kan soms ook best lekker zijn. Wij laten de serveerster

een taxi bellen die ons naar het strand achter het schip zal brengen.

De chauffeur spreekt geen woord engels. Hij begint te rijden en te rijden, maar weet niet waar we naar toe willen, maar hij vraagt het ook niet. Wij overdenken   of het grappig is om hem gewoon niets te zeggen. Uiteindelijk blijkt dat hij Frans spreekt. Nou, dat doen Floris en ik ook dus dat komt goed uit. Hij zet ons af bij het strand. Het strand is prachtig, maar helemaal leeg op een paar kite-surfers na. Er zijn hier geen voorzieningen zoals wij die kennen. Wij lopen over het strand en door prachtige duinen. Ze hebben een soort houten steiger aangelegd door de duinen, om het gebied te beschermen. Best wel handig, want je kan er ook gewoon met een rolstoel of karretje overheen. Wij maken een wandeling door de duinen. Men noemt het gebied hier “Costa Verde”. De groene kust. Ik zou hier graag een wandelvakantie doorbrengen. Uiteindelijk komen we uit in een villawijk. Wij treffen een aantal kennelijk verlaten villa’s aan. Ik heb die in Spanje ook gezien. Soms zijn   de bewoners vertrokken of overleden en zijn de notariële activiteiten zo ingewikkeld dat men de huizen maar laat voor wat ze zijn. Lijkt me leuk om zo’n huis te bemachtigen, maar daar moet je wel de tijd en het geduld voor hebben. Ze zien er nu niet uit, maar na opknappen kunnen ze heel mooi zijn.

Kraken zal wel niet kunnen hier.

 

Wij zien op een duin met uitzicht op zee een strandtent liggen. Het is rond 20.00 uur en tijd om wat te gaan eten. Als we dichterbij komen en het terras beklimmen zie we dat het in volkomen vervallen staat verkeert. Het wekt niet de indruk open te zijn. Als we er langs lopen gaat er een deur open.

Een man roept ons aan en vraagt of we bier willen. Wij kijken elkaar aan. We willen eten, maar hier? Ach, wat kan het ons schelen. Het is ook wel tijd voor een drankje na al dat lopen.

De man gebaart ons gastvrij om naar binnen te gaan. Hij heeft een asgrauw gezicht. Zijn neus lijkt op het onderste deel van de voorsteven van ons schip. Het deel wat gebruikt wordt om ijs te breken. Het is een man die het iedereen naar zijn zin wil maken om maar geen ruzie te krijgen en door de belangentegenstellingen waarschijnlijk in een staat van voortdurende vertwijfeling verkeert. Je ziet dat in zijn bewegingen en gedragingen.

  Het lokaal is het bekijken waard. Het heeft heel wat moeite gekost om het zo in te richten.

Bent u er klaar voor? Dan zal ik u een rondleiding geven in deze ruimte van kommer en kwel.

De plafonds zijn zwart uitgeslagen. De raamkozijnen zijn verrot, de toegangsdeur wordt door een paar verrotte plankjes bij elkaar gehouden.   Er hangen bruine gordijnen met een zwarte glans erover, schaamtevol versluierd door zwarte spinnenwebben. Zij hangen triest naar beneden Slechts een paar ringen houden het geheel nog op zijn plaats. Van de TL balken is alleen het armatuur nog aanwezig. Tegen de muur staat een hoge kast. 2,5 meter hoog aan de

rechterkant en 2 meter hoog aan de linkerkant. Hij is aan de linkerkant scheefgezakt.

De deurtjes onderin vinden dit niet leuk en staan scheef bekneld half open, half ontwricht.

 Kreunend torst de kast een oude televisie. De voetbalwedstrijd Benfica-Rio Ave(of zoiets)

wordt uitgezonden. In alle cafeetjes is altijd voetbal op televisie. Het is de bekerfinale.

Iedereen in Viana is voor Benfica en wij ook natuurlijk.

 

Er staan zo’n tiental tafeltjes. Bij de televisie zit een oudere man met een grote snor en dikke brilleglazen. Zijn poging om een walrus te imiteren slaagt bijzonder goed. Hij heeft een rauwe grogstem en hij voorziet de voetbalwedstrijd met voortdurend commentaar. Het is leuk om te zien dat niemand naar hem luistert, en hij gaat maar door. Twee tafeltjes verderop zit een man, die wat beter gekleed is en hij heeft een tasje om zijn nek. De baas spreekt mij aan en begint een heel verhaal over voetbal. Ik knik vriendelijk en zeg af en toe: “si si”. Hij begint bevestigend op me te wijzen: “comprendre he? Comprendre! Hè hè hè.” Ik lach mee met zijn manier van lachen:  “Hè hè hè.”

Aan de bar staat een dikke man kleine flesjes bier leeg te drinken. Voor de deur staat een oude mercedes. Daar zit zijn vrouw in. Af en toe gaat hij een kwartiertje bij haar zitten en komt dan weer terug. Gedienstig trekt de baas het zoveelste flesje bier voor hem open.

 

Ineens komt er een klein bol vrouwtje met een soort jutezak aan tevoorschijn. Dunne beentjes met bruine kousen aan, maken het geheel   verbazingwekkend gedisproportioneerd. Ze begroet ons met een schelle stem. Ze is erg aardig. Het is duidelijk de vrouw des huizes. Zij heeft zich aan haar echtgenoot aangepast door ook asgrauw te zijn.

Zij is midden 50, heeft gitzwart haar en holle ogen. Het is moeilijk om zo iemand te beschrijven, maar wij kijken er met verbazing naar. Het is net een katjesdropje maar dan wit.

 

Heel kort daarna komt de dochter des huizes binnen. Lang blond haar, ook zo’n ijswit gezicht en een jaar of 25. Zij haalt uit haar tas een kennelijk zojuist aangeschaft massageapparaat.

Vol verbazing kijken 5 zeelui toe hoe ze het apparaat uit gaan proberen. Dochter en moeder  behandelen elkaars rug, armen en benen en genieten er duidelijk van. Ondertussen komt ook oma binnen. Een grijs oud dametje met een spits gezicht en bij wie het gebit kennelijk al jaren verleden tijd is, want het zit er niet meer in. Haar lippen tuiten voortdurend pruimend naar voren.

Oma gaat zitten en ze zetten het apparaat op haar rug. Ze trekt een gelukzalige blik en wij kunnen ons lachen bijna niet meer inhouden. Het schouwspel komt abrupt tot een eind als de man met het tasje opstaat, naar hen toeloopt, het ding afpakt en tussen zijn benen douwt.

Ha ha ha, hij moet er zelf van lachen. Er klinken een paar kreten en het apparaat wordt opgeborgen.

 

De rust keert weer en de voetbalwedstrijd gaat gewoon door en het commentaar van de walrus ook. Ik ga naar de wc waarvan het deurtje aan de onderzijde helemaal weggerot is. Op een stoel ligt een grijze angorakat. Ik loop naar hem toe en begin een praatje. Het tongetje steekt een beetje uit en geeft het diertje een sullige ongeinteresseerde uitstraling. Ik aai het diertje, maar het reageert niet, dan tik ik het twee keer met de vinger op de rug en het roept: miauw. Even later ontdekt Martijn het diertje ook en aait het over de kop. “Nee” zeg ik,

“dat moet je zo doen” en ik tik het weer 2 keer met de wijsvinger op de rug. “Miauw” zegt de kat.

 

Benfica   wint de finale en ik moet zeggen, al houd ik niet van voetbal, de wedstrijd is bruisend en gepassioneerd gespeeld. Overal rijden nu buiten  auto’s toeterend in het rond. De mensen zijn erg aardig tegen ons. Wij verbazen ons hoe je het voor elkaar krijgt om een zaak op zo’n prachtlocatie te verwaarlozen.

Wij gaan weg. Laten de baas de deur open doen, want stel je voor dat je de hele deur in je hand houdt. Vrolijk worden wij uitgewuifd.

Teruglopend trekt Floris de volgende conclusie: “dit kan niet waar zijn, ze hebben vast deze zaak vorige week gekocht en moeten hem nog opknappen. “

 

Wij eten in een modern restaurant met kantine-achtige uitstraling. Het is heel goed gelukt

om alles hetzelfde te laten smaken. Dat is best knap. Wel jammer, we hadden beter nog wel weer een taxi naar het stadje kunnen nemen. Wij lopen terug naar het schip en gaan naar bed.

Het was een ontzettend leuke dag.

 

  Zeereis deel 8.

Het is maandagochtend 10 mei 2010. Het regent en het lossen van de laatste rollen metaal begint. In de loop van de ochtend komt de loods aan boord en we vertrekken. Hij denkt dat ik van de inspectie ben. Kennelijk maakte ik een inspecterende indruk. Floris moet lachen en

vertelt   dat ik zijn vader ben.

 

Wij kiezen weer het ruime sop en het schip begint lekker te deinen. Ik verdwijn in het kombuis en begin met koken. Heerlijk dat deinen en het stampen van de motor. Ik loop even naar buiten en snuif de zeewind op en lardeer het met een minisnuifje stookolie. Lekker bezig zijn, waggelen over het deinende schip,   even een kijkje nemen over de ruime oceaan, snuifje zeewind, ik voel mij ineens weer intens gelukkig dat ik dit kan en mag doen.

Een lekker hapje maken voor de jongens is ook erg leuk.   

Ik leer kokkie hoe hij hutspot moet maken. Hij doet zijn best en schrijft alles op en ik hoop dan maar dat het nog eens wat met hem wordt, maar ik heb een beetje mijn twijfels.

Ik heb gekozen voor een eenheidsprak waar alles in zit, omdat het niet helemaal duidelijk is hoe laat we zouden gaan eten in verband met het afvaren.Kan je het eventueel later nog opwarmen.

 

Tijdens de reis springen er ineens weer rondom het schip groepjes gestreepte dolfijnen.

Iedere keer als ze het water weer raken hoor je een bescheiden : “ploep”.

In de middag arriveren we bij Leixoes, Porto. Wij gaan voor anker tot de loods beschikbaar is.

Dit duurt uiteindelijk tot 1 uur ’s-Nachts. De stad met zijn hoge gebouwen ligt schitterend   in het lage zonlicht en geleidelijk aan worden er steeds meer lichten ontstoken. Het geheel heeft een beetje een duizend en één nacht-effect. Urenlang kijken we naar de gezellige twinkeling van de lichtjes.

 

Tegen 00.30 komt er radiocontact met de scheepsmeldkamer en vervolgens contact met de loods. Floris geeft Yuri de machinist de opdracht om de motoren te starten. Er is contact met de loods en er worden posities en gegevens van het schip uitgewisseld.

We gaan varen en vanuit het niets duikt het loodsbootje op. Ronnie en Martijn hebben een touwladder aan stuurboord uitgehangen   en na enige pogingen lukt het de loods om zich aan de ladder vast te klampen en omhoog te klimmen. De loodsboot verdwijnt weer en de loods geeft Floris aanwijzingen.

  Wij varen de haven in en gaan onder een openstaande brug door. Wel verstandig, want als hij niet open is, kan je beter wachten. Het aanleggen is altijd een bijzondere aangelegenheid, want de loods geeft aanwijzingen, maar hij kent de kuren, mogelijkheden en onmogelijkheden van het schip niet. Dit is altijd een spel, want je moet de loods natuurlijk wel in zijn waarde laten en op een zeker moment op de punten dat hij het schip niet begrijpt, je eigen plan trekken.

 

Als we aangelegd zijn, moeten er nog tussenschotten(grote ijzeren platen) in het ruim geplaatst   worden om de vracht goed te verdelen in compartimenten, zodat er een goede en veilige gewichtsverhouding ontstaat. Dit klusje duurt nog 2 en een half uur.

Het is tegen 4 uur in de ochtend als dit klaar is. De werkuren op zee zijn regelmatig,

Maar in de havens is een werkdagje van 20 uur voor mensen met veel verantwoording heel goed mogelijk. Tjonge jonge wat hebben die mannen hard gewerkt.

  Ik ga zelf om 4 uur in de ochtend naar bed, maar op 9 uur begint het laden van het graniet al.

 

Het zijn eigenlijk granieten kubussen van verschillende maten, vergelijkbaar met de straatkeien die je nog wel ziet bij spoorterreinen en in havens en in Belgie.

Ze zijn in kratten aangevoerd, maar ook los.

  Zelf word ik om half elf wakker en ga naar de keuken. Spruitjes, sla, aardappelkroketten en een slavink staan op het menu. Ik geef kokkie wat instructies en het kan haast niet mis gaan.

 

De aardappelkroketjes worden in frituurvet gebakken. Uit bevroren toestand worden ze in het hete vet gekieperd. Ik zou niet graag een aardappelkroketje zijn. De overgang lijkt mij vreselijk. Maar in het geval van kokkie was de overgang voor het frituurvet vreselijk.

Hij kieperde bijna alles tegelijk in het vet. Tja, dan krijg je één grote vette kleffe massa.

Met een beteuterde blik van “kijk mij nou” kwam hij met de schaal overleden aardappelkroketjes aanzetten. Opengebarsten, geplet, vet en verkruimeld staarden ze ons bijna verontschuldigend en radeloos aan. Wij moesten vreselijk lachen. Hoe krijgt hij het voor elkaar. Tja, ook dat maar weer eens een keertje uitleggen. In ieder geval waren het er nu wel genoeg.

  ’s-Middags   ga ik lekker een uurtje met mijn knar in de zon zitten. Ondertussen varen er enorme zeeschepen met containers langs.

  Het laden gaat tot de nacht door. Tjonge wat gaat er veel in zo’n ruim. Vrachtwagens rijden aan en af om lading te brengen.

 

In de avond bel ik Mies met skype. Het signaal is zwak door de kranen. Uiteindelijk gewoon het GSMetje gepakt. Het is altijd goed om op pad te gaan,

maar op een zeker moment begint er iets te kriebelen dat “verlangen”heet.  

Dat bouwt zich in de loop van de weken steeds verder op. Deze jongens zijn voor wat betreft de Nederlanders 2 maanden weg, maar de Filipijnen zijn 7 maanden van huis. Dat was bij ons vroeger ook zo. Overigens mogen de Filippijnen bij Van Dam Shipping korter blijven, in tegenstelling tot andere bedrijven, maar uit financiele overwegingen  willen ze zelf langer blijven.

  In de avond bespreekt Floris met Ronnie het nemen van de watermonsters. In zoet water zakt een schip namelijk meer   dan in zout water( bij dit schip 11,1 centimeter).

Wij mogen dus in Nederland niet in de problemen komen doordat het schip teveel zakt.

In het volgende verhaal legt Floris dit uit, omdat hij geen tijd meer heeft mijn onbegrip te controleren.

  Hetzelfde geldt voor het onderstuk aan de voorsteven, de “bulb”. Deze is niet om ijs te breken, maar heeft een energieverdelingsfunctie. Het schip kan sneller.

  Het is nu donderdagochtend. Ik ga koken en over een paar uur vertrekken we naar Nederland.

Ik zal proberen nog wat te schrijven, maar ik verwacht eigenlijk   een paar dagen geen internet te hebben.

 

Zeereis deel 9.

Het is woensdagochtend 12 mei 2010.

Het laden van de granieten kubussen is alweer vroeg begonnen.

Er staat een soort opzichter bij die de hele dag emotioneel schijnoverspannen gebarend aanwijzingen geeft, alsof hij aan het oefenen is voor een rol in een operette.

 

Ik leer kokkie hoe hij Spinaziemacaronie moet maken, zodanig dat het geen pap wordt. Het smaakt prima.

Iedereen geniet van het eten en de Oekrainers zeggen iedere keer blij te zijn met het eten.

Het zijn beide aardige mannen en hele goede vaklui.

 

Voor de rest wordt er die dag rondom hard gewerkt en hard gerekend of de lading goed komt te liggen, een hele klus. Er staat een lekker zonnetje en na het koken ga ik een uurtje in de tuinstoel op het dek liggen.

 

Het is tegen 17.30 in de middag als Martijn de luiken sluit en de loods aan boord komt.

In een kwartiertje varen wij de haven uit. Vlak voor het uiteinde van de pier komt de loodsboot en de loods vertelt Floris nog even welke kant hij op moet varen om weer in Nederland terecht te komen. Hij wijst met zijn hand: “die kant op”.(althans zo leek het).

 

Dan scheert de loodsboot langszij. Zo’n loodsboot is een hele snelle boot met brede platte gangboorden waar je makkelijk op kan lopen. Midden op de boot staat de stuurhut en rondom zijn aan de stuurhut relingen bevestigd waar je je aan vast kan houden. Voor en achter staan ook nog hekjes zodat je ook voor en achter op kan springen. Rondom de boot zitten allemaal rubbers zodat je echt tegen een schip aan kan varen aan de zijkant. Boven de relingen zitten ook nog haken waar je lijnen aan kan bevestigen als extra veiligheid opdat je niet in het sop verdwijnt.

Onze loods springt erop en wordt door een maat opgevangen.

Even zwaaien en weg scheert hij, naar een binnenkomend schip.

 

Als we de pier uitvaren zoeken we een gebied op waar het wat dieper is en we ervaren een stevige windkracht 5.Het is koud op zee. De dame Lianne bijt zich met een lichte agressie in de golven vast en duikt er dan doorheen. Ze heeft er zin in. Het water spat over het halve schip heen. Er zijn flinke golven.

Zo zetten we na een uurtje varen koers naar het noorden, ongeveer wat de loods aangaf, naar huis, naar Mies en de kinderen en niet te vergeten naar Rubbertje. Een goed gevoel, weer naar huis.

Al gauw worden we vergezeld door een grote groep dolfijnen, dit keer zijn het tuimelaars.

Floris slaagt er in er een heel leuk filmpje van te maken.

Je raakt er gewoon niet op uitgekeken hoe heerlijk ze zwemmen en door de inmiddels   aardig hoge golven, maken ze enorme zweefduiken.

Langzaam verdwijnt de kust uit het zicht en varen we de nacht in. Floris en ik kijken samen naar Shrek 3 en daarna ga ik slapen.

Als ik wakker wordt heb ik het gevoel dat ik één grote klotsende maag ben. Het schip maakt een soort wokkelbeweging. Het is pas 5 uur. Ik merk dat ik onrustig ben van de bewegingen.

Het is net of alle staal   om me heen trekt en verbogen wordt. Ik trek me in gedachten terug in één punt boven mijn navel. Hierdoor kom je helemaal bij jezelf en ga je niet alles buiten je bij je probleem betrekken, want dat veroorzaakt juist onrustgevoelens. Al gauw ben ik helemaal rustig en voel ik mij sterk en houdt het klotserige gevoel op.

Toch val ik niet meer in slaap en ga naar de brug. Martijn heeft de wacht. Hij kijkt net naar een film waarin iemands schedel leeg gelepeld wordt. Goedemorgen Martijn.

Tegen 7.15 komt de zon boven de bergen uit. De zee is rustiger geworden.

Ik heb zowaar even verbinding met internet en kan een mailtje van een collega beantwoorden.

 

Rond 8 uur drink ik een kop koffie met Floris en ga ik nog een uurtje slapen.

Tegen 14.00 uur zijn we weer op de Golf van Biskaje. Veel zon, nauwelijks wind en een hele rustig zee. Er is veel scheepvaartverkeer.

Ronnie is jarig vandaag. Kokkie heeft een cake voor hem gebakken, die goed smaakt.

Internet ligt eruit en ik ga wat dingen schrijven voor mijn werk in Almere.

En uiteraard het verblijf in de tuinstoel aan het dek. Die stoel vindt het erg prettig als ik er ben, dus ik offer me maar op.

Tegen 17.00 uur draait de wind meer in noordwestelijke richting en neemt toe. Er ontstaan lange hoge golven vanaf de oceaan. Het schip wordt iedere keer hoog opgetild en het schommelt heerlijk.

Moeder de zee en juffrouw Lianne kunnen het goed met elkaar vinden vandaag. Met een gangetje van 9 knopen voelt het rythme heerlijk aan.

 

Wij brengen de avond door met wat kletsen en free cell spelen op de computer.

 

Het is vrijdagochtend en ik heb goed geslapen. Iedere keer verbaas ik mij daar weer over.

De motor van en de ventilator in de hut maken behoorlijk veel   lawaai. Maar je weet dat het zo zijn zal   en je valt er gewoon bij in slaap.

Zo, gauw naar de kombuis. Kokkie en ik hebben afgesproken dat ik vandaag de erwtensoep voor morgen maak en dat hij een visgerecht gaat klaar maken. En zo gebeurt het ook.

Ik snij alles in de messroom en hij in de kombuis.

De erwtensoep   bouw ik langzaam op. Iedere keer weer een ingredient erbij. Zo, alles is klaar en nu gewoon af zetten. Morgen is ie dan helemaal geweldig en de pannenkoeken zullen ook weer goed smaken. Morgen heeft kokkie examen in pannenkoeken bakken. Ik merk wel dat hij nu toch een aantal dingen geleerd heeft. Hij gebruikt veel minder water in de pannen. Hij zet nu elke dag de oven aan op 60 graden. Dan hoef je niet alles tegelijk te doen, maar kan je warm houden. Ook het veredelen van wat andere soepen gaat hem beter af.

De middag bezorgt mij een bijna hemels genoegen. Het is veel harder gaan waaien en er staan behoorlijke golven. Het schip deint dat het een lust is en aan bakboord hebben grote rollers de aanval geopend, maar mevrouw Lianne geeft geen krimp.

Er schijnt flink wat zon en ik neem mijn favoriete plek in op het dek. Ik lig een uurtje te zonnen en dan trek ik mijn jas aan. De wind is koud. Uren lang kijk ik naar de grote golven, dat houdt niet op. Golven geven de gelegenheid tot mijmeren, maar eigenlijk mijmer ik helemaal niet. Bij het kijken naar die golven gaat mijn verstand echt op nul staan. “Gut” zult u zeggen, “staat dat je verstand dan anders nièt op nul”? Nou laat ik één ding zeggen:”dat is het grote geheim wat ik met me meedraag, hoe mijn verstand staat”. Welnu, mijn verstand staat op nul als ik over die golven heen staar. Het lukt me gewoon om aan niets te denken en dat geeft me heel veel rust. En ik geniet ervan   omdat ik mij realiseer dat ik normaal altijd ernstig over van alles aan het denken ben. Dat die kop eens even koest is, is er mogelijk de reden van dat ik het zo lekker vind om op het water te zijn.

Het is bijna half zes, vrijdagmiddag. Het contact met de Golf is pittig, maar niets vergeleken bij een echte storm. Nou, voor mij hoeft dat niet echt. Er is een leuk gedicht geschreven of de liefde-haatverhouding die je met dit stukje water kunt hebben.

 

Zeereis deel 10

 

Na de pittige avond is het in de vroege zaterdagochtend nog stevig nadeinen. Ik werd af en toe wakker van het beuken van de golven tegen mijn patrijspoort.

Na het erwtensoep met pannenkoekenfeest ben ik na het voordek gegaan. Er is nauwelijks wind en er zijn alleen wat lange golven.

Een wolkeloze hemel en de stilte voorop zijn heerlijk.

De boot glijdt rustig door het water. Een fantastisch mooie dag.   Na een hele lange tijd

ga ik terug en even emailtjes beantwoorden. Ik heb erg veel leuke reacties gehad.

 

Er zijn mensen die willen dat ik blijf schrijven. Welnu zou ik zeggen, steek de koppen bij elkaar en bied mij een jarenlange wereldreis aan. Overigens, ergens zit die wel in mijn hoofd

voor 2011 of zo, maar dan wil ik samen met Mies.

 Het is 16.30 dat ik vind dat ik wel weer even in mijn geliefde tuinstoel mag zitten.

Al gauw dommel ik weg en wordt vervolgens kom ik tot de ontdekking dat de liefde van deze stoel ten aanzien van  mij kennelijk over is.

Ik word namelijk wakker door een luide knak en vervolgens zijg ik als een stervende zwaan op het rood beschilderde dek neer. Mijn stoel heeft de geest gegeven, kon niet nog een dagje wachten. De jongens moeten lachen, maar dat is natuurlijk niet erg respectvol. Die ouwe man had zich wel kunnen bezeren!  Martijn komt aangesneld met de camera, maakt een foto en begint het ding vervolgens als een jonge hond verder te slopen. Ik bespeurde weer dezelfde opwinding als toen hij dacht dat hij een vis aan de haak had. Eventjes met de voetjes trappelen en hupsakee daar gaat ie.

Overigens, hij is nu twee en een halve week aan het vissen en heeft nog steeds geen vis gevangen.   Ik overweeg om die gesloopte stoel aan het snoer te binden en die dan in het water te gooien. Ik zou zijn gezicht wel eens willen zien als hij weer vol opwinding zijn lijntje gaat binnenhalen. Ik denk echter dat de weerstand te groot is en de lijn zal breken. Maar wel een leuke grap.

 

Je merkt dat we op weg naar huis zijn. Iedereen is een beetje opgewonden en baldadig.

 

De zon heb ik nu voor de zoveelste keer onder zien gaan. Morgen is het zondag, de laatste volle dag varen. Wij zitten nu met zonsondergang bij Cherbourg.

De zondag verloopt zoals een zondag moet zijn. Het is stil aan boord, er is weinig wind.

In de middag zitten we met z’n vieren op de brug te filosoferen hoe we weer thuis komen .

Zoals het er nu uitzitten zijn we morgen , maandag, rond een uur of 12 in Moerdijk.

Is er wel of geen busje, van waar gaat de trein en hoe kom je daar?

Wij kijken naar het dichtst bijzijnde station en dat is een uur en 50 minuten lopen weg. Eventueel een regiotaxi. Door de week is het lastig ophalers te vinden. Mies moet ook werken. Floris moet waarschijnlijk nog een dagje blijven. Maar dan is er voor mij geen slaapplaats meer.

Ik moet weer denken aan Stevenspier in Denemarken. Ik werd daar afgezet bij een cementfabriek met een pier in zee. Met een kalktreintje kwam ik spierwit van de kalk in het niets terecht. Via iemand die me oppikte en de trein kon ik in Kopenhagen   het vliegtuig pakken.

 

Floris maakt een eind aan het gezeur. “jongens, hou er mee op, je kan wel van alles verzinnen, maar dan moeten we eerst weten hoe het zit”.

En zo is het. Als ik dit schrijf zitten we in het nauw van Calais. Het is 17.30 uur.

Wij zijn omringd door schepen die er allemaal doorheen willen.

Ik ga mijn verhaal voor vandaag afsluiten. Er komt er nog eentje en dat is dan de laatste.

 

Zeereis deel 11 slot.

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Het is maandagochtend 10 mei 2010. Het regent en het lossen van de laatste rollen metaal begint. In de loop van de ochtend komt de loods aan boord en we vertrekken. Hij denkt dat ik van de inspectie ben. Kennelijk maakte ik een inspecterende indruk. Floris moet lachen en

vertelt   dat ik zijn vader ben.

 

Wij kiezen weer het ruime sop en het schip begint lekker te deinen. Ik verdwijn in het kombuis en begin met koken. Heerlijk dat deinen en het stampen van de motor. Ik loop even naar buiten en snuif de zeewind op en lardeer het met een minisnuifje stookolie. Lekker bezig zijn, waggelen over het deinende schip,   even een kijkje nemen over de ruime oceaan, snuifje zeewind, ik voel mij ineens weer intens gelukkig dat ik dit kan en mag doen.

Een lekker hapje maken voor de jongens is ook erg leuk.   

Ik leer kokkie hoe hij hutspot moet maken. Hij doet zijn best en schrijft alles op en ik hoop dan maar dat het nog eens wat met hem wordt, maar ik heb een beetje mijn twijfels.

Ik heb gekozen voor een eenheidsprak waar alles in zit, omdat het niet helemaal duidelijk is hoe laat we zouden gaan eten in verband met het afvaren.Kan je het eventueel later nog opwarmen.

 

Tijdens de reis springen er ineens weer rondom het schip groepjes gestreepte dolfijnen.

Iedere keer als ze het water weer raken hoor je een bescheiden : “ploep”.

In de middag arriveren we bij Leixoes, Porto. Wij gaan voor anker tot de loods beschikbaar is.

Dit duurt uiteindelijk tot 1 uur ’s-Nachts. De stad met zijn hoge gebouwen ligt schitterend   in het lage zonlicht en geleidelijk aan worden er steeds meer lichten ontstoken. Het geheel heeft een beetje een duizend en één nacht-effect. Urenlang kijken we naar de gezellige twinkeling van de lichtjes.

 

Tegen 00.30 komt er radiocontact met de scheepsmeldkamer en vervolgens contact met de loods. Floris geeft Yuri de machinist de opdracht om de motoren te starten. Er is contact met de loods en er worden posities en gegevens van het schip uitgewisseld.

We gaan varen en vanuit het niets duikt het loodsbootje op. Ronnie en Martijn hebben een touwladder aan stuurboord uitgehangen   en na enige pogingen lukt het de loods om zich aan de ladder vast te klampen en omhoog te klimmen. De loodsboot verdwijnt weer en de loods geeft Floris aanwijzingen.

  Wij varen de haven in en gaan onder een openstaande brug door. Wel verstandig, want als hij niet open is, kan je beter wachten. Het aanleggen is altijd een bijzondere aangelegenheid, want de loods geeft aanwijzingen, maar hij kent de kuren, mogelijkheden en onmogelijkheden van het schip niet. Dit is altijd een spel, want je moet de loods natuurlijk wel in zijn waarde laten en op een zeker moment op de punten dat hij het schip niet begrijpt, je eigen plan trekken.

 

Als we aangelegd zijn, moeten er nog tussenschotten(grote ijzeren platen) in het ruim geplaatst   worden om de vracht goed te verdelen in compartimenten, zodat er een goede en veilige gewichtsverhouding ontstaat. Dit klusje duurt nog 2 en een half uur.

Het is tegen 4 uur in de ochtend als dit klaar is. De werkuren op zee zijn regelmatig,

Maar in de havens is een werkdagje van 20 uur voor mensen met veel verantwoording heel goed mogelijk. Tjonge jonge wat hebben die mannen hard gewerkt.

  Ik ga zelf om 4 uur in de ochtend naar bed, maar op 9 uur begint het laden van het graniet al.

 

Het zijn eigenlijk granieten kubussen van verschillende maten, vergelijkbaar met de straatkeien die je nog wel ziet bij spoorterreinen en in havens en in Belgie.

Ze zijn in kratten aangevoerd, maar ook los.

  Zelf word ik om half elf wakker en ga naar de keuken. Spruitjes, sla, aardappelkroketten en een slavink staan op het menu. Ik geef kokkie wat instructies en het kan haast niet mis gaan.

 

De aardappelkroketjes worden in frituurvet gebakken. Uit bevroren toestand worden ze in het hete vet gekieperd. Ik zou niet graag een aardappelkroketje zijn. De overgang lijkt mij vreselijk. Maar in het geval van kokkie was de overgang voor het frituurvet vreselijk.

Hij kieperde bijna alles tegelijk in het vet. Tja, dan krijg je één grote vette kleffe massa.

Met een beteuterde blik van “kijk mij nou” kwam hij met de schaal overleden aardappelkroketjes aanzetten. Opengebarsten, geplet, vet en verkruimeld staarden ze ons bijna verontschuldigend en radeloos aan. Wij moesten vreselijk lachen. Hoe krijgt hij het voor elkaar. Tja, ook dat maar weer eens een keertje uitleggen. In ieder geval waren het er nu wel genoeg.

  ’s-Middags   ga ik lekker een uurtje met mijn knar in de zon zitten. Ondertussen varen er enorme zeeschepen met containers langs.

  Het laden gaat tot de nacht door. Tjonge wat gaat er veel in zo’n ruim. Vrachtwagens rijden aan en af om lading te brengen.

 

In de avond bel ik Mies met skype. Het signaal is zwak door de kranen. Uiteindelijk gewoon het GSMetje gepakt. Het is altijd goed om op pad te gaan,

maar op een zeker moment begint er iets te kriebelen dat “verlangen”heet.  

Dat bouwt zich in de loop van de weken steeds verder op. Deze jongens zijn voor wat betreft de Nederlanders 2 maanden weg, maar de Filipijnen zijn 7 maanden van huis. Dat was bij ons vroeger ook zo. Overigens mogen de Filippijnen bij Van Dam Shipping korter blijven, in tegenstelling tot andere bedrijven, maar uit financiele overwegingen  willen ze zelf langer blijven.

  In de avond bespreekt Floris met Ronnie het nemen van de watermonsters. In zoet water zakt een schip namelijk meer   dan in zout water( bij dit schip 11,1 centimeter).

Wij mogen dus in Nederland niet in de problemen komen doordat het schip teveel zakt.

In het volgende verhaal legt Floris dit uit, omdat hij geen tijd meer heeft mijn onbegrip te controleren.

  Hetzelfde geldt voor het onderstuk aan de voorsteven, de “bulb”. Deze is niet om ijs te breken, maar heeft een energieverdelingsfunctie. Het schip kan sneller.

  Het is nu donderdagochtend. Ik ga koken en over een paar uur vertrekken we naar Nederland.

Ik zal proberen nog wat te schrijven, maar ik verwacht eigenlijk   een paar dagen geen internet te hebben.

 

Zeereis deel 9.

Het is woensdagochtend 12 mei 2010.

Het laden van de granieten kubussen is alweer vroeg begonnen.

Er staat een soort opzichter bij die de hele dag emotioneel schijnoverspannen gebarend aanwijzingen geeft, alsof hij aan het oefenen is voor een rol in een operette.

 

Ik leer kokkie hoe hij Spinaziemacaronie moet maken, zodanig dat het geen pap wordt. Het smaakt prima.

Iedereen geniet van het eten en de Oekrainers zeggen iedere keer blij te zijn met het eten.

Het zijn beide aardige mannen en hele goede vaklui.

 

Voor de rest wordt er die dag rondom hard gewerkt en hard gerekend of de lading goed komt te liggen, een hele klus. Er staat een lekker zonnetje en na het koken ga ik een uurtje in de tuinstoel op het dek liggen.

 

Het is tegen 17.30 in de middag als Martijn de luiken sluit en de loods aan boord komt.

In een kwartiertje varen wij de haven uit. Vlak voor het uiteinde van de pier komt de loodsboot en de loods vertelt Floris nog even welke kant hij op moet varen om weer in Nederland terecht te komen. Hij wijst met zijn hand: “die kant op”.(althans zo leek het).

 

Dan scheert de loodsboot langszij. Zo’n loodsboot is een hele snelle boot met brede platte gangboorden waar je makkelijk op kan lopen. Midden op de boot staat de stuurhut en rondom zijn aan de stuurhut relingen bevestigd waar je je aan vast kan houden. Voor en achter staan ook nog hekjes zodat je ook voor en achter op kan springen. Rondom de boot zitten allemaal rubbers zodat je echt tegen een schip aan kan varen aan de zijkant. Boven de relingen zitten ook nog haken waar je lijnen aan kan bevestigen als extra veiligheid opdat je niet in het sop verdwijnt.

Onze loods springt erop en wordt door een maat opgevangen.

Even zwaaien en weg scheert hij, naar een binnenkomend schip.

 

Als we de pier uitvaren zoeken we een gebied op waar het wat dieper is en we ervaren een stevige windkracht 5.Het is koud op zee. De dame Lianne bijt zich met een lichte agressie in de golven vast en duikt er dan doorheen. Ze heeft er zin in. Het water spat over het halve schip heen. Er zijn flinke golven.

Zo zetten we na een uurtje varen koers naar het noorden, ongeveer wat de loods aangaf, naar huis, naar Mies en de kinderen en niet te vergeten naar Rubbertje. Een goed gevoel, weer naar huis.

Al gauw worden we vergezeld door een grote groep dolfijnen, dit keer zijn het tuimelaars.

Floris slaagt er in er een heel leuk filmpje van te maken.

Je raakt er gewoon niet op uitgekeken hoe heerlijk ze zwemmen en door de inmiddels   aardig hoge golven, maken ze enorme zweefduiken.

Langzaam verdwijnt de kust uit het zicht en varen we de nacht in. Floris en ik kijken samen naar Shrek 3 en daarna ga ik slapen.

Als ik wakker wordt heb ik het gevoel dat ik één grote klotsende maag ben. Het schip maakt een soort wokkelbeweging. Het is pas 5 uur. Ik merk dat ik onrustig ben van de bewegingen.

Het is net of alle staal   om me heen trekt en verbogen wordt. Ik trek me in gedachten terug in één punt boven mijn navel. Hierdoor kom je helemaal bij jezelf en ga je niet alles buiten je bij je probleem betrekken, want dat veroorzaakt juist onrustgevoelens. Al gauw ben ik helemaal rustig en voel ik mij sterk en houdt het klotserige gevoel op.

Toch val ik niet meer in slaap en ga naar de brug. Martijn heeft de wacht. Hij kijkt net naar een film waarin iemands schedel leeg gelepeld wordt. Goedemorgen Martijn.

Tegen 7.15 komt de zon boven de bergen uit. De zee is rustiger geworden.

Ik heb zowaar even verbinding met internet en kan een mailtje van een collega beantwoorden.

 

Rond 8 uur drink ik een kop koffie met Floris en ga ik nog een uurtje slapen.

Tegen 14.00 uur zijn we weer op de Golf van Biskaje. Veel zon, nauwelijks wind en een hele rustig zee. Er is veel scheepvaartverkeer.

Ronnie is jarig vandaag. Kokkie heeft een cake voor hem gebakken, die goed smaakt.

Internet ligt eruit en ik ga wat dingen schrijven voor mijn werk in Almere.

En uiteraard het verblijf in de tuinstoel aan het dek. Die stoel vindt het erg prettig als ik er ben, dus ik offer me maar op.

Tegen 17.00 uur draait de wind meer in noordwestelijke richting en neemt toe. Er ontstaan lange hoge golven vanaf de oceaan. Het schip wordt iedere keer hoog opgetild en het schommelt heerlijk.

Moeder de zee en juffrouw Lianne kunnen het goed met elkaar vinden vandaag. Met een gangetje van 9 knopen voelt het rythme heerlijk aan.

 

Wij brengen de avond door met wat kletsen en free cell spelen op de computer.

 

Het is vrijdagochtend en ik heb goed geslapen. Iedere keer verbaas ik mij daar weer over.

De motor van en de ventilator in de hut maken behoorlijk veel   lawaai. Maar je weet dat het zo zijn zal   en je valt er gewoon bij in slaap.

Zo, gauw naar de kombuis. Kokkie en ik hebben afgesproken dat ik vandaag de erwtensoep voor morgen maak en dat hij een visgerecht gaat klaar maken. En zo gebeurt het ook.

Ik snij alles in de messroom en hij in de kombuis.

De erwtensoep   bouw ik langzaam op. Iedere keer weer een ingredient erbij. Zo, alles is klaar en nu gewoon af zetten. Morgen is ie dan helemaal geweldig en de pannenkoeken zullen ook weer goed smaken. Morgen heeft kokkie examen in pannenkoeken bakken. Ik merk wel dat hij nu toch een aantal dingen geleerd heeft. Hij gebruikt veel minder water in de pannen. Hij zet nu elke dag de oven aan op 60 graden. Dan hoef je niet alles tegelijk te doen, maar kan je warm houden. Ook het veredelen van wat andere soepen gaat hem beter af.

De middag bezorgt mij een bijna hemels genoegen. Het is veel harder gaan waaien en er staan behoorlijke golven. Het schip deint dat het een lust is en aan bakboord hebben grote rollers de aanval geopend, maar mevrouw Lianne geeft geen krimp.

Er schijnt flink wat zon en ik neem mijn favoriete plek in op het dek. Ik lig een uurtje te zonnen en dan trek ik mijn jas aan. De wind is koud. Uren lang kijk ik naar de grote golven, dat houdt niet op. Golven geven de gelegenheid tot mijmeren, maar eigenlijk mijmer ik helemaal niet. Bij het kijken naar die golven gaat mijn verstand echt op nul staan. “Gut” zult u zeggen, “staat dat je verstand dan anders nièt op nul”? Nou laat ik één ding zeggen:”dat is het grote geheim wat ik met me meedraag, hoe mijn verstand staat”. Welnu, mijn verstand staat op nul als ik over die golven heen staar. Het lukt me gewoon om aan niets te denken en dat geeft me heel veel rust. En ik geniet ervan   omdat ik mij realiseer dat ik normaal altijd ernstig over van alles aan het denken ben. Dat die kop eens even koest is, is er mogelijk de reden van dat ik het zo lekker vind om op het water te zijn.

Het is bijna half zes, vrijdagmiddag. Het contact met de Golf is pittig, maar niets vergeleken bij een echte storm. Nou, voor mij hoeft dat niet echt. Er is een leuk gedicht geschreven of de liefde-haatverhouding die je met dit stukje water kunt hebben.

 

Zeereis deel 10

 

Na de pittige avond is het in de vroege zaterdagochtend nog stevig nadeinen. Ik werd af en toe wakker van het beuken van de golven tegen mijn patrijspoort.

Na het erwtensoep met pannenkoekenfeest ben ik na het voordek gegaan. Er is nauwelijks wind en er zijn alleen wat lange golven.

Een wolkeloze hemel en de stilte voorop zijn heerlijk.

De boot glijdt rustig door het water. Een fantastisch mooie dag.   Na een hele lange tijd

ga ik terug en even emailtjes beantwoorden. Ik heb erg veel leuke reacties gehad.

 

Er zijn mensen die willen dat ik blijf schrijven. Welnu zou ik zeggen, steek de koppen bij elkaar en bied mij een jarenlange wereldreis aan. Overigens, ergens zit die wel in mijn hoofd

voor 2011 of zo, maar dan wil ik samen met Mies.

 Het is 16.30 dat ik vind dat ik wel weer even in mijn geliefde tuinstoel mag zitten.

Al gauw dommel ik weg en wordt vervolgens kom ik tot de ontdekking dat de liefde van deze stoel ten aanzien van  mij kennelijk over is.

Ik word namelijk wakker door een luide knak en vervolgens zijg ik als een stervende zwaan op het rood beschilderde dek neer. Mijn stoel heeft de geest gegeven, kon niet nog een dagje wachten. De jongens moeten lachen, maar dat is natuurlijk niet erg respectvol. Die ouwe man had zich wel kunnen bezeren!  Martijn komt aangesneld met de camera, maakt een foto en begint het ding vervolgens als een jonge hond verder te slopen. Ik bespeurde weer dezelfde opwinding als toen hij dacht dat hij een vis aan de haak had. Eventjes met de voetjes trappelen en hupsakee daar gaat ie.

Overigens, hij is nu twee en een halve week aan het vissen en heeft nog steeds geen vis gevangen.   Ik overweeg om die gesloopte stoel aan het snoer te binden en die dan in het water te gooien. Ik zou zijn gezicht wel eens willen zien als hij weer vol opwinding zijn lijntje gaat binnenhalen. Ik denk echter dat de weerstand te groot is en de lijn zal breken. Maar wel een leuke grap.

 

Je merkt dat we op weg naar huis zijn. Iedereen is een beetje opgewonden en baldadig.

 

De zon heb ik nu voor de zoveelste keer onder zien gaan. Morgen is het zondag, de laatste volle dag varen. Wij zitten nu met zonsondergang bij Cherbourg.

De zondag verloopt zoals een zondag moet zijn. Het is stil aan boord, er is weinig wind.

In de middag zitten we met z’n vieren op de brug te filosoferen hoe we weer thuis komen .

Zoals het er nu uitzitten zijn we morgen , maandag, rond een uur of 12 in Moerdijk.

Is er wel of geen busje, van waar gaat de trein en hoe kom je daar?

Wij kijken naar het dichtst bijzijnde station en dat is een uur en 50 minuten lopen weg. Eventueel een regiotaxi. Door de week is het lastig ophalers te vinden. Mies moet ook werken. Floris moet waarschijnlijk nog een dagje blijven. Maar dan is er voor mij geen slaapplaats meer.

Ik moet weer denken aan Stevenspier in Denemarken. Ik werd daar afgezet bij een cementfabriek met een pier in zee. Met een kalktreintje kwam ik spierwit van de kalk in het niets terecht. Via iemand die me oppikte en de trein kon ik in Kopenhagen   het vliegtuig pakken.

 

Floris maakt een eind aan het gezeur. “jongens, hou er mee op, je kan wel van alles verzinnen, maar dan moeten we eerst weten hoe het zit”.

En zo is het. Als ik dit schrijf zitten we in het nauw van Calais. Het is 17.30 uur.

Wij zijn omringd door schepen die er allemaal doorheen willen.

Ik ga mijn verhaal voor vandaag afsluiten. Er komt er nog eentje en dat is dan de laatste.

 

Zeereis deel 11 slot.

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar nog wat op en rijden dan naar Eemshaven, vlak bij Delfzijl. Tijdens de rit babbelen we honderuit.

Reinder zit ook op zijn praatstoel. Hij wil ook naar zee, net als zijn vader en moeder.

Lastig dat tussen nu en naar zee gaan een schoolperiode zit. Voor heel veel zeelui herkenbaar denk ik. Eigenlijk kan je niet wachten voordat het zover is.

Ik stap in de auto van Floris, stel de TomTom in en rijd weg. Hier gebeurt het omgekeerde van wat op zee gebeurt. Je moet je niet helemaal vertrouwen op je eigen waarneming, maar zeker ook niet op je instrumenten. Het geval probeert mij op de ring van Groningen vruchteloos naar Oldenburg in Duitsland te sturen. Ik zet hem af en rijd lekker naar huis.

 

Ik denk na over de manier waarop ik over mensen schrijf. Ik herken altijd dat we in ons diepste wezen eigenlijk allemaal hetzelfde zijn.   Ik vind het mooi om die energie in alle mensen te herkennen, daarom schrijf ik over mensen zoals ik schrijf, met alle grappen die erbij horen, want ik kan mijzelf vaak zo goed in anderen herkennen. Het gaat om de spiegelingen.

Ik kan alleen maar leuk over mensen schrijven als ik me met ze verbonden voel, hoe vreemd ze ook mogen zijn, want wij zijn wel 1 lichaam met zijn allen.

Daarom kon ik genieten van Vitaly en Yuriy en Kokkie Juan , van Ronnie en Martijn en van Floris natuurlijk. En wat denk je van alle mensen op de wal. De mensen van het vervallen cafeetje in Viana.

Als je ergens van geniet, ben je er deel van. Maar ook als je je ergens aan ergert.

Een zeeman geniet van de zee, hij voelt zich verbonden met de golven. Hij geniet van zijn vrijheid, uitgedrukt door de eindeloze beweging van de zee. En vervolgens kiest hij tegelijkertijd voor een gedisciplineerd leven aan boord. Geen mens kan zo houden van thuis als iemand die niet thuis is.

Ik vind de zee geweldig, en het leven aan boord. Aan alle jongelui deze boodschap, jongens en meisjes, doen!!!! Doe het een tien jaren van je leven of meer, maar kijk wel voordat je aan een opleiding begint, of je niet te gauw zeeziek wordt. Ga eens praten met Ankie en Jan van Dam.

 

Aan het eind van mijn filosoferen rijd ik Almere binnen en parkeer de auto voor de deur.

Daar tref ik bij de deur mijn lieve Mies, naar wie ik natuurlijk als een rechtgeaarde zeeman zo

lang(wel 17 dagen) verlangd heb. Heerlijk om weer thuis te zijn en zo wandel ik mijn huis in en dit verhaal uit, tot een volgende gelegenheid, die voor mij niet zo ver weg hoeft te zijn.

Met dank voor al jullie mailtjes en reakties. En mochten jullie nog vragen hebben of reakties, je mag altijd mailen: parcivalium@gmail.com.
 

Pars van Gessel

 

 

Het is zondag en we zitten inmiddels op het Nauw van Calais. Er is veel scheepvaartverkeer en ze komen van alle kanten. Het is echt goed opletten. Alleen op je goede ogen vertrouwen is niet voldoende. De radar is heel belangrijk. Er zijn situaties dat je de dingen anders ziet dan ze werkelijk zijn. Alle schepen hebben een andere snelheid. Via de schermen kan je ook zien wat de snelheid van een naderend schip is en op grond daarvan kan je ook je inschattingen maken.

Ook op zee heb je net zoals in de lucht en op de weg vastgestelde wegen waarlangs je vaart.

Je komt in zones waar je je moet melden bij een radiopost, die alles in de gaten houdt.

Vandaag is het goed zicht, dat scheelt. Ik kan mij voorstellen dat als het regent, of nog erger, als er mist is, dat je heel erg goed moet opletten. Een een gewone reis met ruimte om je heen, zoals op de golf van Biskaje, is heel relaxed. Op de heenreis konden we bijna een dag varen zonder echt schepen om ons heen. Maar hier is het dus echt opletten geblazen.

 

Er komen enorme schepen langs. Kijk voor de lol eens op www.eukor.com.   zijn car carriers.

Schepen die nieuwe auto’s vervoeren. Er zijn er die 8000 auto’s kunnen vervoeren. Door de slechte economie zijn er veel schepen overbodig geworden. Die zijn opgekocht door rijke noorse zakenlui en die liggen met groepjes in de fjorden te wachten op betere tijden. Nou, handig. Als de economie aantrekt kunnen ze die voor een veelvoud weer verkopen en toch ver onder de nieuwprijs.

 

De jongens beginnen steeds opgewondener te worden. Op weg naar je vrouw of meisje, op weg naar huis is toch exciting. Ik voel het zelf ook. Ik kan mij zo goed het zeemansgevoel voorstellen.

 

Ik ga in de late avond naar bed en Floris heeft mij beloofd om mij wakker te maken als wij bij Hoek van Holland aankomen.

Ik val voldaan in een diepe slaap. Plotseling gaat de telefoon die aan de muur hangt. Ik pak   de hoorn en meteen valt de hele telefoon van de muur. Een geval met de goedkoopste Praxiskwaliteit. “Pa, je moet komen” roept Floris. Ik kleed me snel aan en ga naar de brug.

Wij varen net de pieren van Hoek van Holland bij de Nieuwe waterweg binnen. En dan heb ik een wonderschone ervaring die elke zeeman gehad moet hebben. Ik zie de paddestoelen, of zoals in zeemanstaal zeggen de Mushrooms. Aan weerszijden van de pieren 2 grote palen met een groot plateau erop. Misschien symbolen van de Euromast, ik weet het niet. Welnu stralend kijken ze ons aan en spetterend varen we er voorbij. Het is rustig op de Nieuwe Waterweg. We gaan rechtsaf de Oude Maas op en varen verderop  de Dordse Kil in.

Met mijn perfecte schippersoog zie ik dat er een provinciale weg over het water loopt.

Ik wil niet te vroeg iets zeggen, want als ik al met een suggestie kom, blijkt het altijd anders te zijn. Het begint steeds meer te kriebelen en ik zeg het. Floris reageert geschokt. “Meen je dat nou Pa? O jee, dan moet de brug open.” Hij begint te lachen. Er loopt een tunnel onder het water door.

 

Wij naderen de eindbestemming Moerdijk. Floris probeert contact te krijgen met de havenverkeersleiding. Echter helemaal geen reactie, maar kennelijk weet hij na een telefoontje toch waar hij moet zijn. Hij vaart een havenarm in en draait het schip. Aan de kant staan   de botenmannen die het schip moeten vastleggen. Met een prachtige zwaai gaat het schip langszij de kade. De opperbotenman komt aanlopen en spreekt mij aan. “Je moet hem omkeren.” Ik geef voor de zoveelste keer aan dat ik de kapitein ben , en geef het bericht aan Floris door. Floris mopperen. Maar goed, het schip weer gedraaid en meteen daarna komt er een binnenvaartschip tegen aan liggen. Ik bewonder Floris. Hij laat het geheel heel rustig draaien en heel langzaam komt alles precies goed uit. Onmiddellijk als we vastliggen gaan de

Luiken open en begint het lossen. De losse keien worden met twee enorme “spinnenkoppen” opgepakt. Dit zijn grijpers die in gesloten vorm de vorm van een ui hebben en die dan in 6

gelijkmatige   partjes verdeeld zijn. De spinnenkoppen worden open op de stenen neergelaten en door de kracht van de kabels trekken ze zich samen en nemen de stenen van binnen mee, om vervolgens weer neergestort te worden in het andere schip.

 

Toen we de waterweg binnen voeren  heb ik mijn hut schoon gemaakt en mijn lakens in de wasmachine gegooid. Nu, in Moerdijk, wacht ik op het busje uit Eemshaven. Uiteindelijk is besloten dat ik met het busje mee rij naar Eemshaven en daar de auto van Floris ophaal, om vervolgens naar Almere te rijden.

In het busje zit de chauffeur Hans en Reinder, het zoontje   van Jan en Ankie van Dam, de scheepseigenaren. Reinder is met vader mee geweest naar Engeland en moet weer naar school. Hans heeft Reinder opgehaald bij het schip dat in Rotterdam ligt.

Ronnie zal met de trein naar huis moeten. Martijn moet zijn kennis overdragen aan de aflosser, eerste stuurman Leo, en Floris moet zijn kennis overdragen aan Jan, de aflossende kapitein. Floris zal pas de volgende dag gaan.

 

Het busje arriveert rond 12 uur, of wat later. Er is eten en verse groenten aan boord.

Wij maken een rij, samen met alle bemanningsleden om de ernorme hoeveelheid zo snel mogelijk aan boord te krijgen. Martijn staat aan de kant, “hee jongens, een watermeloen” roept hij. Het geval heeft de vorm van een rugbybal en hij gooit het geval in de handen van iemand aan boord. Maar die watermeloen heeft heel andere plannen. Als je een watermeloen bent, heb je affiniteit met water, en daarop was dit geval geen uitzondering. Hij zag kans de worp af te weren door tegen de reling te stuiteren en hij viel dus in het water. Watermeloen weg, meloen in het water!

Ik pak mijn koffer en leg die in de bus neer. Ik neem de koffer van Floris ook mee. Hoeft ie de volgende dag niet zo te sjouwen. Ja, ik ben wel goed voor die jongen.

Reinder, een jongen denk ik van een jaar of 11-12, gaat over het schip alsof hij zijn hele leven al niet anders gedaan heeft, en toevallig is dat ook zo. Ik heb de neiging om op hem te letten,

maar hij weet zeker meer dan ik wat schepen betreft.

 

Ik ga afscheid nemen aan boord. In de machinekamer tref ik   Vitaliy en Yuriy. Zij waren aan het werk aan een werkbank. “Goodbye and thank you for the food” zeiden ze. Goede mannen, die gewoon eens een cursusje engels zouden moeten doen.

Dan groet ik kokkie Juan en Gennebe. Kokkie zegt dat hij heel blij was met de kooklessen, en vervolgens bakte hij de aardappelen de volgende dag weer in een half pakje Croma, in plaats van in een vleugje zonnebloemolie, zo hoorde ik.

 

Wij, de chauffeur Hans, Reinder en ik vertrekken met het busje. We halen hier en daar n