Sitemap >> Reisverslagen >> Carolina
REISVERSLAGEN : CAROLINA International version English

Reisverslagen

09-04-2010 Dagboek van een landrot op zee.

Voor een volledig verslag "Van een landrot op zee".
 
Dagboek van een landrot op zee.

 

5 november is voor mij een dag dat ik voor het eerst van mijn leven met een vrachtschip mee mag varen en ik kan opstappen in Terneuzen.

Vanuit Zetten is het eerst met de trein naar Goes en vervolgens de bus naar Terneuzen .

In haven nummer 1365 ligt de “Carolina” het schip van “Van Dam Shipping” met als kapitein Harry Eleveld die mij heeft uitgenodigd om mee te varen.

Het was een wens van mij die ik geuit had in begin jaren 80 van de vorige eeuw aan, de toen nog student van de zeevaart school in Delfzijl, Harry Eleveld.

Om 13.30 zet ik de eerste stappen aan boord van de Carolina, het valt mij op dat het schip er goed en verzorgt uit ziet. Netjes alles in de verf en heel schoon ook op de brug waar ik mijn schoenen uit doe want iedereen loopt hier op zijn sokken of pantoffels en die heb ik bij me, op advies van Harry.

De hut die ik de komende dagen/weken mag gebruiken is mooi en ruim, een (kamer) met douche en toilet.

Eerst even een kleine rondleiding door het schip, de huisregels en veiligheid instructies, dit kwam bij mij heel positief over.

Met mij komen er ook drie motrozen aan boord die van Schiphol zijn opgehaald. De standaard bemanning op het schip is een kapitein één stuurman en drie matrozen waarvan één van hen ook kok is verder is er een statigere aan boord.

Het lossen van grote rollen papier stagneert i.v.m. de regen. Het wou niet erg vlotten, het blijft regenen wat niet bevorderlijk voor het papier is, voor mij heel begrijpelijk.

Regelmatig moesten de luiken van het ruim dicht en later weer open.

De volgende dag zal er een loskraan bijgezet worden.

Op de brug krijg ik uitleg over alle instrumenten en verschillende beeldschermen, voor mij is dit allemaal abracadabra. Ik ben ook een echte landrot en dat voel ik dan ook zo, maar later zal ik het wel gaan begrijpen hoop ik.

Eerst maar even mijn bagage in ruimen. Alle laden en kastdeuren zitten op slot en ook de deuren als ze open staan, staan vast, ja dat is logisch want als we op zee zijn zal het schip wel wat meer bewegen dan hier in de haven.

18.00 is het gezamenlijk eten in de messroom er komt een drie gangen diner op tafel dat belooft wat voor de komende weken. Het blijkt dat er nu een echte kok aan boord is, wat zelfs de vaste bemanning nog niet heeft mee gemaakt.

Dat ik dat nu mee mag maken is een groot voorrecht.

We krijgen door dat we morgen voor 16.00 uur in Vlissingen de Sloehaven moeten zijn om cellulose te laden voor Finland.

Met Harry doornemen wat ik kan doen want helemaal niets doen is niets voor mij.

Zijn voorstel is dat ik met hem de wacht mee loopt dat wil zeggen van 06 tot 12 uur en van 18 tot 24 uur ik kan ook wel ergens anders helpen, als dat nodig is en in het geheel past heel begrijpelijk voor mij.

Dus mijn eerste wacht is begonnen om 18.00 uur tot 24.00 uur, dan mag ik gaan slapen en morgen om 06.00 weer op, ik ben benieuwd hoe ik dat ervaar en verder heb in ieder geval veel vragen.

 

6 november.

Zes uur op geen probleem ik werd netjes met de telefoon gewekt en had goed geslapen.

4 trappen op naar de brug, ik heb het idee dat ik dat veel vaker zal moeten tijdens de reis, traplopen!

Vanmorgen moet er nog gelost worden, de tweede kraan is nu ook aan het lossen en deze kraan pakt 2 rollen tegelijk dat gaat twee maal zo snel. We moeten op tijd in Vlissingen zijn dit i.v.m. de bestelde laadploeg. Zo te zien gaat het volgens mij wel lukken, uiteindelijk is het toch maar een klein stukje van Terneuzen naar Vlissingen het is alleen de Schelde schuin over steken, ik wacht wel af. Harry wil op tijd zijn anders kost het geld omdat de laad ploeg om 16.00 besteld is en overtime wil hij niet betalen, heel begrijpelijk. Vervolgens moet er ook brandstof geladen worden die is ook besteld. Een reden te meer om op tijd te vertrekken. Kwart over twaalf is het en het ruim is leeg, nu wordt er nog schoon gemaakt en de latten waar de rollen papier hebben opgestaan worden gebundeld en op het dek vastgesjord, de 9 luiken worden weer op hun plaats gelegd met een speciale luikenwagen die, als alle luiken liggen, voor het stuurhuis wordt neergezet en geborgd.

Half twee en we varen nu naar de sluis om op de Schelde te komen op weg naar de Sloehaven Vlissingen. In de sluis van Terneuzen duurde het wat langer dan gewoonlijk waarschijnlijk want een ieder roept al kom op varen, we willen varen !!!, terwijl ik juist geniet van het uitzicht vanuit een sluis naar de kade dat kijkt anders. Alleen al de sluis invaren is voor mij bijzonder want de kant wordt niet geraakt en er wordt op tijd gestopt, zonder op de rem te trappen. Ik vind dat heel knap.

En nu de Schelde oversteken het is, alsof we de weg oversteken, wat een drukte allemaal. Schepen en nog meer schepen voor mij heel mooi. En dan de haven binnen varen, met een klein hendeltje wordt er gestuurd in samenwerking met het gashendel. Even later liggen we vast aan de kade. Het is half vier en men begint met het laden van de pakken cellulose er worden 3 pakken tegelijk opgepakt, maar wat mij opvalt, is dat er toch nog veel handwerk aan te pas komt, die haken aan de pakken vast en los maken, volgens mij kan dat anders, maar goed men zal het wel weten hoe het moet. Ondertussen is er een tankertje langzij met gasolie er moet 100 ton geladen worden, dat is veel, maar onderweg is er natuurlijk niet zo maar de gelegenheid om bij te tanken.

Ondertussen is het elf uur ’s avonds geworden alle luiken worden dicht gelegd en worden geborgd vast getrokken en met voorhamers worden er per luik 5 stalen borgen vast geslagen. Het komt voor mij een beetje overdreven over, maar het zal wel nodig zijn.

Ondertussen was de hoofdmotor gestart om warm te worden en drie kwartier later gaan we dus echt varen op weg naar Rauma in Finland. Al het licht uit op de brug uit, de lichten van de instrumenten worden gedimd en nu kan ik ook wat zien buiten. De vaarroute is uitgezet op het AIS scherm ik kan op dat scherm zien waar we varen en ook de andere schepen en de uitgezette route, fantastisch. Wij hebben in Vlissingen gewoond en veel naar de voorbij gaande schepen gekeken en nu zie ik het zelf vanaf een schip ondanks dat het donker is, is het voor mij een fantastisch gezicht, dat ik dat mag mee maken. Het begint te regenen en waaien er is slecht weer op komst.

Om de kust van Walcheren met een Z.Z.W. wind de Noordzee op windkracht 7-8 het gaat voor mij aardig te keer, de zeeziek pillen liggen voor mij klaar. Mijn vraag als ik last van zeeziekte heb moet ik het dan nu krijgen, ja was het antwoord, maar ik voelde niets, ik vind het prachtig ondanks dat ik me niet helemaal staande weet te houden. Ik heb het gevoel dat ik moet leren lopen. Conclusie ik heb geen last van zeeziekte gelukkig maar. Samen met Harry wacht lopen tot zaterdag morgen vijf uur.

De stuurman was om 24.00 uur gaan slapen en kwam ons om 05.00 uur aflossen.

Mijn eerste dag op zee geweldig, volgens mij kan ik niet slapen, maar toen ik mijn hoofdkussen voelde was ik weg.

7 november.

Het is zaterdag en om 11.Uur opgestaan, weer de trappen allemaal op naar de brug.

Tijdens het varen is het de gewoonte dat er gezamenlijk op de brug gegeten wordt, dus ook vandaag. De tafel wordt netjes gedekt en de kok komt, even voor 12.00 uur, met het eten naar boven. Het traditie diner op zaterdag, bij “Van Dam Shipping”, is erwtensoep met pannenkoeken, maar de kok is zeeziek dus vandaag alleen erwtensoep en geen pannenkoeken. Na het eten neemt de stuurman de wacht over, maar ik ga eerst met hem mee de machinekamer in om alles te contoleren hij legt mij het een en ander uit, voor zover als ik het kan horen met al dat lawaai, maar op de brug verteld hij wat we allemaal hebben gecontroleerd.

13.30 op dit moment varen we boven de Waddeneilanden   ik vind het fantastisch dat ik dat allemaal kan zien op het AIS scherm. Wat mij opviel toen we op de Noordzee voeren dat het daar erg druk was, voor mij heel veel schepen.

De route die uitgezet is voert ons naar de Elbe er wordt nu gerekend om met opkomend water de Elbe op te varen dat scheelt brandstof, een goede zaak naar mijn idee, we hebben dan de stroom mee. De snelheid wordt aangepast, er wordt wat “afgehaald” dat is een uitdrukking die ik niet direct begrijp, maar alles wordt mij uitgelegd. Stukje bij beetje begin ik iets te   begrijpen en het AIS scherm en het radar scherm kan ik al een heel klein beetje aflezen, het wordt steeds interessanter.

En misschien weet ik het morgen weer niet, maar dan vraag ik het wel weer, ze krijgen misschien een punthoofd van mijn gevraag, maar dat hoor ik dan wel.

Het is ondertussen al donker als we op de Elbe varen straks gaan we een sluis in naar het Kielerkanaal, maar voor die tijd komt er een loods aan boord die ons de sluis in loodst. Dit is voor het eerst dat ik het mee maakt dat er loods aan boord komt, hij wordt met een loodsbootje langs zij gebracht en door de kapitein welkom aan boord gehete. Mijn idee was nu gaat hij sturen, maar nee hij zegt alleen waar op gelet moet worden, dat komt bij mij heel simpel over, want de vaargeul gemarkeerd door rode en groene lichten zijn door ons ook te zien, dus wat doet die man hier. Het is mij later allemaal uitgelegd. De sluis invaren, doet de kapitein zelf ik vind dat heel knap want je moet er eerst goed voor komen dan er recht in varen zorgen dat je de kade niet raakt en ook nog op tijd stoppen en dat doe je dan allemaal met twee hendeltjes het lijkt heel simpel. Naar mijn idee is dat in de eerste plaats gevoel, wat je moet hebben en dan ook een brok ervaring. We liggen vast in de sluis en de kapitein rent weg met een tasje onder zijn arm hij moet gaan betalen om door het Kielerkanaal te mogen varen, dat kun je ook een agent laten doen, maar dat kost extra, logies dat men dat op deze manier doet dat is het eerste verdiend, ook hier moeten we op de kleintjes letten. Er komt nu een kanaalloods aan boord die ons tot ongeveer half verwege het kanaal door loodst, maar hij gaat wel zelf sturen. Op mij komt dat over dat deze loods in ieder geval werkt voor zijn brood. Het is wat laat geworden, maar ik wil ook alles mee maken dus morgen mag ik wat later op.

8 november.

Zondagmorgen om 06.30 opgestaan we varen nu nog op het kanaal op het tweede stuk met een andere loods die vaart ook zelf en hij brengt ons naar de sluis van Kiel bij het plaatsje Holtepau. De sluis invaren, doet de kapitein weer zelf dat lijkt mij ook wel verstandig. Ik betwijfel of deze loods dat wel zou kunnen met al zijn praatjes.

De sluis en de haven van Kiel uit, de Oostzee op. Er staat een behoorlijk wind, windkracht 8 met uitschieters naar 9 voor op de kop de snelheid is er ook uit 4 a 5 knopen per uur nog maar. Als het zo door gaat dan komen we pas donderdag in Rauma aan. De kok en de twee matrozen zijn weer ziek. Als je nu bij een beetje deining al zeeziek wordt, wat doe je dan op zee, maar volgens mij doet men dat alleen voor het geld. Goed, ondanks dat hij zeeziek is heeft de kok toch een maaltijd gemaakt, Uiteindelijk is dat ook zijn taak en met zo’n klein aantal bemannings leden is het heel belangrijk dat iedereen zijn taak uitvoert.   De zaak moet wel blijven draaien en dat komt, volgens mij op zee, er meer op aan dan aan de wal.

Je leeft uiteindelijk met een klein aantal mensen, dag en nacht, op een klein stukje op het water en er is geen mogelijkheid om even iemand er bij halen.

Vandaag wordt er water gemaakt, wat water maken we hebben toch water genoeg om ons heen. Maar er wordt nu drinkwater gemaakt. De watermaker is aan gezet en de stuurman neemt mij mee naar de machinekamer om dat te laten zien waar de watermaker staat en hij legt mij uit hoe het werkt. Ik was in de veronderstelling dat we een tank vol drinkwater in de haven hadden ingenomen. Zelf water maken is volgens mij veel handiger en voordeliger. Het water aan boord is heel zacht en smaakt uitstekend. De reden dat er in de Oostzee water gemaakt wordt is, omdat het zeewater hier minder zout is en schoner dan in de Noordzee en dat komt omdat de Oostzee gevoed wordt door smeltwater vanuit de Scandinavische landen. Het blijft hard waaien ik kan nu het lopen en trappen op en af lopen, op een schommelend schip goed oefenen. Het gaat me nog niet goed af, enkele blauwe plekken heb ondertussen al opgelopen. Het slapen is geen probleem ik wordt in slaap geschommeld.

 

 

9 november.

Even voor 06.00 gewekt door de stuurman want ik wil om 06.00 op de brug zijn om op tijd aan mijn wacht met de kapitein te beginnen. De trappen op lopen gaat nog stuntelig naar mijn gevoel en het lopen boven in de stuurhut gaat ook niet geweldig.

Dat is wel lachen ik kan me nauwelijks staande houden en kijk vol bewondering naar de anderen die gewoon blijven staan en lopen onder een bepaalde hoek.

De matrozen zijn zwaar ziek en ik heb nergens last van gelukkig maar. De verwachting is dat het de komende nacht en morgen rustiger wordt. Wij varen nu bijna pal Oost en straks gaan we links af, maar ik moet zeggen bakboord uit, bijna Noord dat houd in dat we de wind aan de rechter kant, sorry aan stuurboord. Onze wacht zit er op het is nu 12.00uur. Bij de wisseling van de wacht wens men de één “goede wacht” en de ander “goede rust”. Als we straks de wind van stuurboord krijgen dan wordt hard schommelen, voor mij geen probleem ik vind het wel spannend en vol waardering voor het schip die zich kranig gedraagt en gewoon door vaart alsof er niets aan de hand is. De snelheid wordt nu wel terug genomen het heeft geen zin om er maar tegen op te boksen, dat verlies je altijd. En het verbruik per uur wordt veel te hoog.

Al deze facetten worden regelmatig getoetst en berekend. Er wordt zo economisch, als mogelijk is, gevaren en waarom ook niet met een klein beetje meer aandacht kun je een hoop geld verdienen.

12.00 van wacht af weer alle trappen af dat valt niet mee met dit weer, maar het lukt allemaal. In mijn hut heb ik een mooi boek dus lekker op bed lezen, maar na drie bladzijde, bleek later, ben ik in slaap gevallen en werd om 18.00 gewekt. Het slapen gaat mij heel goed af dat verwondert mij, omdat ik gewoonlijk overdag niet ga slapen, maar hier aan boord gaat dat uitstekend. Ik zou er nog lui van worden. Misschien is het idee, wat geopperd werd, om een home trainer aan boord te zetten, wel een goed idee naar mijn menig zeker om wat meer beweging te hebben. De beweging die ik heb op het schip is veel te weinig. Het is wel wacht lopen, maar zoveel loop je niet tijdens de wacht het is veel zitten, is mijn ervaring.

 

10 november.

Vijf voor 6 werd ik gewekt de trappen op en nu wat sneller om wat meer beweging te krijgen, snel de trappen op begin ik aardig onder de knie te krijgen er af lopen lukt mij niet zo snel als de anderen. De wind is gaan liggen een rustige zee met een hele kleine deining. We varen nu ten Oosten van Zweden langs een aantal eilandjes, echt heel mooi. De kapitein is weer aan het rekenen om zo zuinig mogelijk te varen met 10 kn/uur zullen we woensdag middag om 12.30 in Rauma aankomen. En met 6 kn/uur komen we donderdag 05.00 aan, dat is volgens de oorspronkelijke planning, ze kunnen dan nog op tijd met het lossen beginnen. Sneller varen, en meer brandstof verbruiken, heeft geen meerwaarde. Na het ontbijt, wat om 07,00 uur in de messroom al klaar stond, heeft hij de beslissing genomen om er wat af te nemen.  

We hebben doorgekregen dat de volgende reis naar Kunda in Estland is, waar we cellulose moeten laden voor La Palice in Frankrijk. Dat lijkt mij een mooie reis we moeten de Golf van Biskaje in. Als kind, vanuit Indonesië, ben ik, met S.S. “Volendam” door de Golf gevaren, voor het eerst van mijn leven op weg naar mijn vaderland Nederland dat is nu ongeveer 61 jaar geleden. Voor dat we de Golf van Biskale invoeren vertelde mijn vader mij dat het meestal stormde in de Golf en dat leek mij wel spannend. Ik was teleurgesteld, het was een spiegel gladde zee toen 61 jaar geleden, maar misschien is het nu anders ik wacht in spanning af.

We krijgen in Rauma geen lading, dat wil zeggen dat we in ballast naar Kunda varen.

Mij wordt verteld dat het maar zelden voorkomt dat de loshaven ook de laadhaven is.

Bij mij komt dat heel oneconomisch over, maar het schijnt niet anders te kunnen, jammer. Misschien te weinig vracht aanbod en of te veel schepen. Het bevrachten van de Carolina, komt bij mij na uitleg wel over als zo economisch mogelijk, gezien het lagere vracht aanbod in de deze tijd.

We varen nog op de Oostzee met een rustige kleine deining, als ik niet uitkijk kan ik zo in slaap vallen.

Hier op de Oostzee, valt mij op, dat het niet zo druk is als op de Noordzee. Er varen wel veel passagiers schepen, die tussen de verschillende landen varen en we komen ook redelijk veel Nederlandse schepen tegen. Dat is voor mij interessant omdat op het AIS scherm te bekijken, maar ik moet ook naar buiten blijven kijken wordt mij gezegd en dat begin ik een klein beetje te begrijpen. Ik wil ook zo veel als mogelijk is, het wachtlopen begrijpen, het waarom en hoe.

Ondertussen is het 12.00 geworden en wordt het eten boven gebracht.

Ik heb nu ook door dat er een echte kok aan boord is. Het diner is uitstekend en heel smaakvol, soep vooraf hoofdgerecht en een dessert, wel erg lux.

Ook het gezamenlijk eten is volgens mij aan boord heel belangrijk en het is ook gezellig, het met elkaar even een andere praat hebben.

Na het eten mogen wij gaan rusten voor mij misschien slapen ?

 

11 november.

Heel rustig weer, we varen nu in de Botnische golf. Ook weer veel passagiers schepen.

Dat wil zeggen veel aanbod van passagiers is die tussen de verschillende landen reizen.

Langzaam krijg ik meer inzicht en snap ik de gegevens van de verschillende instrumenten en kan ik wat meer instrumenten aflezen, maar nog te vaak niet en nog  veel vragen.

Van de kapitein een duidelijke uitleg gekregen betreffende de te voeren lichten aan boord. En dat ze onder een bepaalde hoek schijnen. Dat is zo uitgekiend, dat je onder welke hoek ook je naar het schip kijkt, je altijd kunt zien wat zijn vaarrichting is. Ik kijk nu al anders naar de verschillende schepen misschien al met een klein zeemansoogje. Het wordt voor mij steeds interessanter, en het roept bij mij ook meer vragen op.

 

12 november.

05.00 Aangemeerd in de haven van Rauma, plaatselijke tijd is één uur later. Zeven uur plaatselijke tijd begint men met het lossen. Er worden 2 kranen ingezet. Het gaat hier heel professioneel, het aanhaken en lossen van de pakken cellulose gaat automatisch er komt geen handwerk meer aan te pas.

Met de fiets, ja er zijn zelfs twee fietsen aan boord, naar de stad om wat boodschappen te halen. Rauma is een behoorlijke stad met een heel modern centrum. Het valt op dat het hier erg schoon is geen afval op de wegen. Ook het oude centrum is opvallend schoon en heel mooi, veel kleurige houten en goed onderhouden huizen en winkeltjes. Bij een bakker een kopje koffie drinken met een Fins gebakje.

Wat mij opvalt dat er geen brommers rijden wel auto’s en fietsen. Met de lunch zijn we weer aan boord en ondertussen is alles gelost. Na de lunch wordt het ruim weer schoon gemaakt en worden de ballast tanks gevuld, dat wordt heel secuur gedaan het schip moet en horizontaal en vertikaal goed liggen. De luiken gaan dicht en we kunnen weer vertrekken naar Kunda in Estland om weer cellulose te laden voor La Palice in de Golf van Biskaje.